Bolderkar-affaire

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Exterieur van kinderdagverblijf De Bolderkar in 1988

De Bolderkar-affaire in 1988 had betrekking op vermeend seksueel misbruik, geconstateerd door een orthopedagoge bij medisch kinderdagverblijf De Bolderkar in Vlaardingen. De leiding van het kinderdagverblijf meldde dit bij justitie. Veertien kinderen werden bij de ouders weggehaald en uit huis geplaatst, terwijl de vaders werden opgepakt. Uiteindelijk ging iedereen vrijuit, omdat de bewijsvoering vrijwel uitsluitend was gebaseerd op de omstreden poppenmethode, waarbij gebruik werd gemaakt van speciaal ontwikkelde poppen met geslachtsdelen. Aan de kinderen werd gevraagd wat je daarmee kon doen.

De affaire begon met de toen driejarige Elise Watts. Ze had een lichte lichamelijke handicap, waardoor ze regelmatig omviel en vaak blauwe plekken had. De orthopedagoge van het kinderdagverblijf vermoedde dat er meer aan de hand was en ondervroeg haar met de poppenmethode, hoewel ze daar geen adequate training voor had gehad. Op grond van haar bevindingen werd de conclusie getrokken dat de vader van Elise haar seksueel had misbruikt. Daarna werd bij dertien andere kinderen dezelfde conclusie getrokken.

De strafzaak tegen de vader van Elise resulteerde in vrijspraak, zowel bij de rechtbank als in hoger beroep. De strafzaken tegen de andere vaders werden geseponeerd wegens gebrek aan bewijs. Intussen waren drie vaders gezwicht voor de harde verhoormethodes en hadden niet-gepleegde incest bekend. Later zijn ze op die verklaringen teruggekomen.

Externe bronnen[bewerken]

Zie ook[bewerken]