Hendrik I van Limburg

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hendrik I
1059-1118
Hertog van Neder-Lotharingen
Periode 1101-1106
Voorganger Godfried van Bouillon
Opvolger Godfried I
Hertog van Limburg
Periode 1078-1118
Voorganger Udo van Limburg
Opvolger Walram I 'Paganus' van Limburg
Vader Udo van Limburg
Moeder Judith (Jutta) van Luxemburg

Hendrik I (ca. 1070 - 1118) was de oudste zoon van Udo van Limburg en Jutta van Luxemburg, dochter van Frederik van Luxemburg, hertog van Neder-Lotharingen.

Geschiedenis[bewerken]

Hendrik volgde in 1078 zijn vader op als graaf van Limburg. Hij verzette zich in 1094 tegen de benoeming van Arnold I van Loon als voogd van Sint-Truiden voor de bezittingen in het prinsbisdom Metz. Rond 1100 blijkt hij toch samen met Giselbrecht II van Duras voogd van Sint Truiden te zijn. Zij stonden bekend als 'de grootste rovers'.[1]

Zelf werd Hendrik in 1095 benoemd tot paltsgraaf van Neder-Lotharingen. Hij volgde zijn hertog Godfried van Bouillon in de Eerste Kruistocht en keerde daarna naar huis terug.

Door zijn huwelijk met de erfdochter van de graaf van Aarlen kwam Hendrik in het bezit van het graafschap Aarlen.

Hertogstitel[bewerken]

Na het overlijden van Godfried van Bouillon benoemde keizer Hendrik IV graaf Hendrik als opvolger en werd hem op kerstdag 1101 de titel van hertog van Neder-Lotharingen en markgraaf van het markgraafschap Antwerpen verleend, waarmee hij in de voetsporen van zijn grootvader Frederik van Luxemburg trad. De hertogstitel van Neder-Lotharingen wordt gezien als 'de parel aan de kroon' van de Limburgers.

Zijn bestuur wordt vooral herinnerd omdat hij de schenking van tienden door Godfried aan Antwerpse kerken, ongedaan maakte. In 1106 moest Hendrik zijn functie opgeven omdat hij trouw bleef aan de afgezette keizer Hendrik IV na de coup van diens zoon, de latere keizer Hendrik V. Hertog Hendrik werd zelfs gevangengezet maar wist te ontsnappen.

In 1108 nam Hendrik paltsgraaf Siegfried gevangen die een complot tegen Hendrik V zou hebben beraamd. Hierdoor kwam Hendrik terug in de gunst van de keizer. Maar in de volgende jaren koos ook Hendrik de kant van de tegenstanders van de koning. Hij vocht mee met de Lotharingse edelen die in 1114 de keizer versloegen bij Andernach. In 1115 was hij een van de aanvoerders van de Lotharingse troepen die de Saksen hielpen tegen de keizer in de slag bij Welfesholz, waar de keizer opnieuw werd verslagen. Op de terugweg veroverden de Lotharingers Münster (stad), en verwoestten ze de palts van Dortmund en een aantal kastelen. In Mainz werd vervolgens een wapenstilstand bemiddeld. Daarna zijn geen bijzonderheden over Hendrik bekend.

Huwelijk en kinderen[bewerken]

Hendrik was getrouwd met de erfdochter van graaf Walram II van Aarlen, vermoedelijk Adelheid geheten. Van Hendrik en Adelheid zijn de volgende kinderen bekend:

  • Walram I 'Paganus' van Limburg
  • Agnes (ovl. 1136), gehuwd met Frederik van Putelendorf (twee zoons en een dochter) en daarna met Walo van Veckenstedt
  • Adelheid (ovl. 6 februari ca. 1145, begraven in Sint-Michael te Bamberg), gehuwd met Frederik van Werl-Arnsberg (ca. 1075 - 1124; een dochter), daarna Kuno van Horburg (geen kinderen) en daarna Koenraad van Dachau (een zoon: Koenraad, hertog van Merano).
  • Mathilde, gehuwd met Hendrik van Durbuy

Zie ook[bewerken]