Bas (zangstem)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Sopraan, van C4 tot C6 aangeduid in het groen
Mezzosopraan, van A3 tot A5 aangeduid in het groen
Alt, van F3 tot F5 aangeduid in het groen
Tenor, van C3 tot C5 aangeduid in het groen
Bariton, van A2 tot A4 aangeduid in het groen
Bas, van E2 tot E4 aangeduid in het groen

De bas (van Latijn bassus, diep, laag) is in de zangkunst de laagste mannelijke zangstem met een toonomvang van ongeveer E groot tot d'.

De bas is tevens de naam van de vierde stem in de vierstemmige harmonieleer. In een vierstemmige bewerking van een lied zingt de bas vaak de grondtoon van een akkoord.

Qua toonhoogte (deelregister) kan de bas worden onderverdeeld in:

  • de 'diepe' bas (basso profondo of, in het Frans, 'basse noble'), bijvoorbeeld Sarastro in Die Zauberflöte van Wolfgang Amadeus Mozart;
  • de 'vrolijke' bas (basso buffo), bijvoorbeeld Don Basilio in Il barbiere di Siviglia van Gioacchino Rossini;
  • de 'serieuze' bas (basso serioso of basso cantato), bijvoorbeeld Filippo II in Don Carlo van Giuseppe Verdi; en
  • de 'volgbas' (basso continuo), een vooral instrumentale bas; dit was een fundamenteel stijlelement van de barokmuziek vanaf het begin van de 17e eeuw; deze doorlopende instrumentale basstem dient als begeleiding van de zangers en de overige instrumentalisten.

Bekende bassen zijn onder anderen Boris Christoff, Nicolai Ghiaurov, Ruggero Raimondi, Samuel Ramey, Fjodor Sjaljapin en Iwan Rebroff.