Albrecht III van Beieren

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Albrecht III van Beieren
1401-1460
Albrecht III van Beieren weigert de Boheemse kroon, Johann Georg Hiltensperger, 1825.
Albrecht III van Beieren weigert de Boheemse kroon, Johann Georg Hiltensperger, 1825.
Hertog van Beieren-München
Periode 1438-1460
Voorganger Ernst
Opvolger Johan IV en Sigismund
Vader Ernst van Beieren
Moeder Elisabetta Visconti

Albrecht III van Beieren bijgenaamd de Vrome (München, 27 maart 1401 - aldaar, 29 februari 1460) was van 1438 tot aan zijn dood hertog van Beieren-München. Hij behoorde tot het huis Wittelsbach.

Levensloop[bewerken]

Albrecht III was de enige zoon van hertog Ernst van Beieren-München en diens echtgenote Elisabetta Visconti, dochter van heer van Milaan Bernabò Visconti. In 1422 vocht hij tijdens de Beierse Oorlog in de Slag bij Alling. Als vertegenwoordiger van zijn vader bevond hij zich in 1433-1435 vooral in het stadsdeel van München in Beieren-Straubing.

In 1432 huwde hij in het geheim met de niet-adellijke Agnes Bernauer (1310-1335), een meid uit Augsburg. Zijn vader was tegen het huwelijk en zag in Agnes een bedreiging voor de erfopvolging. Toen Albrecht III op jacht was met Hendrik XVI van Beieren-Landshut, liet zijn vader Agnes wegens hekserij ter dood veroordelen en werd ze verdronken in de Donau. Samen met Lodewijk VII van Beieren-Ingolstadt plande Albrecht vervolgens militaire stappen tegen zijn vader, maar in 1436 verzoenden Albrecht en Ernst zich.

In 1438 volgde Albrecht zijn vader op als hertog van Beieren-München. In 1440 kreeg hij het voorstel om koning van Bohemen te worden, wat hij echter weigerde. Hij voerde amper politieke activiteiten uit, op een grote militaire campagne tegen roofridders in 1444-1445 na. Ook perkte hij de macht van de steden en standen in, vooral in zijn gebieden in Beieren-Straubing die daarvoor grote vrijheden genoten. Na het uitsterven van de linie Beieren-Ingolstadt in 1447, aanvaardde Albrecht zonder veel tegenstand dat het hertogdom volledig door Hendrik XVI van Beieren-Landshut werd geërfd.

In 1455 stichtte Albrecht op de Heilige Berg van Andechs een Benedictijnenklooster. Hij was heel erg religieus, wat hem de bijnaam de Vrome opleverde, en hij liet de Beierse kloosters hervormen. Bovendien verzamelde hij een groot aantal kunstenaars aan zijn hof. Ook liet Albrecht III in 1442 alle Joden uit Opper-Beieren verdrijven.

In februari 1460 stierf hij op 58-jarige leeftijd, waarna Albrecht in het Benedictijnenklooster van Andechs werd bijgezet. Voor zijn dood had hij verordend dat enkel zijn twee oudste zonen tegelijk mochten heersen. Dit leidde echter tot zware conflicten tussen zijn talrijke zonen, totdat in 1506 het eerstgeboorterecht werd ingevoerd.

Huwelijk en nakomelingen[bewerken]

Op 6 november 1436 huwde hij met Anna (1415-1474), dochter van hertog Erik I van Brunswijk-Grubenhagen. Ze kregen tien kinderen: