Ai (stad)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Ai (Hebreeuws: העי, "hoop ruïnes") was volgens de traditie in de Hebreeuwse Bijbel een Kanaänitische koningsstad. Volgens het boek Jozua werd de stad bij de tweede poging ertoe door de Israëlieten ingenomen, in brand gestoken en verwoest. De meeste archeologen gaan ervan uit dat de ruïnes van de stad op de archeologische vindplaats Et-Tell gelegen zijn.

Volgens boek Genesis bouwde Abraham een altaar tussen Bethel en Ai[1] en verbleef er hierna nog een keer.[2]

Jozua vermeldt twee pogingen van de Israëlieten om Ai in te nemen, waarvan de eerste mislukte door een eerder door Achan begane zonde. Het boek Jozua beschrijft hoe Achan "en al de zijnen" als straf gestenigd werden.[3] Bij de tweede poging veroverde Jozua Ai door een hinderlaag aan de westelijke achterzijde van de stad. De stad werd vervolgens in brand gestoken en volledig verwoest. Ook werd de gehele bevolking (inclusief vrouwen en kinderen) uitgeroeid, dit alles op Gods bevel.

Jeremia 49:3 noemt ook een stad Ai. Het is niet duidelijk of deze vermelding terugslaat op de verwoesting van Ai door Jozua of een andere stad Ai wordt bedoeld.

Ligging[bewerken]

Hoewel de meeste archeologen gaan ervan uit dat Ai lag waar nu Et-Tell ligt, maar omdat dat op basis van de archeologische vondsten zou betekenen dat de Bijbelse chronologie rond de veroveringen van Ai inaccuraat is, bestrijden anderen deze theorie.