Naar inhoud springen

Boksnuitkevers

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Boksnuitkevers
Grootkopsnuittor (Platystomos albinus)
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Arthropoda (Geleedpotigen)
Klasse:Insecta (Insecten)
Orde:Coleoptera (Kevers)
Onderorde:Polyphaga
Infraorde:Cucujiformia
Superfamilie:Curculionoidea (Snuitkevers)
Familie
Anthribidae
Billberg, 1820[1]
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Boksnuitkevers op Wikispecies Wikispecies
(en) World Register of Marine Species
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Insecten

De boksnuitkevers (Anthribidae) zijn een familie van kevers. De kevers zijn met maximaal 15mm van gemiddelde grootte en worden overwegend gekenmerkt door hun brede en enigszins afgeplatte monddelen met forse kaken. De monddelen zijn sterk parallel uitgegroeid waardoor ze op een hoekige 'snuit' lijken, het 'rostrum' genaamd. Enkele soorten, vooral uit de onderfamilie van de Choraginae, zijn minder fors van bouw en hebben geen bijzonder uitgerekte monddelen. De voelsprieten van de Anthribidae zijn niet geknikt en kunnen opvallend lang zijn. In enkele gevallen overschrijden deze zelfs het halsschild tot ver over de dekschilden. Hun Nederlandstalige benaming als 'bok'snuitkevers ontlenen ze, naar analogie met de 'boktorren' (Cerambycidae), aan deze lange voelsprieten.

Boksnuitkevers worden overwegend aangetroffen op de stam, takken of onder de schors van stervend en dood hout. Niet zelden is het hout met schimmels en zwammen doorgroeid. Enkele soorten vertonen een bleek vlekkenpatroon op dekschilden en kop waardoor zij op het mycelium en de zwammen niet opvallen. De larven van de Anthribidae ontwikkelen zich in dood en beschimmeld hout waarbinnen ze gangen graven. Mogelijk is er een verband tussen de graad van beschimmeling van het hout en de ontwikkeling van de larven. De volwassen dieren van de meeste soorten zijn mycetofaag en voeden zich met schimmels op of onder de schors. Soorten in het geslacht Brachytarsus zijn zoöfaag en maken onder schors jacht op schild- en bladluizen. Araecerus fasciculatus is een andere uitzondering. Deze exoot uit de tropen wordt met koffie- en cacaobonen geïmporteerd, waarbinnen zich de larven ontwikkelen.

In Europa komen 67 soorten boksnuitkevers voor waarbij 25 soorten bekend zijn voor Midden-Europa. In Nederland zijn 16 soorten waargenomen (Nederlands Soortenregister), België meldt 21 soorten (Curculionoidea de Belgique) en voor Duitsland zijn eveneens 21 soorten gekend (Verzeichnis der Käfer Deutschlands). De familie wordt onderverdeeld in drie onderfamilies; Anthribinae, Choraginae en Urodontinae. Boksnuitkevers uit de onderfamilie van de Anthribinae zijn het meest soortenrijk en worden doorgaans frequent aangetroffen. Zo behoren Platyrhinus resinosus (Scopoli, 1763), Platystomos albinus (Linnaeus, 1758) en Tropideres albirostris (Schaller, 1783) tot algemene Anthribidae in onze bosgebieden.

Onderverdeling

[bewerken | brontekst bewerken]

De familie is als volgt onderverdeeld:[2]

Europese soorten

[bewerken | brontekst bewerken]

Anthribinae Billberg, 1820

Choraginae Kirby, 1819

Urodontinae C.G. Thompson, 1859