Agenda-settingtheorie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De agenda-settingtheorie (Engels: agenda-setting theory) beschrijft de mogelijkheid van de media om de onderwerpen op de agenda van de bevolking te bepalen. Agenda-setting is ook een sociale wetenschap en probeert dus ook voorspellingen te maken. Dat is, als een nieuwsartikel vaak en prominent word behandeld, dan zal de bevolking dat punt als belangrijker zien.

Een voorbeeld van hoe de theorie op de bevolking werkt, is het televisieprogramma The Voice of Holland. Een heel groot deel van de bevolking kijkt hier naar, en daardoor zijn ze hier in hun gedachten, en hun gesprekken mee bezig. Of als er bijvoorbeeld een grote aanslag geweest is, dan is elk persoon die het journaal gezien heeft daar mee bezig.

De theorie heeft ook invloed op de politiek. De media brengen soms dingen aan het licht, waar dan het hele volk mee bezig is. Hierdoor zal in sommige gevallen de tweede kamer hierover moeten gaan debatteren. In dit geval bepaalt de media dus wat er op de politieke agenda komt te staan.

Geschiedenis[bewerken]

De agenda-settingtheorie is voor het eerst volledig beschreven in 1968 door Max McCombs en Donald Shaw. Zij onderzochten in chapel hill hoe de meningen van 100 inwoners veranderen naarmate de onderwerpen in de media veranderen. Waar ze achter kwamen is dat er een correlatie coëfficiënt was van r > .9, dat betekent dat er bijna een directe correlatie is tussen de media en de mening van  inwoners. Natuurlijk is dit maar een kleine steekproef uit maar één bevolkingsgroep maar er zijn op dit moment meer dan 400 onderzoeken gedaan met een soortgelijke uitkomst.[1]

Het belang van agenda-setting[bewerken]

Agenda-setting is het ongerust maken van de bevolking en de bevolking bewust maken over een bepaald probleem via de media. De media probeert als het ware de kijkers te beïnvloeden. Op die manier probeert de media, bij de burgers een soort van rangorde van belangrijkheid van de gaande problemen te maken en zo meer aandacht op bepaalde problemen te krijgen van de burgers. Jammer genoeg, zijn er twee veronderstellingen die je kunt maken over agenda-setting.

1) De media laat niet de (hele) waarheid zien

2) De media kiest een aantal problemen of onderwerpen om in het licht te zetten, zodat de kijkers, die problemen als extra belangrijk zullen zien.

De agenda-settingtheorie luidt dat de media bepaalt wat het publiek denkt, door middel van bepaalde problemen veel aan het licht te brengen kan de media ervoor zorgen dat in de bevolking dat onderwerp veelvuldig word besproken.[2]

Agenda-setting heeft een bepaalde rol in onze samenleving. Wanneer de media bijvoorbeeld in het nieuws vertelt dat "De nucleaire deal van Iran is erg problematisch, omdat Iran nu toegestaan is om zijn eigen nucleaire wapens te behouden", dan zou dat als de belangrijkste onderwerpen van de media worden gezien en dus uitbundig over worden gepraat. Dat kan ervoor zorgen, dat er onnodig veel angst over Iran bij de bevolking wordt veroorzaakt. Zo kunnen er verkeerde veronderstellingen worden gedaan. Zonder agenda-setting zou men geen bepaalde groep hebben om een mening mee te delen. Die groep bestaat namelijk uit alle mensen die het nieuwsbericht hebben gezien. Wanneer het maar een kleine groep is omdat niet "breaking news" is. Dan hebben die mensen minder snel de mogelijkheid om over het onderwerp te discussiëren en wijzer te worden van andere opinies.

Hoeveel invloed heeft de media nou eigenlijk? Mensen die gevoelig zijn voor iets waar ze direct mee te maken hebben gehad zullen door de media meer nadenken over het onderwerp Naarmate het meer in het nieuws is. Maar een groot deel in de bevolking hoeft dat niet perse te hebben. Daarnaast is er een andere bepaalde factor of de media wel of niet veel invloed heeft op de publieke opinie. En dat is of het onderwerp 1) Een ondwerp is dat in het algemeen bijna iedereen beïnvloed. Zoals de stijging van de benzine prijzen. Of 2) Onderwerpen die van belang zijn voor iedereen. Zoals iets over de Syrische vluchtelingen. De eerste soort problemen zullen aandacht trekken van de regering als de bevolking. Ook zonder extra invloed van de media. Wanneer er een direct verband is tussen het probleem (bijvoorbeeld een ontvoering van een kind), hoe groter de impact van de media op de publieke opinie is en wanneer er geen direct verband is met het probleem, dan is de impact van de media kleiner op de publieke opinie.

Zie ook[bewerken]