Computerondersteunde communicatie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Computerondersteunde communicatie (computer-mediated communication, CMC) is elke communicatieve handeling tussen personen die met behulp van een netwerk van twee of meer computers plaatsvindt.[1] Hoewel de term traditioneel wordt gebruikt om communicatie met computerondersteunde middelen aan te duiden (bijvoorbeeld instant messaging (IM), e-mail, chatrooms), is het ook gebruikt voor andere vormen van interactie met teksten, zoals sms.[2] Het onderzoek in computerondersteunde communicatie concentreert zich voornamelijk op de sociale effecten van de verschillende technologieën in computerondersteunde communicatie. Er is de laatste tijd veel onderzoek gedaan naar sociale netwerksites die worden ondersteund door sociale software.

Geschiedenis[bewerken]

De mogelijkheid om met elkaar via een hulpmiddel over grote afstand te communiceren kreeg aan het begin van de 20e eeuw veel aandacht.[2]. De mogelijkheid om met elkaar elektronisch berichten te versturen (e-mail) binnen bedrijven en later ook tussen bedrijven kan worden gezien als een eerste serieuze toepassing van CMC, al kan er eveneens worden gesteld dat een dergelijke vorm van communicatie ook al tijdens de Tweede Wereldoorlog plaatsvond. Vanaf de jaren 90 kwam er in steeds meer huishoudens een computer met internetverbinding, waardoor het gemakkelijker werd om met andere, onbekende personen contact te leggen. Vooral dit was voor veel onderzoekers reden om onderzoek te doen naar de gevolgen van CMC.

Afbakening van het onderwerp[bewerken]

Wetenschappers uit uiteenlopende onderzoeksgebieden houden zich bezig met verschijnselen die onder de paraplu van computerondersteunde communicatie en CHM kunnen worden geschaard. Veel wetenschappers bekijken computerondersteunde communicatie vanuit een sociopsychologische invalshoek. Hierbij bestuderen ze hoe mensen "computers" (of nieuwe media) gebruiken bij hun interactie met andere mensen, om zich een indruk van iemand te geven, en om relaties aan te gaan en te onderhouden.[3][4] Deze onderzoeken concentreren zich vaak op het verschil tussen interactie online en offline, hoewel wetenschappers tegenwoordig steeds meer van mening zijn dat computerondersteunde communicatie moet worden onderzocht als een onderdeel van het dagelijks leven.[5] Een andere tak van onderzoek naar computerondersteunde communicatie bekijkt het gebruik van paralinguïstieke elementen zoals emoticons, pragmatische regels zoals beurtwisseling,[6] sequentie-analyse en gespreksorganisatie,[7][8] en de vele verschillende sociolecten, stijlen, registers of verzamelingen van terminologie die kenmerkend zijn voor deze omgevingen (zie Leet). In deze onderzoeksgebieden wordt taal over het algemeen onderzocht in computerondersteunde communicatie die gebruikmaakt van tekst. Dit wordt ook wel "computerondersteunde discourse analyse" genoemd.[9]

De manieren waarop mensen met elkaar communiceren in beroepsmatig, sociaal en onderwijskundig verband zijn zeer uiteenlopend. Het hangt niet alleen af van de omgeving waarin ze zich bevinden, maar ook van de wijze waarop de communicatie plaatsvindt, in dit geval door middel van computers of andere informatie- en communicatietechnologieën (ICT). De studie van communicatie om samenwerking te bereiken - gemeenschappelijke resultaten van het werk - wordt computerondersteunde samenwerking genoemd. Het omvat slechts enkele van de andere onderzoeksterreinen binnen het onderzoek naar computerondersteunde communicatie.

Onder andere e-mail, videoconferenties, VoIP of chatten (praten via tekst, met inbegrip van "instant messaging"), internetfora, discussielijsten en MMO's zijn populaire vormen van computerondersteunde communicatie.[10] Deze stand van zaken is razendsnel aan het veranderen door de ontwikkeling van nieuwe technologieën. Weblogs zijn ook populair geworden, en de uitwisseling van RSS gegevens heeft het voor elke gebruiker makkelijker gemaakt om "zijn eigen uitgever te worden".

