Beatrix van Limburg

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Beatrix
Regentes van Laurenburg
Regeerperiode ?
Huis Limburg
Nassau
Vader Walram II van Limburg
Moeder Jutta van Gelre
Geboren ?
Gestorven 12 juli na 1164
Partner Rupert I van Laurenburg
Religie Rooms-Katholiek

Beatrix van Limburg († 12 juli na 1164, nog vermeld in 1165)[1] was een Duitse adellijke vrouw uit het Huis Limburg. Ze was vermoedelijk enige tijd regentes van het graafschap Laurenburg voor haar kleinzoons, de latere graven van Nassau.

Biografie[bewerken]

Beatrix was een dochter van Walram II "de Heiden", graaf van Limburg en hertog van Neder-Lotharingen en Jutta van Gelre,[2][3][4] een dochter van graaf Gerard I van Gelre[2][3] en een zekere Clementia. Haar afkomst wordt bevestigd door de oorkonde uit 1151 waarin Hendrik van Leyen, de bisschop van Luik, de schenkingen van “domina Jutta, nobilissima matrona uxor ducis Walrami de Lemburg” aan de Abdij Rolduc bevestigde, in welke oorkonde ook de aanwezigheid bij haar begrafenis in Rolduc wordt vermeld van “Arnoldus quoque filius Ruberti comitis de Lunneburg natus ex domina Beatrice filia præfatæ dominæ”.[2][3]

Beatrix huwde vóór 1135, mogelijk ca. 1125[1] met graaf Rupert I van Laurenburg († vóór 13 mei 1154)[1][4]. Uit dit huwelijk werden de volgende kinderen geboren:[1][2][4]

  1. Arnold II († 1158/1159), vermeld als graaf van Laurenburg van 1151–1158.
  2. Rupert II († ca. 1159), vermeld als graaf van Laurenburg van 1154-1158.

In een oorkonde uit 1148 wordt een Gerhard van Laurenburg vermeld, deze was zeer wel mogelijk een jongere zoon van Rupert I, zijn bloedverwantschap blijkt echter uit geen enkele oorkonde.[1] Van deze Gerhard is geen huwelijk vermeld.[1]

Hillin van Fallemaigne, de aartsbisschop en keurvorst van Trier, legde in een oorkonde gedateerd 1 april 1158 vast dat Kasteel Nassau voorheen behoorde aan het bisdom Worms maar dat “Ruberti et Arnoldi de Luremburg” een kasteel hadden gebouwd tegen de wens van de kerk, en dat “postmodum … Beatrix comitissa et coheredes eius … filii Ruberti et Arnoldi de Luremburg” verzocht had om bijlegging van het geschil waarin bemiddeld werd door “Gerlaci de Isemburch et Everhardi de Burgensheim”. Dit document suggereert dat Beatrix haar beide zoons overleefde en dat ze als hoofd van de familie optrad namens haar kleinzoons.[2]