Concessie (gebied)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een concessie of pachtgebied is in internationaal recht een gebied dat wordt geregeerd door een ander land of een andere entiteit dan het land dat er de soevereiniteit over heeft. Het land dat de soevereiniteit houdt heeft een concessie gegeven om het gebied, soms voor een bepaalde tijd, te besturen.

In de meeste gevallen worden concessies verleend door een zwakker land aan een sterker land, en is er sprake van een min of meer koloniale verhouding.

Bekende concessies[bewerken]

Het onderstaande overzicht is onvolledig.

Veel concessies werden verleend door de zwakke Qing-dynastie in China aan het eind van de negentiende en begin van de twintigste eeuw. Bij de zogenaamde "ongelijke verdragen" stemde het in om een lange lijst van territoria (meestal havens, soms met achterland) in concessie te geven aan Europese mogendheden en Japan. De hoofdvogel was de natuurlijke haven Hongkong, met (later fors uitgebreid) hinterland, die een rijke Britse kroonkolonie werd. Deze werd uiteindelijk teruggegeven aan China (intussen een communistische volksrepubliek) ongeveer gelijktijdig met Macao, waar de Portugezen een vette kluif aan hadden. Een ander voorbeeld is de Internationale Concessie van Shanghai. Ook België had een dergelijke Chinese concessie in Tianjin.

In 1903 sloot de VS een pachtverdrag met Panama, dat het bestuur over de Panamakanaalzone en de exploitatie van het (dan nog te realiseren) Panamakanaal overdroeg aan een door het VS-ministerie van defensie gecontroleerde Panama Canal Company. Panama kreeg het bestuur terug in 1979, de operationele controle van de Kanaalautoriteit in 1999.

In 1903 sloot de VS ook een pachtverdrag voor haar vlootbasis Guantánamo Bay op Cuba, die sinds de verlenging bij verdrag op 31 Mei 1934 voor onbepaalde duur is (enkel te beëindigen bij wederzijds akkoord), en de volle uitoefening van de soevereiniteit toelaat. Hier zwaaien de militaire (vloot)basis-commandanten de plak. het werd berucht als site van de speciale militaire gevangenis voor terreur-verdachten, waar een juridisch vacuüm werd ingeroepen voor op VS-territorium ongeoorloofde praktijken.

Het door de Sovjet-Unie sinds 1955 in de Kazachse SSR gebouwde kosmodroom (ruimte-lanceer- en landingsstation) Bajkonoer (Bayqongyr in het Kazachs; aanvankelijk Leninsk geheten tot 1995) kwam bij het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in onafhankelijk Kazachstan te liggen, maar diende voor het ruimtevaartprogramma dat was overgenomen door Rusland. Op 10 december 1994 werd een pachtverdrag gesloten, dat op 9 januari 2004 (een maand te laat) werd verlengd tot 2050. De akim (gouverneur) van de omliggende Kazachse oblast (provincie) Qızılorda is er wel 'presidentieel gevolmachtigde'.