Kenmerken[bewerken]

Als communicatie die plaatsvindt met computerondersteunde middelen heeft dat invloed op veel verschillende aspecten van de interactie. Enkele aspecten die zijn behandeld in de wetenschappelijke literatuur zijn de vorming van een indruk, misleiding, groepsdynamiek, ongeremdheid en in het bijzonder de vorming van relaties.

Computerondersteunde communicatie wordt onderzocht en vergeleken met andere communicatiemiddelen op een aantal aspecten die als algemeen worden beschouwd in alle vormen van communicatie. Hieronder vallen bijvoorbeeld synchroniciteit, blijvendheid of "registreerbaarheid', en anonimiteit. Het verband tussen deze aspecten en de verschillende vormen van communicatie lopen zeer uiteen. Zo is het bijvoorbeeld inherent aan instant messaging dat het synchroon is, maar niet blijvend, aangezien alle inhoud verloren gaat als het gespreksvenster gesloten wordt, tenzij de gebruiker heeft ingesteld dat de berichten worden opgeslagen of met de hand het gesprek heeft gekopieerd. Aan de andere kant zijn e-mail en internetfora nauwelijks synchroon, aangezien de tijd tussen de berichten uiteenloopt, maar zeer blijvend omdat de berichten die worden gestuurd en ontvangen worden opgeslagen. Andere kenmerken die computerondersteunde communicatie van andere media onderscheiden zijn de vergankelijkheid ervan, het veelvormige karakter, en de betrekkelijke afwezigheid van regulerende gedragsregels.[11] Door middel van computerondersteunde communicatie kunnen fysieke en sociale beperkingen overwonnen worden waaraan andere vormen van communicatie wel onderworpen zijn. Daardoor is er interactie mogelijk tussen mensen die niet lijfelijk in dezelfde ruimte zijn.

Anonimiteit en voor een deel ook privacy en veiligheid hangen meer af van de context en het specifieke programma dat wordt gebruikt of de website die wordt bezocht. De meeste onderzoekers van dit terrein erkennen desondanks dat het niet alleen belangrijk is om rekening te houden met de technische "beperkingen", maar ook met de psychologische en sociale gevolgen van deze factoren.

Soorten[bewerken]

Computerondersteunde communicatie kan worden verdeeld in een synchrone en een asynchrone soort. Bij synchrone communicatie zijn alle deelnemers op hetzelfde moment online (zoals IRC), terwijl bij asynchrone communicatie de communicatie plaatsvindt met beperkingen in de tijd (zoals e-mail en sms). Asynchrone communicatie als e-mail wordt gekozen voor uitgestelde, gecontroleerde en langere berichten. E-mail heeft ook de voorkeur als er negatieve emotie in het spel is, omdat er meer afstand is tot de ontvanger ("beschermend" effect). Een ander voordeel van asynchrone communicatie voor de zender is dat deze meer tijd heeft om over het bericht na te denken. Er kan dus bewust worden nagedacht over de invulling van de tekst, wat juist weer lastiger is bij synchrone communicatie. Aan de andere kant gebruiken mensen liever synchrone communicatie als IM om onmiddellijk goed nieuws te vertellen. Het wordt ook gebruikt omdat het mogelijk is meerdere dingen tegelijk te doen tijdens het chatten. Een voordeel van synchrone communicatie is dat dit - in tegenstelling tot asynchrone communicatie - dichter bij het gevoel komt dat je daadwerkelijk met iemand een gesprek voert (zoals face-to-face).

Taalonderwijs[bewerken]

In het taalonderwijs wordt er veel over computerondersteunde communicatie gesproken, omdat computerondersteunde communicatie taalstudenten mogelijkheden biedt om hun taalbeheersing te oefenen.[12] Warschauer[13] heeft bijvoorbeeld een aantal casestudies gedaan naar het gebruik van e-mail of internetfora in verschillende taallessen. Warschauer beweert dat informatie- en communicatietechnologie "de vroegere scheiding tussen spreken ... en schrijven overbrugt".[14] Als gevolg van de opkomst van het internet is men behoorlijk ongerust geworden over het onderzoek naar lezen en schrijven in T2.

