Adriaen van Wesel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Twee reliëfs van Adriaen van Wesel (Museum voor Religieuze Kunst, Uden)
Laatste Avondmaal (Museum Catharijneconvent, Utrecht)

Adriaen van Wesel (Utrecht?, ca. 1415 - ca. 1490) was een Noord-Nederlands beeldsnijder die vooral in de omgeving van Utrecht actief was.

Leven[bewerken]

Adriaen van Wesel werd in 1447 tot ouderman van het zadelaarsgilde gekozen, waartoe de beeldhouwers behoorden. Later werd hij herhaaldelijk in de Raad van Utrecht verkozen en oefende hij andere openbare functies uit. Nog in 1481 werd hij benoemd tot hoofdman van een van de stadswijken.

Adriaen van Wesel moet een grote reputatie hebben gehad. Hij kon astronomische prijzen vragen voor zijn eervolle opdrachten. In 1471 vervaardigde hij een altaarstuk voor het hoogaltaar van de Utrechtse Mariakerk. In 1475 kreeg hij de opdracht voor een nieuw Maria-altaar voor de kapel van de Illustere Lieve Vrouwe Broederschap in de Sint-Janskathedraal in 's-Hertogenbosch. Het werk was in 1477 klaar. Van dit altaar bleven twee beeldengroepen in het bezit van de broederschap. Zij vormden, met de werken in het Rijksmuseum te Amsterdam, de sleutelstukken in het onderzoek naar het werk van Adriaen van Wesel.

In 1484 kreeg hij de opdracht een altaarstuk te maken voor het hoogaltaar van de Nieuwe Kerk in Delft, naar het model van zijn altaar in de Mariakerk in Utrecht. In opdracht van bisschop David van Bourgondië sneed hij in 1487 het altaar voor het klooster Sint-Agnietenberg bij Zwolle. Ten slotte vervaardigde hij in 1489-1490 zeven beeldgroepen voor de predella van het hoofdaltaar in de Utrechtse Domkerk.

Van al deze werken is ten gevolge van de Beeldenstorm vrijwel niets bewaard gebleven.

Werk[bewerken]

In de werken van Adriaen van Wesel staat de menselijke figuur centraal. Er gaat altijd een grote levendigheid van deze figuren uit, en door subtiele aandacht voor gelaatsuitdrukkingen en gebaren weet hij ze raak te typeren. Het werk van Adriaen van Wesel heeft een aantal vaste kenmerken: de figuren hebben pruik-achtig hoofdhaar en vaak is het onderste ooglid nadrukkelijk aangegeven.

Adriaen van Wesel wordt beschouwd als een van de belangrijkste laat-middeleeuwse beeldhouwers in de Noordelijke Nederlanden.

Zie ook[bewerken]