Baronie van Boelare

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Baronie van Boelare was een van de vijf grote baronieën van het Land van Aalst, en bestond uit de eigenlijke baronie, met Goeferdinge, Idegem, Nederboelare, Nieuwenhove, Onkerzele, Overboelare, Smeerebbe, Vloerzegem en Waarbeke), 4 parochies waar de baron dorpsheer was (Aspelare, Deftinge, Nederhasselt en Schendelbeke) en 6 parochies waar de baron bepaalde heerlijke rechten bezat (Oombergen, Ophasselt, Outer, Parike, Sint-Lievens-Esse en Zandbergen).

De baronnen van Boelare[bewerken]

De beroemde, rijke en machtige familie der baronnen van Boelare stierf in de 13e eeuw uit, bij gebrek aan mannelijke nakomelingen. Erfdochter Aleidis van Boelare, vanaf 1196 vermeld, huwde drie maal : een eerste keer met Philippe de Harnes, konstabel van Vlaanderen en burggraaf van Kassel, vervolgens met Gilles de Trazegnies, en ten slotte met Rasse van Gavere, heer van Chièvres. Het pairschap en de baronie van Boelare ging over aan Michel (1205-1229) en Philippe de Harnes gezeid van Boelare, beide zonen uit het eerste huwelijk van Aleidis.

Philippes dochter Aleyde huwde Rasse van Gavere, heer van Liedekerke, Breda en Aspelare, en bracht hem Boelare aan. Het domein kwam vervolgens in handen van de familie de Fosseux toen Jean de Fosseux trouwde met de erfdochter van Mathilde van Gavere en Nicolaas van Belle.

Hun dochter Isabelle de Fosseux huwde in de 14e eeuw Lodewijk van Reynghersvliet en bracht hem de baronie als bruidsschat mee. Een eeuw later nam Aleana van Reynghersvliet als echtgenoot Gilles van Boekhoute, heer van Beverweerde. Maria, de laatste Van Boekhoute, gehuwd met Hugues de Lannoy, overleed in 1563; haar dochter Françoise had uit haar huwelijk met Maximiliaan van Buren, graaf van Egmond, zelf ook een dochter Anna. Deze werd de eerste echtgenote van Willem de Zwijger, prins van Oranje-Nassau, waardoor deze laatste de baronie verwierf.

De prins verkocht haar in 1602 samen met Schendelbeke aan Francesco Bernardino de Cassina, afkomstig uit het hertogdom Milaan. Maria de Cassina, laatste telg van dit geslacht, was in 1772 gehuwd met Philippe, graaf van Murat, en bracht de heerlijkheid van Boelare mee. De graven van Murat behielden haar tot in 1818, jaar waarin ze werd verkocht.

Het pairschap Boelare[bewerken]

Het graafschap Vlaanderen telde eertijds vier 'beren' : Boelare, Cysoing, Eine en Pamele. De term 'beer' is een verbastering van het Franse 'pair' of 'gelijke', dat wil zeggen 'qua stand gelijk aan de graaf'. Deze pairs stamden af van machtige lokale grondadel, die oorspronkelijk instonden voor de verdediging van de grenzen van het graafschap, in ruil voor een maatschappelijke positie in de hoogste kringen van het graafschap. De baron van Boelare voerde in het gevecht dus één van de vier voornaamste banieren van het graafschap. Één van zijn voorrechten was dat het hoofd van het huis van rechtswege voogd van de jonge graaf van Vlaanderen werd wanneer deze voor zijn meerderjarigheid zijn beide ouders verloor.