Composthoop

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een open composthoop.
Een gesloten compostvat.

Een composthoop is een hoop in een tuin of een park waarop organisch materiaal, voornamelijk plantaardig afval, door natuurlijke processen verteert, en verandert in compost. Op een composthoop kan alles gegooid worden wat groeit in de natuur en onbehandeld is. Ongekookt groente-, fruit- en tuinafval, waaronder bladafval, gemaaid gras, klein gemaakte takken en gewied onkruid kunnen hier gedeponeerd worden. Door natuurlijke verterings- en afbraakprocessen waarbij schimmels en bacteriën en ook vele lagere dieren, zoals wormen, betrokken zijn, zal dit afval op den duur verteren, en veranderen in compost. Als gevolg van dit composteringsproces kan de temperatuur in zo'n composthoop sterk oplopen (tot wel 70°C).

Gekookte etensresten bevatten vaak zout of vet, stoffen die het verteringsproces nadeling beïnvloeden. Daarom is het niet verstandig om deze in een composthoop te verwerken. Gekookte groenten zonder toevoegingen kunnen in kleine porties wel gecomposteerd worden. Grotere porties kunnen een ongewenste brij vormen, die niet goed verteert.[1]

Plantenresten die met gif zijn behandeld, zijn niet geschikt voor een composthoop, omdat het gif de voor de omzetting noodzakelijke bacteriën en schimmels kan doden. Wat ook niet gebruikt mag worden, zijn koolstronken met knolvoetziekte. De sporen van deze hardnekkige schimmels worden niet gedood. Ook moet men voorzichtig zijn met andere zieke plantendelen. Als de temperatuur in de hoop niet voldoende hoog wordt, blijven de ziektekiemen leven en zullen later weer verspreid worden Er mogen ook geen dikke lagen gras of boomblad op de composthoop, tenzij ze zijn vermengd met luchtiger materiaal. Tussen dikke lagen gras en boomblad zit geen lucht. De lagen koeken hierdoor op elkaar en worden door gebrek aan zuurstof niet omgezet.

De snelheid van het proces en de kwaliteit van het resultaat kunnen in positieve zin worden beïnvloed door een aantal relatief eenvoudige maatregelen.

Door de afvalmaterialen in een compostbak of compostsilo te verzamelen kan het broeiproces bevorderd worden en wordt het uitdrogen van het plantenafval voorkomen. Verder dient de composthoop bij voorkeur in de schaduw te liggen, eveneens om uitdroging te voorkomen.

Ook is het belangrijk de hoop of bak luchtig te houden en de verschillende 'groene' materialen (gras, bladeren, keukenafval, eierschalen en koffiefilters) en bruine plantaardige materialen (takken, zaagsel, stro) in verschillende lagen aan te brengen. Nogal wat tuiniers voegen kalk bij, zogezegd tegen de verzuring: dat is een misvatting, want kalk zorgt er juist voor dat stikstof in de vorm van ammoniak vervliegt.

Na enige maanden kan de compost 'gekeerd' worden; bij een compost-bak/silo kan meestal via een losse plank onderaan begonnen worden met de compost. Deze is tenslotte al het langst aan het 'composteren'. Bij een echte hoop gaat dit niet. Daar zal dus de hele hoop, dan wel het oudste stuk tot bovenaan gekeerd moeten worden.

De verzamelde compost kan ook nog gezeefd worden met grove en/of fijne compostzeven, bijvoorbeeld van kuiken- of centimetergaas. Het grove materiaal kan als tussenlaag in de nieuwe composthoop verwerkt worden of als winterdeklaag worden gebruikt om overjarige planten en wortelstronken te beschermen tegen vorst. Het fijne materiaal kan gebruikt worden als pH-regelaar voor zure grond (compost is lichtbasisch met een pH van ongeveer 8), als bemestingsmateriaal voor planten en ook om op een geheel nieuwe hoop het composteringsproces te starten.