Massacommunicatie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Massacommunicatie of openbare communicatie is communicatie waarbij grote groepen mensen worden bereikt. Dit impliceert dat de zender of communicator gebruikmaakt van kanalen die een massale duplicatie mogelijk maakt. Massacommunicatie ontstaat als iemand iets belangrijk vindt voor iedereen in de gemeenschap, én velen belangstelling in iets gemeen hebben.[1] De doorbraak van de boekdrukkunst maakte massacommunicatie als eerste mogelijk.

De communicatiemiddelen die worden toegepast in massacommunicatie noemt men massamedia. Massacommunicatie is het onderzoeksobject van het sociaal-wetenschappelijke vakgebied van de communicatiewetenschap.

Massamedia[bewerken | brontekst bewerken]

Massamedia zijn communicatiemiddelen die het voor een zender mogelijk maken een boodschap uit te zenden naar een omvangrijk publiek (de massa). Hedendaagse voorbeelden zijn televisie- en radiostations en websites.

Gedrukte massamedia[bewerken | brontekst bewerken]

De uitvinding van de boekdrukkunst in de vijftiende eeuw maakte massale verspreiding van informatie mogelijk. Deze modernisering van de maatschappij liet zijn sporen in politiek, economie en samenleving na.

Belasting[bewerken | brontekst bewerken]

Aan het begin van de negentiende eeuw richtten uitgevers van kranten zich op de elite die kon lezen en zich kranten kon veroorloven. Door een hoge belasting in de vorm van de dagbladzegel waren kranten zeer kostbaar. Steeds meer kranten probeerden onder de belasting uit te komen door kranten te drukken die kleiner waren dan waarvoor het zegel gold, de zogenaamde "duo-decimo"- of "lilliputter"-kranten (Adriaan van Bevervoorde) en de spectatoriale geschriften van onder andere Justus van Effen. In 1869 werd het zegelrecht, onder druk van een publieke bewustwording, afgeschaft waardoor kranten zich op de massa konden richten.[2] In die jaren verschenen dan ook verschillende kranten gericht op de massa, zoals "De Standaard" van Abraham Kuyper en Recht voor Allen van Ferdinand Domela Nieuwenhuis.

Persvrijheid[bewerken | brontekst bewerken]

Gedurende de 19e eeuw uitte de pers ook steeds grotere ontevredenheid met de bestaande beperkingen aan de persvrijheid. De grondwet van 1814 was dusdanig vaag, dat de toenmalige koning Willem I mogelijkheden had tot persbreidel en censuur waar hij dat nodig achtte. In 1840 trad Willem I af. Zijn troonopvolger Willem II werd in 1848 liberaal om te voorkomen dat hij afgezet zou worden. Onder druk van een soort massale bewustwording in Nederland werd een wetswijziging doorgevoerd over persvrijheid. Deze wetswijziging dient nog steeds als basis voor artikel 7 van de huidige Nederlandse Grondwet: "Niemand heeft voorafgaand verlof nodig om door de drukpers gedachten of gevoelens te openbaren, behoudens ieders verantwoordelijkheid voor de wet." Door deze wijziging kreeg de pers een toenemende mate van vrijheid.

Gesproken massamedia[bewerken | brontekst bewerken]

In de 20ste eeuw kwamen massamedia beschikbaar om boodschappen over te brengen via geluidsdragers en bewegend beeld. Eerst via Film en radio, later ook via televisie. Deze media zijn zeer geschikt voor het verspreiden van propaganda, bijvoorbeeld om een bepaalde ideologie in het bewustzijn van de massa te prenten.

Ook via het lied kunnen boodschappen aan de massa worden overgebracht. In de 1960 en 70er jaren werd het protestlied populair. De moderne rap kan ook een poging zijn om een boodschap te communiceren naar een bepaalde massa.

Electronische massamedia[bewerken | brontekst bewerken]

Vanaf eind 20ste eeuw kwam het internet in opmars, waarbij de sociale media een dominante rol gingen spelen. Met de komst van internet werden de massamedia interactief, waarbij de ontvanger van de informatie hierover direct kan communiceren met de bron. Wanneer ook deze interactie door de bron wordt doorgegeven, wordt de massa tegelijkertijd ook zelf deel van bron.

Voorbeelden van massamedia[bewerken | brontekst bewerken]

Massacommunicatiemodel[bewerken | brontekst bewerken]

Massacommunicatiemodel

Ook bij massacommunicatie is het klassieke zender-ontvanger model (zie illustratie) van toepassing. Immers, er is altijd sprake van iemand die een boodschap wil overbrengen op een of meer ontvangers. Daarbij zal de zender rekening moeten houden met eventuele ruis die optreedt tijdens de overdracht van de boodschap en ligt de verantwoordelijkheid voor de (gewenste) reactie vooral bij de ontvangers.

Literatuur[bewerken | brontekst bewerken]

  • Gerbner, G. (1967). Mass media and human communication theory. F.E.X. Dance (Ed), Human communication theorie: Original essays, New York: Holt, Rinehart & Winston.
  • Hanssen, L. Dijkstra, A.M. Roeterdink, W. Stappers, J.G. (2003). Wetenschapsvoorlichting: Profetie of Professie, Een confrontatie tussen communicatietheorie en voorlichtingspraktijk, Stichting Weten, Amsterdam.
  • Mendelsohn, H (1973). Some reasons why information campaigns can succeed. Public opinion Quarterly.
  • Wijk, K. van (2003). Media-explosie: Trends en issues in massacommunicatie. Den Haag: Academic Service.
  • Wouters en Ponjee (2009). Heterdaadkracht in perspectief. Onderzoek naar de Utrechtse heterdaadkracht. Utrecht, Politie Utrecht.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]