Zwarte Russische terriër

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zwarte Russische terriër
Hondenras
Russianblack.jpg
Basisinformatie
Andere namen Tchiornyterriër, Russische terriër
Oorsprong Rusland
Classificatie FCI Groep 2 Sectie 1.4 #327
Zie ook de lijst van FCI-nummers
Lijst van hondenrassen

De zwarte Russische terriër is een hondenras. Hij wordt ook wel "de hond van Stalin" genoemd.

Geschiedenis[bewerken]

Rond 1940 begon men in de Sovjet-Unie een hond te fokken die aangepast was aan de noden van het Sovjet leger. Fokdoel was een grote, robuuste en werkwillige hond, die voor veel doeleinden kon worden gebruikt. Hij moest bovendien zeer goed aangepast zijn aan de verschillende klimatologische omstandigheden die in de toenmalige Sovjet-Unie heersten.

Men kruiste in het begin een Riesenschnauzer-reu met een Airedaleterriër-teef, een Rottweiler-reu met een Riesenschnauzer-teef en nogmaals een Riesenschnauzer-reu met een Airedaleterriër-teef. Er ontstonden in totaal vier foklijnen. In totaal waren 20 rassen bij het ontstaan van de zwarte Russische terriër betrokken. Inteelt werd vermeden. Men bereikte relatief snel een hondenras dat stabiel was qua karakter en temperament.

Op 13 mei 1981 - en in 1984 door het FCI - werd de zwarte Russische terriër als hondenras erkend.

Uiterlijk[bewerken]

De zwarte Russische terriër heeft hoog aangezette kleine, driehoekige oren. Het is een compacte, stevige hond. Hij heeft een ruwe vacht van 4 tot 10 centimeter lengte, die regelmatig geknipt wordt. De kleur van de vacht is zwart met grijze haren. De reu heeft een schoftlengte van 72-76 cm en de teef 68-72 cm. Het gewicht bij de reuen ligt tussen 50 en 60 kg, bij teven tussen 45 en 50 kg. Hij heeft een goede gezondheid en valt goed te trainen.

Gebruiksdoel[bewerken]

De zwarte Russische terriër werd oorspronkelijk als legerhond gehouden, in het bijzonder als waakhond voor complexe militaire centra, maar tegenwoordig wordt hij gebruikt als 'gewone' waak- en familiehond.