Angrboða

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Loki vindt het hart van Gullveig. Illustratie door John Bauer (1911).

Angrboða (Oudnoords voor: "Onheilbrengster" of "Kommerbereidster") was een vrouwelijke Rijpreus, later bestempeld tot kwaadaardige heks, uit de Noordse mythologie die de goden zeer slecht gezind was. Ze verleidde Loki en baarde drie monsterachtige nakomelingen: Fenrir de reuzenwolf, Jörmungandr de Midgaardslang, en Hel de godin van de onderwereld. Ze had al een eerstgeboren kind Managarm, de wolf die de gevallen krijgers naar Valhöll brengt.

Omdat de drie kinderen van Angrboða en Loki een gevaar voor de Asengoden betekenden, begaven die zich naar Angrboða's hal, bonden de reuzin vast en brachten Hel, Slang en Wolf voorlopig naar Asgard. Hel werd vervolgens naar de onderwereld 'verbannen' waar ze de godin der doden werd. Jörmungandr werd door Odin in de oceaan geworpen en Fenrir werd eerst een tijd in Asgard vastgehouden en later met de hulp van Týr door middel van de Gleipnirstrik vastgebonden.

Fenrir doodde tijdens de godenschemering uiteindelijk de oppergod Odin.

Angrboða - de "Oude vrouw van het ijzerwoud" volgens de Edda - werd bij de Denen als doodsgodin gezien, als Anu, Yngona, Nanna of "Anna van de engelen" vereerd (Walker 1993, S.39).

Zie ook[bewerken]