Wolharige mammoet

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Wolharige mammoet
Status: Uitgestorven, als fossiel bekend
Siegsdorfer Mammut.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Mammalia (Zoogdieren)
Orde: Proboscidea (Slurfdieren)
Familie: Elephantidae (Olifanten)
Geslacht: Mammuthus (Mammoeten)
Soort
Mammuthus primigenius
Blumenbach, 1799
Afbeeldingen Wolharige mammoet op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Wolharige mammoet op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Zoogdieren
Paleontologie

De wolharige mammoet (Mammuthus primigenius) is een uitgestorven olifantensoort uit de familie mammoeten.

Deze soort is bekend van beenderen en bevroren karkassen. Overblijfselen zijn gevonden van Ierland tot in de oostkust van Noord-Amerika. De best bewaarde karkassen zijn als ijsmummie gevonden in Siberië. Van de fossiele mammoetvondsten in Nederland zijn die van de wolharige mammoet het meest talrijk.[1]

Men neemt aan dat de wolharige mammoet afstamt van de steppemammoet (Mammuthus trogontherii). De vroegste overblijfselen van de wolharige mammoet zijn gevonden in afzettingen uit het Saalien, de tweedelaatste ijstijd in Eurazië.

In 2008 toonde een studie van het mitochondriaal DNA uit verschillende mammoetharen aan dat Mammuthus primigenius in twee subgroepen (misschien twee verschillende soorten) heeft geleefd. Een groep zou in een klein gebied in het hoge noorden hebben geleefd, terwijl de andere groep over een veel groter gebied verspreid was[2].

Volgens een studie gepubliceerd in 2010 zou de soort zijn eigen uitwerpselen hebben gegeten.[3]

Kenmerken[bewerken]

De wolharige mammoet was circa 2,7 meter hoog. Ze hadden een grote bult met vetreserves net achter de gebogen kop. Hij had ook dikke vetlagen die dienst deden als isolatie. De dikke vacht bestond uit lange, zwarte haren; op reconstructies wordt de vacht echter vaak foutief rood gekleurd. Onder de dikke haren zat een laag met fijnere haren die isolerend werkten.[4]

De soort at toendraplanten. Met zijn slagtanden kon hij de planten van onder de sneeuw en het ijs halen.[4]

Het spenen van de jongen gebeurde waarschijnlijk pas na 2 tot 3 jaar, wat langer is dan bij de moderne soorten.[5]

Verdwijning[bewerken]

De groep wolharige mammoeten die alleen in het hoge noorden leefde stierf waarschijnlijk 40.000 jaar geleden uit. De andere groep, met een veel breder leefgebied, hield het veel langer vol. Zij stierven uit aan het eind van het Pleistoceen (±10.000 jaar geleden). Toch overleefde op het eiland Wrangel in de Noordelijke IJszee een populatie tot ongeveer 1.700 jaar voor het begin van onze jaartelling. Deze dieren hebben een schofthoogte gehad variërend tussen 180 en 230 cm. Dit werd gezien als bewijs voor het bestaan van dwergmammoeten[6], maar deze interpretatie werd in 1999 herzien[7].

Nieuw onderzoek naar de verplaatsingen van Laat Pleistocene en Holocene mammoeten op het eiland Wrangel geeft aanleiding voor ernstige twijfel aan de eerder gepubliceerde jonge ouderdommen. Dit onderzoek werd verricht met behulp van de verhouding tussen de strontium-isotopen 87Sr en 86Sr in het bioapatiet van mammoetskeletresten. De verhouding 87Sr/86Sr laat een significante verschuiving zien aan het begin van het Holoceen van 0,71218 ± 0,00103 naar 0,71491 ± 0,00138. De hogere isotoopverhouding in Midden-Holocene mammoeten wordt geïnterpreteerd als afkomstig te zijn uit neoproterozoische gesteenten die aanwezig zijn op het midden van het huidige eiland Wrangel. Dit betekent dat de van nature aanwezige strontiumverhouding in de apatiet verontreinigd is met 'oud' strontium uit deze oude gesteenten. De conclusie van deze auteurs is dat geen sprake is van een Holocene ouderdom maar van een Laat Pleistocene. Een andere conclusie is dat de dieren niet permanent op Wrangel aanwezig waren maar door de snelle rijzing van de zeespiegel min of meer toevallig op het ontstane eiland geïsoleerd waren geraakt[8].

