Cyril Ramaphosa

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Ciril Ramaphosa (2015)

Matamela Cyril Ramaphosa (Soweto, 17 november 1952) is een Zuid-Afrikaanse vakbondsleider, politicus en zakenman. Momenteel is hij vicepresident van Zuid-Afrika en voorzitter van de regeringspartij het Afrikaans Nationaal Congres.

Hij is geboren in Soweto, nabij Johannesburg in de toenmalige Transvaal, en studeerde rechten. In de nadagen van het apartheidsregime richtte hij de Nationale Unie van Mijnwerkers (NUM). op, waarmee hij veel succes had. Na de legalisering van het ANC werd hij in 1991 de eerste secretaris-generaal van de beweging, en eerste onderhandelaar over de afschaffing van de apartheid. Samen met Roelf Meyer van de Nasionale Party, stuurde hij het land naar de eerste democratische verkiezingen in april 1994. Bij de vrijlating uit langjarige gevangenschap van Nelson Mandela droeg Ramaphosa de verantwoordelijkheid voor diens veiligheid.

Jeugdjaren en studie[bewerken]

Nadat hij het grootste deel van zijn kinderjaren in Soweto doorbracht, schreef hij zich in 1971 in aan de Mphaphuli Hogeschool in Sibasa, Venda, om daarna in 1972 een rechtenstudie te starten aan de Universiteit van het Noorden. Op de universiteit raakte Ramaphosa betrokken bij de studentenpolitiek en hij sloot zich aan bij de Zuid-Afrikaanse Studentenorganisatie (SASO) en bij de Black People's Convention (BPC). Het organiseren van een pro-Frelimo bijeenkomst leidde tot zijn arrestatie. Ingevolge Artikel 6 van de Wet op het Terrorisme kreeg hij in een straf van 11 maanden eenzame opsluiting. In 1976 werd hij weer in hechtenis genomen, nu voor een periode van 4 maanden. Na zijn vrijlating werd hij klerk voor een advocatenbureau uit Johannesburg en vervolgde zijn studie aan Universiteit van Zuid-Afrika (UNISA), waar hij in 1981 afstudeerde.

Politiek activist en vakbondsleider[bewerken]

Na het behalen van zijn diploma trad Ramaphosa, als juridisch adviseur, toe tot de Raad van Unies van Suid-Afrika (CUSA). In 1982 richtte hij, in opdracht van de CUSA, een vakbond voor mijnwerkers op; deze vakbond werd nog hetzelfde jaar uitgeroepen tot de Nationale Unie van Mijnwerkers (NUM). Ramaphosa werd in Lebowa gearresteerd op beschuldiging van het organiseren van een bijeenkomst in Namakgale die verboden was door de plaatselijke autoriteiten.

Ramaphosa werd verkozen als de eerste secretaris-generaal van de Unie, een functie die hij bekleedde tot juni 1991. Onder zijn leiding groeide het aantal leden van de vakbond van 6.000 in 1982 tot 300.000 in 1992, ongeveer de helft van het totale aantal werknemers in de zwarte Zuid-Afrikaanse mijnindustrie. Als secretaris-generaal leidde hij de mijnwerkers in een van de grootste stakingen ooit in Zuid-Afrikaanse geschiedenis.

Toen Nelson Mandela werd vrijgelaten uit de gevangenis, was Ramaphosa lid van het Nationaal Ontvangst Comité.

Politicus[bewerken]

In 1991 werd Ramaphosa gekozen tot secretaris-generaal van het ANC en in die functie werd hij hoofd van het onderhandelingsteam van het ANC in de onderhandelingen met de Nationale Partij over het einde van de apartheid. Na de eerste volledig democratische verkiezingen, in 1994, werd Ramaphosa lid van het parlement en als lid werd hij verkozen tot voorzitter van de grondwetgevende vergadering van 24 mei 1994 en speelde een centrale rol in de regering van nationale eenheid.

Nadat hij de race om het presidentschap van Zuid-Afrika van Mbeki had verloren, nam hij in 1997 ontslag uit de politiek en verhuisde naar de particuliere sector, waar hij directeur werd van New-Afrika Investments Limited. In december 2007 werd hij opnieuw gekozen in het ANC Nationaal Uitvoerend Comité.

In augustus 2014 verscheen hij voor een commissie die de dood van 34 mijnwerkers onderzocht tijdens de staking in de platinamijnen rond Marikana, op 16 augustus 2012.[1] Ramaphosa was destijds adviseur van de directie van het Britse mijnbouwbedrijf Lonmin, de eigenaar van de mijn waar wekenlang werd gestaakt voor hoger loon. Ramaphosa had een dag voor de dood van de mijnwerkers een bericht naar Lonmin gestuurd waar hij aandrong op harde maatregelen om de staking te breken.[1] Als adviseur bij Lonmin ontving hij 20.000 euro per maand.

Op 25 mei 2014 werd hij benoemd tot vice-president. Na mei 2014 nam hij afstand van zijn zakelijke belangen om belangenverstrengeling te voorkomen.[2] In mei 2015 trad hij af als voorzitter van het investeringsbedrijf Shanduka Group en een jaar later verkocht hij zijn aandelenbelang van 30% in die groep. Shanduka Group werd door hem in 2001 opgericht en had of heeft belangen in mijnbedrijven, financiële instellingen, de Zuid-Afrikaanse dochter van McDonald's en Coca-Cola fabrieken.[2] Forbes taxeerde zijn vermogen op US$ 275 miljoen in december 2011.[2]

In december 2017 werd Ramaphosa verkozen tot leider van de ANC voor de komende vijf jaren. Hij won met 2440 stemmen tegen 2261 voor zijn opponent Nkosazana Dlamini-Zuma, de ex-vrouw van Jacob Zuma.[3]

Onderscheiding[bewerken]

In 1987 ontving hij de Olof Palme-prijs die dat jaar voor het eerst werd uitgereikt.