Bloedbad van Abbeville

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bloedbad van Abbeville
Kiosk van Abbeville
Kiosk van Abbeville
Plaats Vlag van Frankrijk Frankrijk, Abbeville
Coördinaten 50° 7′ NB, 1° 51′ OL
Datum 20 mei 1940
Oorzaak Executie door de Franse troepen
Doden 21 geëxecuteerden
Bloedbad van Abbeville (Frankrijk (hoofdbetekenis))
Bloedbad van Abbeville
Portaal  Portaalicoon   Tweede Wereldoorlog

Het Bloedbad van Abbeville was een gebeurtenis op 20 mei 1940, aan het begin van de Tweede Wereldoorlog, in de Franse stad Abbeville.

Administratief geïnterneerden[bewerken]

Bij de Duitse inval hadden de Belgische autoriteiten tussen 10 en 15 mei een aantal verdachten ("vijandige Belgen en vijandelijke buitenlanders") opgepakt in opdracht van de auditeur-generaal Walter Ganshof van der Meersch. "Het is duidelijk dat men heel onverantwoord en willekeurig te werk is gegaan bij de arrestaties. Ze hebben zomaar wat mensen opgehaald: uit wraak, uit jaloezie, om hun politieke overtuigingen, hun Joodse afkomst of wegens hun buitenlandse nationaliteit", aldus overlevende Gaby Warris.[1] Deze administratief geïnterneerden werden opgesloten in 't Pandreitje, de toenmalige gevangenis van Brugge. Onder hen bevonden zich onder anderen Joris Van Severen en Léon Degrelle. Ondanks vergeefse pogingen van bevriende parlementsleden om Van Severen vrij te krijgen, werd hij met Degrelle en 77 anderen op 15 mei 1940 naar Frankrijk gedeporteerd. In tegenstelling tot de andere verdachten die met "spooktreinen" werden afgevoerd, werd dit gemengd gezelschap (twee aan twee geboeid) in drie autobussen via Oostende naar Duinkerke gereden, waar Degrelle uit de groep gehaald werd. In de studie 'Dossier Abbeville' komen de achtergronden van alle 'verdachte' personen uitgebreid aan bod. Tot de 21 Belgen behoorden ook Rexist René Wéry, Verdinaso-lid Jan Rijckoort (rechterhand van Van Severen) en VNV'er Van Gijsegem. Onder de groep bevonden zich ook 18 Joden, veertien Duitsers, een aantal Belgische communisten (Caestecker, Monami en Van Dijcke) en twee Belgen (De Bruyn en Vanderkelen) die voor de Duitse Abwehr (contraspionage) werkten.

Executie aan de kiosk[bewerken]

Het bloedbad van Abbeville - de lichamen van Jan Rijckoort, Joris Van Severen, Lucien Monami, René Wéry en twee Italianen

Drie dagen later, op 19 mei, werd de hele groep naar Abbeville gevoerd en opgesloten onder de kiosk. Toen in de nacht van 19 op 20 mei de stad Abbeville vanuit de lucht door Duitse eskaders zwaar gebombardeerd werd, dachten de Franse soldaten dat de gevangenen bevrijd zouden worden door de Duitsers. Zij besloten in de middag van 20 mei om al hun gevangenen te executeren, die vervolgens in groepjes van vier uit de kioskkelder werden gehaald, tegen de muur gezet en zonder proces doodgeschoten werden. Onder hen was er één vrouw, Maria Geerolf-Ceuterick, die vrij brutaal vermoord werd door de Franse gendarmes. Zij was één van de verdachten die in de chaos voor de inval per vergissing werd gearresteerd in plaats van haar schoonzoon, nl. de in Brugge wonende Nederlandse architect Ernst Warris. Na de executie (zonder vonnis) van 21 personen op bevel van de Franse kapitein Dingeon die dienstdeed als plaatscommandant eindigde dit drama door toedoen van luitenant Leclabart, die in extremis arriveerde en deze slachtpartij kon stoppen. Onder de 21 slachtoffers van 6 verschillende nationaliteiten waren acht Belgen. Van Severen en Rijckoort waren twee van de doden.

Bibliografie[bewerken]

  • Carlos VLAEMINCK, Dossier Abbeville, Leuven, Davidsfonds, 1977, 424 blz.
  • Tim TRACHET, Het drama van Abbeville, Houtekiet, 2009, 174 blz.
  • w, Het bloedbad van Abbeville, Hadewijch, Antwerpen, 1994, 93 blz.