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties

Referenties

  1. Fossiele vondsten wolharige mammoet in Nederland
  2. Thomas, M., et al., 2008. Intraspecific phylogenetic analysis of Siberian woolly mammoths using complete mitochondrial genomes. Proceedings of the National Academy of Sciences USA, 105: 8327-8332.
  3. Van Geel, B., Guthrie, R.D., Altmann, J.G., Broekens, P., Bull, I.D., Gill, F.L., Jansen, B., Nieman, A.M., Gravendeel, B. (2010). Mycological evidence of coprophagy from the feces of an Alaskan Late Glacial mammoth. Quaternary Science Reviews In press . DOI:10.1016/j.quascirev.2010.03.008.
  4. a b (nl) Palmer, D.; Cox, B., Savage, R.J.G., Gardiner, B., Harrison, C, De geïllustreerde encyclopedie van dinosauriërs en prehistorische dieren, Könemann, Keulen, 2000, p245 ISBN 3-8290-6747-X.
  5. Woolly Mammoth Babies Late Bloomers. Discovery News (21 december 2010) Geraadpleegd op 23 december 2010
  6. Vartanyan et al., 1993. Holocene dwarf mammoths from Wrangel Island in the Siberian Arctic. Nature, 362: 337-340.
  7. Tikhonov, A., Agenbroad, L., Vartanyan, S., 2003. Comparative analysis of the mammoth populations on Wrangel Island and the Channel Islands. Deinsea, 9: 415-420.
  8. Arppe, L., Karhu, J.A., Vartanyan, S.L., 2009. Bioapatite 87Sr/86Sr of the last woolly mammoths - Implications for the isolation of Wrangel Island. Geology, 37: 347-350.

Bronnen

  • (en) Arppe, L., Karhu, J.A., Vartanyan, S.L., 2009. Bioapatite 87Sr/86Sr of the last woolly mammoths - Implications for the isolation of Wrangel Island. Geology, 37: 347-350.
  • (en) Thomas, M., Gilbert, P., Drautz, D.I., Lesk, A.M., Ho, S.Y.W., Ji Qi, Ratan, A., Chih-Hao Hsu, Sher, A., Dalén, L., Tomsho, L.P., Rendulic, S., Packard, M., Campos, P.F., Kuznetsova, T.V., Shidlovskiy, F., Tikhonov, A., Willerslev, E., Iacumin, P., Buigues, B., Ericson, P.G.P., Germonpré, M., Kosintsev, P., Nikolaev, V., Nowak-Kemp, M., Knight, J.R., Irzyk, G.P., Perbost, C.S., Fredrikson, K.M., Harkins, T.T., Sheridan, S., Miller, W., Schuster, S.C., 2008. Intraspecific phylogenetic analysis of Siberian woolly mammoths using complete mitochondrial genomes. Proceedings of the National Academy of Sciences USA, 105: 8327-8332. [1]
  • (en) Tikhonov, A., Agenbroad, L., Vartanyan, S., 2003. Comparative analysis of the mammoth populations on Wrangel Island and the Channel Islands. In: Reumer, J.W.F., De Vos, J. & Mol, D. (eds.) - Advances in Mammoth Research (Proceedings of the Second International Mammoth Conference, Rotterdam, May 16-20 1999) Deinsea, 9: 415-420.
  • (en) Vartanyan, S.L., Garutt, V.E., Sher, A.V., 1993. Holocene dwarf mammoths from Wrangel Island in the Siberian Arctic. Nature, 362: 337-340.