Anticoagulans

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Bloedverdunner)
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap     Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.

Een anticoagulans of antistollingsmiddel is een geneesmiddel dat gebruikt wordt om de natuurlijke stollingsneiging van het bloed te onderdrukken.

Anticoagulantia worden in de volksmond vaak "bloedverdunners" genoemd. Deze term is onjuist: ontstold bloed heeft bij het stromen geen andere viscositeit dan wel stolbaar bloed.

Anticoagulantia als geneesmidel[bewerken]

De normale bloedstolling werkt in het normale lichaam effectief om kleine en grote bloedingen te stoppen en er zo voor te zorgen dat er geen overmatig bloedverlies optreedt. De natuurlijke bloedstolling wordt geregeld door de aanwezigheid van een aantal stollingsfactoren die met elkaar zorgen voor een normale balans tussen de natuurlijke stollings- en ontstollingsneiging.

In sommige gevallen waarbij de bloedstolling problemen kan opleveren, zoals bij het optreden van trombose, het ondergaan van een heupvervangende operatie of het optreden van boezemfibrilleren kan de natuurlijke bloedstolling worden geremd door anticoagulantia.

Er zijn verschillende soorten anticoagulantia voor gebruik als geneesmiddel:

Acetylsalicylzuur ("aspirine") is geen anticoagulans maar een trombocytenaggregatieremmer. Het belemmert het hechten en samenklonteren van de bloedplaatjes.

De stollingsfactoren die zorgen voor de stollingsneiging zijn afhankelijk van vitamine K. Coumarinederivaten zoals acenocoumarol (Sintrom) en fenprocoumon (Marcoumar) zorgen voor een remming van de vitamine-K-afhankelijke aanmaak van een van de factoren.

De mate van antistolling is bij het gebruik van deze middelen afhankelijk van een groot aantal, veelal niet geheel duidelijk bekende, factoren. Hierdoor is er regelmatig een controle van de mate van antistolling nodig middels een bloedbepaling. Meestal wordt de zogenaamde "doordosering" verzorgd door een trombosedienst, maar met behulp van een klein meetapparaat kunnen mensen tegenwoordig ook zelf de antistolling regelen, eventueel bijgestaan door telefonisch contact met een trombosedienst. Voor het juiste gebruik van dergelijke apparaten kan men bij een trombosedienst een training krijgen waarna de kwaliteit van de antistolling gewaarborgd is.

Bij het gebruik van anticoagulantia moet regelmatig de graad van antistolling worden gemeten. Dit kan gebeuren door controle van:

Op 15 mei 2012 bracht de Gezondheidsraad een rapport uit met de titel: Nieuwe antistollingsmiddelen: een gedoseerde introductie. In dit rapport worden de vier nieuwe middelen rivaroxaban, apixaban, dabigatran en ximelagatran "Nieuwe Orale Anticoagulantia" (NOAC’s) genoemd.[1]

Ander gebruik[bewerken]

Gebruik als rattengif

De anticoagulantia citraat, heparine, oxalaat en EDTA worden gebruikt om bloed dat in afnamebuizen wordt afgenomen vloeibaar te houden.

Anticoagulantia worden ook gebruikt als rattengif. Onder andere warfarine, difenacum en pindon word hiervoor gebruikt.

Anticoagulantia in de natuur[bewerken]

Anticoagulantia zijn aanwezig in het speeksel van bloedzuigende dieren om het bloed na de beet vrijelijk te laten stromen, onder andere:

Het is ook een bestanddeel van veel soorten slangengif.

Bronnen, noten en/of referenties