Barbertje

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Barbertje is een personage uit de parabel die voorafgaat aan de roman Max Havelaar van Multatuli en een notitie erover in zijn Ideeën.

Inhoud van de parabel[bewerken]

Een man, Lothario, wordt ervan beschuldigd Barbertje te hebben vermoord. De rechter veroordeelt hem ter dood. Lothario verdedigt zich: hij heeft Barbertje altijd goed verzorgd, en hij weet niets van de moord. Dat maakt de zaak alleen maar erger: de rechter beschuldigt hem ook nog van eigenwaan, en ook daar staat de doodstraf op.

Op dat moment komt Barbertje - springlevend - de rechtszaal binnenwandelen. De rechter moet toegeven dat Lothario niet van moord beschuldigd kan worden. Hij is echter nog steeds schuldig aan eigenwaan en wordt daarvoor ter dood veroordeeld.

Tekst[bewerken]

"Gerechtsdienaar: Mijnheer de rechter, daar is de man die Barbertje vermoord heeft.

Rechter: Die man moet hangen. Hoe heeft hij dat aangelegd?

Gerechtsdienaar: Hij heeft haar in kleine stukjes gesneden en ingezouten.

Rechter: Daaraan heeft hij zeer verkeerd gedaan. Hij moet hangen.

Lothario: Rechter, ik heb Barbertje niet vermoord. Ik heb haar gevoed en gekleed en verzorgd. Er zijn getuigen die verklaren zullen dat ik een goed mens ben en geen moordenaar.

Rechter: Man, ge moet hangen. Ge verzwaart uw misdaad door eigenwaan. Het past niet aan iemand die … van iets beschuldigd is, zich voor een goed mens te houden.

Lothario: Maar rechter, er zijn getuigen die het zullen bevestigen. En daar ik nu beschuldigd ben van moord …

Rechter: Ge moet hangen ! Ge heb Barbertje stukgesneden, ingezouten en zijt ingenomen met uzelf … drie kapitale delicten ! Eh … Wie zijt ge vrouwtje?

Vrouwtje: Ik ben Barbertje.

Lothario: Goddank ! Rechter, ge ziet dat ik haar niet vermoord heb !

Rechter: Hm … ja… zo ! Maar het inzouten ?

Barbertje: Neen rechter, hij heeft me niet ingezouten. Hij heeft mij integendeel veel goeds gedaan. Hij is ’n edel mens !

Lothario: Ge hoort het rechter, ze zegt dat ik ’n goed mens ben.

Rechter: Hm… het derde punt blijft dus bestaan. Gerechtsdienaar, voer de man weg, hij moet hangen. Hij is schuldig aan eigenwaan. Griffier, citeer in de praemissen de jurisprudentie van Lessing's patriarch."

Herkomst[bewerken]

De afleiding van deze naam is niet geheel duidelijk:

  • het kan een verkleinvorm zijn van Barbara en
  • het kan zijn afgeleid van het Griekse βαρβαροϛ (barbaros) in de betekenis van "vreemdelingetje".[1]

Er is nog een derde mogelijkheid geopperd: de naam "Barbertje" zou ontleend kunnen zijn aan een werk van Goethe: Faust. Bärbelchen is daar de naam van het meisje, dat het mikpunt is geworden van haar omgeving, want zij is ongehuwd zwanger en de "vader" van haar kind heeft haar verlaten. Ook hier is sprake van onterechte verachting door omstanders. Bij Multatuli wordt evenwel niet het meisje bedreigd, maar is haar beschermer degene, die moet vrezen voor zijn leven, op grond van een vals gerucht.[2]

Verwijzingen in de parabel[bewerken]

In de parabel aan het begin van Max Havelaar wordt verwezen naar een toneelstuk van Lessing, Nathan der Weise. In dit stuk heeft de Jood Nathan zich ontfermd over een christelijk gedoopt meisje en haar in alle deugd opgevoed, maar zonder enig geloof. De patriarch veroordeelde hem: Thut nichts, der Jude wird verbrannt.[1][3]

De naam Lothario is door Multatuli (Edward Douwes Dekker) ontleend aan Goethes Wilhelm Meisters Lehrjahre

Barbertje moet hangen[bewerken]

Een merkwaardige uitdrukking is 'Barbertje moet hangen', waarmee men aangeeft dat iemand sowieso de schuld moet krijgen, ook als de omstandigheden veranderen. In de parabel is het echter Lothario die moet hangen. Bovendien blijkt Barbertje nog te leven, waardoor sowieso niemand beschuldigd kan worden van haar moord. De uitdrukking heeft dus een geheel andere betekenis dan de parabel.

Trivia[bewerken]

Barbertje.jpg
  • Een barbertje is ook een rekje dat aan een plank in een keuken- of linnenkast kan worden gehangen om de opslagruimte voor kleine dingen te vergroten. De naam is vermoedelijk omstreeks 1966 door de fabrikant Tomado bedacht omdat dit rekje, evenals de Barbertje in de uitdrukking, moet hangen.
  • De Belgische Jeugdbond voor Natuurstudie heeft in november 1970 een bundel met kampvuurliedjes uitgegeven onder de naam Barbertje
Wikisource Bronnen die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Max Havelaar of de Koffiveilingen der Nederlandsche Handelsmaatschappy op Wikisource