Berenkuil (Maastricht)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De Berenkuil in 1988.
De berenkuil in 1971.
De berenkuil rond 1925.

De Berenkuil in het Aldenhofpark in Maastricht is een betonnen verblijf voor beren, dat in 1970 werd gebouwd. In 2001 werd de kuil veranderd in een kunstwerk, getiteld de Halfautomatische Troostmachine. Als onderdeel van het Aldenhofpark is de berenkuil als gemeentelijk monument beschermd.[1]

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

In 1920 werd het Aldenhofpark onder meer verrijkt met een hertenkamp en een vogelkooi. In datzelfde jaar kochten enige notabelen van Maastricht twee beren van het Hamburgs Circus Hagenbeck voor 1350 gulden, genaamd Max en Polla, die gehuisvest werden in een dierentuinkooi gemaakt door leerlingen van de Maastrichtse ambachtsschool. De beren waren deel van een plan om de toeristische aantrekkelijkheid van Maastricht te vergroten.[2] De investering zou terugverdiend worden door met de beren te gaan fokken. Dit mislukte al meteen toen bleek dat er twee mannetjes waren gekocht. De kooi werd geplaatst in het oude bastion Wilhelmina dat iets buiten de stadsmuur lag in het gebied De Kommen. De slaapplaatsen werden gerealiseerd in een deel van de daar aanwezige kazematten. Dit project viel onder de werkverschaffing, er werden veertig werklozen ingezet.[2][1]

Deze twee beren stierven respectievelijk in 1944 en 1946, beide afgemaakt doordat ze leden aan ernstige en pijnlijke aandoeningen. In 1950 werden twee nieuwe beren bij Klant's Zoo in Valkenburg aangeschaft, waarvan het vrouwtje stierf in 1957 en het mannetje uiteindelijk begin 1962 werd verkocht. In april 1962 arriveerden twee beren van elk twee jaar oud, een geschenk van het Ouwehands Dierenpark in Rhenen. Dit koppel kreeg op 4 januari 1968 drie jongen die in leven bleven en die de namen Jo, Sjakkie en Cor kregen. De kooi bleek te klein wat leidde tot de bouw van de betonnen berenkuil in 1970. Ook het nieuwe verblijf was te klein voor vijf beren. Toch veranderde er pas in 1982 iets aan deze situatie toen Max en Polla verhuisden naar Zoo Zwartberg in Genk.

In de jaren tachtig van de twintigste eeuw nam de kritiek op de huisvesting van de Maastrichtse beren toe, waarna de betonnen kuil werd verrijkt met een waterbak, een zandbak, een boomstam en wat autobanden. Een voortrekkersrol bij het verbeteren van het lot van de beren vervulde de schrijfster en dierenactiviste Rosalie Sprooten. Beer Cor overleed in augustus 1991 en Sjakkie in maart 1992. In augustus 1993 werd de overgebleven beer Jo verhuisd naar het Ouwehands Dierenpark in Rhenen waar hij in februari 1997 overleed.

Na jaren van leegstand en discussie wat met de berenkuil te doen, werd er in 2001 door Michel Huisman een kunstwerk van gemaakt: een monument voor uitgestorven dieren, getiteld de Halfautomatische Troostmachine. Op een verhoging in het park vlak bij de berenkuil werd een beeld van beer Jo op een bankje geplaatst.

Bouwwerk[bewerken | brontekst bewerken]

De berenkuil bestaat uit een open ronde betonnen bak in de grond met een getrapte verhoging in het midden, omringd door een watergracht. Ter hoogte van de gracht is er een verbinding met de inpandige nachtverblijven.

Galerij[bewerken | brontekst bewerken]

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]

Zie de categorie Bear pit, Maastricht van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.