Noten[bewerken]

  1. McQuail, Denis. (2005). Mcquail's Mass Communication Theory. 5de ed. London: SAGE Publications.
  2. a b Thurlow, C., L. Lengel, en A. Tomic. (2004). Computer mediated communication: Social interaction and the internet. London: Sage.
  3. Walther, J. B. (1996). ‘Computer-mediated communication: Impersonal, interpersonal, and hyperpersonal interaction.’ In: Communication Research, 23, blz 3 - 43.
  4. Walther, J. B., en J.K. Burgoon. (1992). ‘Relational communication in computer-mediated interaction.’ In: Human Communication Research, 19, blz. 50 - 88.
  5. Haythornthwaite, C. en B. Wellman. (2002). ‘The Internet in everyday life: An introduction.’ In: B. Wellman and C. Haythornthwaite (Eds.), The Internet in Everyday Life Oxford: Blackwell. blz 3 - 41
  6. Garcia, A. C., en J.B. Jacobs. (1999). ‘The eyes of the beholder: Understanding the turn-taking system in quasi-synchronous computer-mediated communication.’ In: Research on Language & Social Interaction, 32, blz 337 - 367.
  7. Herring, S. (1999). ‘Interactional coherence in CMC.’ In: Journal of Computer-Mediated Communication, 4(4). http://jcmc.indiana.edu/vol4/issue4/herring.html
  8. Markman, K. M. (2006). ‘Computer-mediated conversation: The organization of talk in chat-based virtual team meetings.’ In: Dissertation Abstracts International, 67 (12A), blz 4388. (UMI No. 3244348)
  9. Herring, S. C. (2004). ‘Computer-mediated discourse analysis: An approach to researching online behavior.’ In: S. A. Barab, R. Kling, en J. H. Gray (Eds.), Designing for Virtual Communities in the Service of Learning New York: Cambridge University Press. blz. 338-376.
  10. Bishop, J. (2009). ‘Enhancing the understanding of genres of web-based communities: The role of the ecological cognition framework.’ In: International Journal of Web-Based Communities, 5(1), blz 4 - 17. beschikbaar online
  11. McQuail, Denis. (2005). Mcquail's Mass Communication Theory. 5th ed. London: SAGE Publications.
  12. Abrams, Z. (2006). ‘From Theory to Practice: Intracultural CMC in the L2 Classroom.’ Hoofdstuk van een nog te verschijnen boek, In: Ducate, Lara & Nike Arnold (Eds.) Calling on CALL: From Theory and Research to New Directions in Foreign Language Teaching.
  13. Warschauer, M. (1998). Electronic literacies: Language, culture and power in online education. Mahwah, NJ: Lawrence Erlbaum Associates.
  14. Warschauer, M. (2006). Laptops and literacy: learning in the wireless classroom: Teachers College, Columbia University.

Bibliografie[bewerken]

