Belfort van Brugge

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Belfort en Hallen, Brugge
Onderdeel van de werelderfgoedinschrijving:
Belforten van België en Frankrijk
Het Belfort
Het Belfort
Land Vlag van België België
Coördinaten 51° 13′ NB, 3° 13′ OL
UNESCO-regio Europa en Noord-Amerika
Criteria ii, iv (Uitleg)
Inschrijvingsverloop
UNESCO-volgnr. 943-004
Inschrijving 1999 (23e sessie)
Uitbreiding 2005
Kaart
Belfort van Brugge
Belfort van Brugge
UNESCO-werelderfgoedlijst
Het belfort vanuit de Vlamingstraat.

Het belfort van Brugge, of de Halletoren, bevindt zich op de Grote Markt van de Belgische stad Brugge. Het belfort van Brugge is sinds 4 december 1999 opgenomen in de werelderfgoedlijst van UNESCO.

Geschiedenis[bewerken]

Op de plaats van het huidige belfort stond oorspronkelijk een aantal hallen. Bij de uitbreiding van dit complex werd vanaf 1240 ook een belfort opgetrokken in steen met een houten spits. De hallen bestonden uit verschillende overdekte markten voor voornamelijk wol- en lakenhandel en opslagplaatsen. De toren had een meer administratieve functie: hij bevatte een schatkamer en het archief van de stadsrekeningen.

In 1280 brandde het bovenste deel af en daarmee ging het archief van voor 1280 verloren. Dit zorgde ervoor dat er een apart stadhuis werd gebouwd op de Burg waar de meeste administratieve functies naartoe verhuisden. Rond 1291-1296 werd de toren hersteld met de twee onderste vierkante bouwdelen en een houten spits.

De stadshallen werden verder in de 15e eeuw uitgebreid en van 1483 tot 1487 werd het achthoekige gotische bovengedeelte gebouwd, ook met een houten spits waarop het beeld van Sint-Michiel verscheen. Door een blikseminslag in 1493 brandde dit bovenste gedeelte opnieuw af alsook de stadsklokken. Bij de herstelling werd een houten spits met opklimmende leeuw gebouwd.

In de 16e eeuw werd er achter aan de Hallen een galerij bijgebouwd. Ook de rechthoekige binnenplaats kreeg enkele galerijen op de eerste verdieping. In 1741 brandde de torenspits opnieuw af en werd in 1753 hersteld. In 1822 kreeg de toren de huidige neogotische kroonafwerking in plaats van een spits.

Het belfort van Brugge is 83 meter hoog en helt lichtjes over (87 centimeter[1] richting Wollestraat). Om de top te bereiken moeten er 366 treden beklommen worden.

Functie[bewerken]

De hallen onder de toren hadden een commerciële functie. Ze bestonden uit verschillende zalen waar telkens andere ambachtsproducten met stadskeur verhandeld werden. Op de tweede verdieping was er een schatkamer en stadsarchief. De jaarrekeningen vanaf 1281 zijn nagenoeg allemaal bewaard gebleven; tot 1300 in het Latijn, daarna in de volkstaal opgesteld.

Van het balkon boven de toegangspoort werden vanaf de 14e eeuw door een baljuw, in aanwezigheid van minstens twee schepenen of andere overheidspersonen, alle reglementen afgeroepen, de zogenaamde Hallegeboden. Dit omvatte wetgeving in verband met openbare orde en handel en nijverheid (waaronder vonnissen en aankondigingen van bankroet). Deze reglementen werden ook afgeroepen op andere plaatsen in de stad en later op borden aangeplakt voor het stadhuis. Vanaf 1769 gebeurde deze bekendmaking vanaf de pui van het stadhuis, al werd de benaming Hallegeboden behouden.

De toren diende vooral als wachttoren voor het ontdekken van brand in de stad.

Beiaard[bewerken]

De klokken van het belfort

Voor de 16e eeuw werden klokken manueel geluid. Het luiden van de klokken had een specifieke betekenis, zoals:

  • het openen en sluiten van de stadspoorten;
  • een werkklok die het begin en einde van de werktijden aangaf - het was verboden om met onvoldoende licht te werken;
  • een klok die aangaf vanaf wanneer het niet meer toegelaten was om zonder toorts door de straten te lopen;
  • feestelijke klokken luidden tijdens allerhande feestelijkheden, zo bijvoorbeeld tijdens de Heilig Bloedprocessie.

Vanaf 1523 zorgde een trommel, aangedreven door een uurwerk, voor het regelmatig spelen van bepaalde klokken (zoals voor het aangeven van het uur). Met de trommel werd het ook mogelijk om (wereldlijke en geestelijke) liederen af te spelen. Vanaf 1604 werd door het stadsbestuur een beiaardier ingehuurd om dit te doen tijdens zon-, feest- en marktdagen.

In 1675 bestond de beiaard uit 35 klokken, ontworpen door de Antwerpenaar Melchior de Haze. Na de brand van 1741 bestaat de beiaard uit 47 klokken, gebouwd door Joris Dumery, samen zo'n 27,5 ton. Deze zijn nog steeds in gebruik.

In 2010 werden de 21 kleinste (niet-historische) klokken (1939 en 1969) vervangen door nieuwe klokken die aansluiten bij de historische Dumery-reeks. Dat gebeurde tijdens een algehele beiaardrestauratie.

Beiaardiers in Brugge[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie de lijst van stadsbeiaardiers van Brugge.

Triomfklok[bewerken]

Het Brugse belfort beschikt nog steeds over een zogenaamde noodklok die tegelijk ook de triomfklok is en als naam Maria heeft. Ze werd gegoten door Melchior de Haze in 1680 en heeft een totaalgewicht van ongeveer 6 ton en een diameter van 2,06 meter. Hiermee behoort ze tot de grotere klokken in België.

Deze klok was oorspronkelijk de bourdonklok van de Onze-Lieve-Vrouwekerk iets verderop, maar werd begin 19de eeuw verplaatst naar het Belfort ter vervanging van de vroegere noodklok van Joris Dumery, die in 1743 barstte. Deze klok is, in tegenstelling tot wat vaak wordt aangenomen, niet verbonden met de beiaard.

Tegenwoordig luidt men deze klok enkel bij feestelijkheden, zoals bijvoorbeeld bij de jaarlijkse Heilig Bloedprocessie of nationale feestdagen.

Literatuur[bewerken]

  • Adolphe DUCLOS, Bruges, histoire et souvenirs, Brugge, 1910
  • Hedwig DACQUIN & Martin FORMESYN, Brugge, Belfort en Beiaard, Brugge, 1984
  • Brigitte BEERNAERT e. a., De Hallen en het Belfort, in: Burgerlijke openbare gebouwen, Open Monumentendag 1995, Brugge, 1995.

Externe links[bewerken]