Belgisch Verbond der Eenheidssyndicaten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Belgisch Verbond der Eenheids-
syndicaten (BVES)
Geschiedenis
Ontbindingsdatum 29 april 1945
Structuur
Land Vlag van België België
Ledenaantal 165.968
Portaal:  Economie

Het Belgisch Verbond van Eenheidssyndicaten (BVES) is een voormalige Belgische Communistische vakbond. Het BVES was ontstaan uit een fusie van de verschillende Syndikale Strijdkomitees na de Tweede Wereldoorlog en telde op zijn hoogtepunt 165.968 leden.

Geschiedenis[bewerken]

Oprichting[bewerken]

De SSK's probeerden al vroeg na de Tweede Wereldoorlog een nationale vakbond op te zetten. Zo werd er reeds op 1 oktober 1944 een conferentie opgezet met 1.200 afgevaardigden uit 400 bedrijven. Aanvankelijk kon de oproep van de SSK's tot een eenheidsvakbond op weinig steun rekenen bij het Belgisch Vakverbond en het Algemeen Christelijk Vakverbond. Zo kwam het tot een structuur onder de naam Belgisch Verbond der Eenheidssyndicaten. Al snel kon de nieuw opgerichte vakbond op de steun van ±175.000 leden rekenen.

Door de onervarenheid van de vakbondskaders ontstond er ontgoocheling onder de achterban. Daar kwam nog bij dat de Kommunistische Partij van België (KPB) in die periode deel nam aan het regeringsbeleid. Door haar gematigde opstelling konden de communistische syndicalisten niet voluit gaan in de strijd. Alzo kreeg het BVES het moeilijk zijn leden te behouden en slonk het aantal tot 165.968 leden.

Eenheidsvakbond[bewerken]

Op 28 en 29 april 1945 komt het tot een fusiecongres met de andere linkse vakbonden op initiële vraag van het BVES. Zij hadden aan het Belgisch Vakverbond (BVV) voorgesteld om een gemeenschappelijk bureau (Confederatie der Geünifieerde Vakbonden van België) in te richten. Het BVV, bij monde van Joseph Bondas, wilde echter enkel deelnemen indien ook de Mouvement Syndical Unifié (MSU) van André Renard deelnam aan de gesprekken. Het fusiecongres was een succes en de 3 bovengenoemde vakbonden en het Algemeen Geünifieerd Syndicaat der Openbare Diensten (ASOD) besluiten voortaan samen verder te gaan onder de noemer Algemeen Belgisch Vakverbond (ABVV).

Interne strubbelingen[bewerken]

Omwille van diverse redenen daalt de communistische aanwezigheid in de top van het ABVV, zo is Théo Dejace reeds eind 1945 de enige communistische vertegenwoordiger in het National ABVV-Secretariaat. Naar buiten toe, bleef de eenheid van de vakbeweging echter gehandhaafd. Op 20 maart 1947 komt het echter, naar aanleiding van het ontslag van de communistische ministers uit de regering Huysmans, tot een openlijke strijd. Cruciaal hierin is het moment waarop de KPB via stakingen tegen de levensduurte en voor de deblokering van de lonen in de gas- en elektriciteitssector de regering Spaak III in het nauw tracht te drijven. Wanneer ze echter tracht de staking te veralgemenen, door de Brusselse post- en trambestuurders te betrekken, grijpt minister van Verkeerswezen Achiel Van Acker in door het ontslag van 522 poststakers. Vervolgens zullen verschillende communistische syndicalisten van de KPB distantiëren. Wanneer het bestuur van de Kommunistische Partij van België besluit Théo Dajace terug te trekken uit het nationaal ABVV-secretariaat, duurt het niet lang vooraleer de laatste communisten uit de ABVV-top zijn verwijderd.