  • Ahern, T.C., K. Peck en M. Laycock. (1992). ‘The effects of teacher discourse in computer-mediated discussion.’ In: Journal of Educational Computing Research, 8(3), blz. 291 - 309.
  • Angeli, C., N. Valanides, en C.J. Bonk. (2003). ‘Communication in a web-based conferencing system: The quality of computer-mediated interactions.’ In: British Journal of Educational Technology, 34(1), blz. 31 - 43.
  • Bannan-Ritland, B. (2002). ‘Computer-mediated communication, elearning, and interactivity: A review of the research.’ In: Quarterly Review of Distance Education, 3(2), blz. 161 - 180.
  • Christopher, M.M., J.A. Thomas en M.K. Tallent-Runnels. (2004). ’Raising the Bar: Encouraging high level thinking in online discussion forums.’ In:Roeper Review, 26(3), blz. 166 - 171.
  • Cooper, M.M., en C.L. Selfe. (1990). ‘Computer conferences and learning: Authority, resistance, and internally persuasive discourse.’ In: College English, 52(8), blz. 847 - 869.
  • Forman, E.A. (2000). ‘Knowledge building in discourse communities.’ In: Human Development, 43(6), blz. 364 - 368.
  • Gabriel, M.A. (2004). ‘Learning together: Exploring group interactions online.’ In: Journal of Distance Education, 19(1), blz. 54 - 72. British Journal of Educational Technology, 36(1), blz. 5 - 18.
  • Gunawardena, C.H., A.C. Nolla, P.L. Wilson, Jr. Lopez-Isias, e.a. (2001). ‘A cross-cultural study of group process and development in online conferences.’ In: Distance Education, 22(1), blz: 85 - 122.
  • Hara, N., C.J. Bonk, en C. Angeli. (2000). ‘Content analysis of online discussion in an applied educational psychology course.’ In: Instructional Science, 28, blz. 115 - 152.
  • Hewitt, J. (2001). ‘Beyond threaded discourse.’ In: International Journal of Educational Telecommunications, 7(3), blz. 207 - 221.
  • Hewitt, J. (2003). ‘How habitual online practices affect the development of asynchronous discussion threads.’ In: Journal of Educational Computing Research, 28(1), blz. 31 - 45.
  • Javela, S., C.J. Bonk, en S.L. Sirpalethti. (1999). ‘A theoretical analysis of social interactions in computer-based learning environments: Evidence for reciprocal understandings.’ In: Journal of Educational Computing Research, 21(3), blz. 363 - 388.
  • Jones, G., en B. Schieffelin. (2009). ‘Enquoting Voices, Accomplishing Talk: Uses of Be+Like in Instant Messaging.’ In: Language & Communication, 29(1), blz. 77 - 113.
  • Jones, G., en B. Schieffelin. (2009). ‘Talking Text and Talking Back: "My BFF Jill" from Boob Tube to YouTube.’ In: Journal of Computer-Mediated Communication, 14(4), blz.1050 - 1079.
  • Kalman, Y. M. en S. Rafaeli. (2007-05-23). Modulating Synchronicity in Computer-Mediated Communication. Paper gepresenteerd op de jaarlijkse bijeenkomst van de International Communication Association, TBA, San Francisco, CA Online. 2010-01-24 HTML-versie
  • Kirk, J.J., en R.L Orr. (2003). A primer on the effective use of threaded discussion forums. ERIC document.
  • Lapadat, J.C. (2003). ‘Teachers in an online seminar talking about talk: Classroom discourse and school change.’ In: Language and Education, 17(1), blz 21 - 41.
  • Leinonen, P., S. Jarvela, en L. Lipponen. (2003). ‘Individual students’ interpretations of their contribution to the computer-mediated discussions.’ In: Journal of Interactive Learning Research, 14(1), blz. 99 - 122.
  • Lin, L. (2008). ‘An online learning model to facilitate learners’ rights to

education.’ In: Journal of Asynchronous Learning Networks (JALN), 12(1), blz. 127 - 143. [Speciale uitgave, geplubiceerd door Sloan-C JALN in samenwerking met vijf andere internationale tijdschriften: http://www.distanceandaccesstoeducation.org/]

  • Lin, L., P. Cranton, en B. Bridglall. (2005). ‘Psychological type and asynchronous written dialogue in adult learning.’ In: Teachers College Record, 107(8), blz. 1788 - 1813.
  • MackNnight, C.B. (2000). ‘Teaching critical thinking through online discussions.’ In: Educause Quarterly, 4, blz. 38 - 41.
  • Poole, D.M. (2000). ‘Student participation in a discussion-oriented online course: A case study.’ In: Journal of Research on Computing in Education, 33(2), blz. 162 - 176.
  • Schrire, S. (2003). ‘A model for evaluating the process of learning in asynchronous computer conferencing.’ In: Journal of Instructional Delivery Systems, 17(1), blz. 6 - 12.
  • Vonderwell, S. (2002). ‘An examination of asynchronous communication experiences and perspectives of students in an online course: A case study.’ In: The Internet and Higher Education, 6, blz. 77 - 90.
  • Wade, S.E., en J.R. Fauske. (2004). ‘Dialogue online: Prospective teachers’ discourse strategies in computer-mediated discussions.’ In: Reading Research Quarterly, 39(2), blz. 134 - 160.
  • Wu, D., en S.R. Hiltz. (2004). ‘Predicting learning from asynchronous online discussions.’ In: Journal of Asynchronous Learning Networks, 8(2), blz. 139 - 152.