Boerke Naas

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Boerke Naas is een gedicht van Guido Gezelle. Hij heeft het in oktober 1868 gepubliceerd in Rond den Heerd en nadien in de bundel Liederen, eerdichten et reliqua.[1] Het is een van de bekendste gedichten van Gezelle. "Boerke Naas" werd in Vlaanderen een begrip en komt terug in de naam van onder meer enkele verenigingen. Het thema van het gedicht, een dief die verleid wordt om zijn munitie op te schieten, is historisch reeds langer gekend.

Tekst[bewerken | brontekst bewerken]

BOERKE NAAS

Wie heeft er ooit het lied gehoord,
het lied van Boerke Naas?
't En ha, 't is waar, geen leeuwenhert,
maar toch, 't en was niet dwaas.

Boer Naas die was twee runders gaan
verkoopen naar de steê
en bracht, als hij naar huis toe kwam,
zes honderd franken meê.

Boer Naas, die maar een boer en was,
nochtans was scherp van zin,
hij ging en kocht een zevenschot,
en stak daar kogels in.

Alzoo kwam Naas, met stapkes licht,
en met de beurze zwaar;
hij zei: 'Och 'k wilde dat ik thuis
en in mijn bedde waar!'

Al met nen keer, wat hoort boer Naas,
juist bacht hem in den tronk?
Daar roert entwat, daar loert entwat:
't docht Naasken dat 't verzonk!

En, eer dat 't veintjen asem kreeg,
zoodanig was 't ontsteld,
daar grijpen Naas twee vuisten vast,
en 't ligt daar, neêrgeveld.

't En hoorde noch 't en zag bijkan,
't en voelde bijkan niet,
't en zij dat 't een pistole zag,
en zeggen hoorde: '... Ik schiet!'

'Ik schiet, zoo gij, op staanden voet,
niet al uw geld en geeft;
en g'hebt, van zoo gij roert, me man,
uw laatsten dag geleefd!'

Boer Naas, die alle dagen vijf
zes kruisgebeden bad,
om lang te mogen leven, peist
hoe hij in nesten zat!

'Wat zal ze zeggen,' kreesch boer Naas,
'wanneer ik t' huiswaard keer?
Hij heeft het weêrom al verbuisd!
die zatlap, nog nen keer!'

'Hoort hier, mijn vriend, believe 't u,
toogt dat gij mij minzaam zijt,
och, schiet ne kogel deur mijn hoed
en spaart mij 't vrouwverwijt!

'k Zal zeggen, als ik thuis geraak:
men heeft mijn geld geroofd,
en, letter schilde 't of ik had
nen kogel deur mijn hoofd!'

De dief, die meer van kluiten hield
als van boer Naas zijn bloed,
schoot rap ne kogel deur en deur
de kobbe van z'nen hoed.

'Bedankt!' zei Naas, en greep zijn slep:
'schiet nog een deur mijn kleed!'
De dief legt aan en Naasken houdt
zijn pitelerken g'reed.

'Schiet nog een deur mijn broek,' zei Naas,
'toen peist me wijf, voorwaar,
als dat ik; bij mirakel, ben
ontsnapt aan 't lijfsgevaar.'

De roover zegt: 'Nu zal 't wel gaan,
waar is uw beurze, snel:
'k en heb noch tijd noch kogels meer ...'
'Ik wel,' zegt Naas, 'ik wel!'

Zijn zevenschot haalt Naas toen uit
en spreekt: 'Is 't dat ge u niet,
in een- twee- drie, van hier en pakt,
gij galgendweil, ik schiet!

'Ik schiet, van als gij nader komt,
uw dommen kop in gruis,
en, zoo gij Naas nog rooven wilt,
laat uw verstand niet thuis!'

En loopen dat die roover dei,
de beenen van zijn lijf,
zoo snel dat 't onbeschrijflijk is,
hoe snel ook dat ik schrijf!

Hier stoppe ik. Dichte een ander nu
ne voois op boerke Naas;
't is waar, 't en was geen leeuwenhert,
maar toch, 't en was niet dwaas!

