Aardbeving Java 2006

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Aardbeving Centraal-Java 2006)
Ga naar: navigatie, zoeken
Aardbeving Java mei 2006
Jakarta Earthquake Epicenter.gif
Datum 27 mei 2006
Kracht 6,2 (op de schaal van Richter)
Epicentrum Jogjakarta, Indonesië
Coördinaten 7° 58′ ZB, 110° 27′ OL
Getroffen land(en) Indonesië
Slachtoffers 6234
Portaal  Portaalicoon   Aardwetenschappen

Op zaterdag 27 mei 2006 's ochtends om 05.54 uur lokale tijd (vrijdag 22.54 UTC), vond er een aardbeving plaats in de provincies Jogjakarta en Midden-Java, allebei op het eiland Java in Indonesië. De aardbeving had een sterkte van 6,2 op de schaal van Richter. Het hypocentrum lag waarschijnlijk ongeveer 25 kilometer ten zuidzuidwesten van de stad Jogjakarta, 17,1 kilometer onder de zeebodem. Hoewel er onder de bevolking angst was voor een tsunami, bleef deze uit.

Slachtoffers[bewerken]

Jogjakarta
Dagelijks leven tussen de puinhopen
Locatie van de aardbeving

Het officiële dodental nam de eerste dagen hand over hand toe, en had op 1 juni de 6200 overschreden. Het Rode Kruis verwacht dat er nog honderden, misschien zelfs duizenden doden onder het puin liggen. Verder zijn er duizenden mensen, waaronder veel kinderen, gewond geraakt.
De meeste slachtoffers, mogelijk rond de 90 procent ervan, zijn gevallen in de regio Bantul, die ten zuiden van Jogjakarta ligt; daar zijn bijna alle huizen ingestort. Verder is Klaten, ten oosten van Jogjakarta, zwaar getroffen.
De ziekenhuizen in en rond Jogjakarta kunnen de grote hoeveelheid slachtoffers niet verwerken. Het ziekenhuis dat zich het dichtst bij het epicentrum van de beving bevindt, is het Muhammadiyah-Ziekenhuis van Bantul. Ook Jogjakarta kent een aantal ziekenhuizen, waarvan enkele voor Indonesische begrippen goed zijn geoutilleerd. De toestroom van slachtoffers was de eerste dagen echter zo groot dat verpleging tot op de parkeerplaatsen moest plaatsvinden. Sommigen werden zelfs afgewezen, omdat hun letsel niet zwaar genoeg was.

De overlevenden ontbreekt het aan bijna alles. Zij moeten vaak de wacht houden bij hun (deels) ingestorte huizen, omdat anders dieven zich van de achtergebleven eigendommen meester kunnen maken. Overnachten is echter niet mogelijk in die huizen, maar moet in de buitenlucht gebeuren. Daar is het onaangenaam toeven doordat er vrij zware regens zijn losgebarsten. Sommigen hebben tenten weten te bemachtigen, velen doen het met plastic of minder.

In Bantul hebben overvallers zich van ambulancemateriaal meester gemaakt, en zij beroven huizen onder het mom van hulpverlening.

In de stad Jogjakarta zelf ontstaat gebrek aan voedsel; vele winkels zijn gesloten of bestaan niet meer, en lange tochten worden ondernomen om aan het noodzakelijkste te komen. Een complicatie is dat de prijzen van benzine, van voedingsmiddelen en van andere waren exponentieel zijn gestegen: naar verluidt, is benzine tien maal zo duur geworden als gewoonlijk, voedsel vier- tot vijfmaal.

Materiële schade door de aardbeving[bewerken]

Duizenden gebouwen zijn door de aardbeving ingestort en volgens aanvankelijke schattingen waren 200.000 mensen dakloos geraakt, waarvan ongeveer de helft onderdak bij anderen zou hebben gevonden. Medio juni werd de schatting van het aantal daklozen echter bijgesteld naar 1,5 miljoen. De luchthaven van Jogjakarta werd op 27 mei gesloten in verband met schade aan de start- en landingsbaan. Op 29 mei was er weer vliegverkeer mogelijk. Ook viel op diverse plaatsen in de regio de elektriciteit en het telefoonverkeer uit. Door schade aan wegen en bruggen wordt het vervoer van slachtoffers ook bemoeilijkt.

Verder zijn ook het boeddhistische tempelcomplex de Borobudur en de hindoeïstische tempel de Prambanan beschadigd. Het zal maanden duren, voordat precies duidelijk is hoe groot de totale schade is.

Hulp[bewerken]

De president van Indonesië, Susilo Bambang Yudhoyono, heeft het leger opdracht gegeven te helpen bij de evacuatie van slachtoffers.

De EU heeft 3 miljoen euro toegezegd voor de hulp aan slachtoffers. Verder heeft het Nederlandse Rode Kruis gironummer 661 beschikbaar gesteld voor particulieren die hiervoor geld willen overmaken. Zelf trekt het Rode Kruis in ieder geval € 100.000 uit voor hulp bij deze ramp. De Belgische afdeling van Artsen zonder Grenzen stuurt zes extra hulpverleners naar het gebied. AZG België spitst zich toe op het regentschap Bantul.

Op 29 mei werd bekend dat de Samenwerkende Hulporganisaties een nationale hulpactie zullen opzetten. Hiervoor is gironummer 555 opengesteld, zo maakte een woordvoerder van de hulporganisaties bekend. Met advertenties in kranten en spotjes op tv en radio zullen de SHO aandacht voor de nationale hulpactie vragen. De Verenigde Naties hebben in het getroffen gebied een team om in kaart te brengen welke hulp precies nodig is.

De door een aantal landen toegezegde hulp bedroeg op 29 mei bijna $ 48 miljoen, plus enkele miljoenen euro's. Toen medio juni het aantal daklozen tien maal zo hoog bleek te zijn als oorspronkelijk werd vermoed, zegde de Nederlandse regering nog eens € 10 miljoen aan hulp toe. Er zijn 15 maanden na de aardbeving nog steeds een aantal Nederlandse Hulporganisaties actief in het het rampgebied, waaronder het Nederlandse Rode Kruis die zich nu vooral richt op het ondersteunen van gehandicapten door onder andere aangepaste woningen en sanitaire voorzieningen te realiseren.

Oorzaak van de aardbeving[bewerken]

Ligging van de ring van vuur

Java bevindt zich in een zone waar de Australische plaat onder de Sunda Plaat, een deel van de Euraziatische plaat schuift. In feite bevindt de Indonesische archipel zich op de Ring van Vuur. De geologische activiteit die hiervan het resultaat is, is oorzaak van aardbevingen op dit eiland, en verklaart tevens de vulkanische activiteit van bijvoorbeeld de vulkaan Merapi, die ook dicht bij Jogjakarta ligt. De activiteit van de Merapi is na (en waarschijnlijk ten gevolge van) de aardbeving weer toegenomen. Soms worden aardbevingen voorspeld op grond van bepaalde voortekenen. Dat was dit keer niet het geval.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]