Verklaring[bewerken | brontekst bewerken]

Enkele woorden in dit gedicht zijn geen Standaardnederlands of zijn minder gebruikelijk.

  • bacht : achter
  • tronk: boomstam (knotwilg)
  • kruisgebeden : gebeden met uitgestrekte armen verricht
  • van: door
  • ware ... verloze: zou verliezen
  • letter: weinig
  • kobbe: bol
  • pitelerken: slipjasje
  • toen: dan
  • peist: denkt
  • van als: zodra
  • voois: wijsje

Thema[bewerken | brontekst bewerken]

Het thema, een rover die verleid wordt om zijn munitie te verspillen, is een gekend thema.[2] Zo is er een treffende overeenkomst tussen Boerke Naas en een verhaaltje uit de Nederlandse krant Tydinghe uyt Verscheyden Quartieren uit 1649.[3] Hier wordt bericht over een boer die zijn jaarlijkse belastingen naar de overheid wil brengen. Onderweg wil een ruiter hem beroven van zijn geld. De boer vraagt om een gat door zijn hoed en zijn "rock" (mantel) te schieten. De rover schiet zijn beide pistolen leeg, waarna de boer hem van zijn paard trekt en doodt. Dit soort verhalen is in de internationale volksverhalencatalogus gekend onder de naam "The robber disarmed".

Auteurschap[bewerken | brontekst bewerken]

In 2011 beweerde Guido Lauwaert dat eigenlijk Eugeen van Oye de oorspronkelijke auteur van het gedicht was.[4] Gezelle zou, volgens hem, meer werk van zijn leerlingen als eigen werk hebben uitgegeven. Nog niet publiek gemaakte bronnen van het Gezellehuis zouden dit bewijzen.

De bewering van Lauwaert lijkt op niets te berusten, want van bronnen hierover in het Gezellehuis of het Gezellearchief is geen spoor gevonden. [5] Guido Gezelle heeft zelf de herkomst van "Boerke Naas" toegelicht bij de eerste publicatie van het gedicht in Rond den Heerd[6], en verwezen naar kardinaal Nicholas Wiseman, die hem persoonlijk de grap had verteld. Jozef Boets bevestigde de Wiseman-versie.[7]

Over Van Oye-gedichten die als Gezellewerk zouden bekend hebben gestaan, is er maar één tekst bekend, een kwatrijn in Van Oyes dichtbundel Vonken en Stralen, dat voordien naamloos was verschenen in Rond den Heerd op 15 december 1866, vandaar de verwarring. Het luidde:

Vergeefs zal ooit onschoone hand
naar schoonheid willen grijpen:
men kan den eenen diamant
maar met den anderen slijpen!

Het was per vergissing dat dit kwatrijn later aan Gezelle werd toegeschreven. Het werd nog wel, voor de volledigheid, in het Verzameld Dichtwerk bij de kleengedichtjes opgenomen, maar met de vermelding dat het niet van Gezelle was.[8] Naast het duidelijk bewijs door de opname in de dichtbundel van Van Oye, is er het kwatrijn zelf met het on-Gezelliaans woord onschoone en met een moeizame tekst die duidelijk wijst op een andere auteur dan Gezelle, die op een heel andere manier tevoorschijn komt in de zwierige, humoristische, volkse en vlotte tekst van "Boerke Naas".

Boerke Naas als inspiratiebron[bewerken | brontekst bewerken]

Boerke Naas was de inspiratiebron voor de naam van verschillende verenigingen en andere zaken:

  • Het is de naam van een volkskunstgroep uit Sint-Niklaas.[9]
  • Het is de naam van een vereniging voor gehandicapten te Nijlen.

Literatuur[bewerken | brontekst bewerken]

  • Jurjen van der Kooi, Boerke naas, in: A.J. Dekker, J. van der Kooi en Theo Meder, Van Aladdin tot Zwaan kleef aan. Lexicon van sprookjes: ontstaan, ontwikkeling, variaties, 1997, p. 67-69