Dag (bouwkunde)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
horizontale doorsnede kozijn met
1: steendagmaat, 2: kozijndagmaat en 3: dagmaat glasopening
A: dag of dagzijde van het kozijn, B: dag van de glasopening en C: dag van het metselwerk.

De dag, ook dagkant, dagzijde of negge is het binnenvlak van het materiaal dat een opening omsluit.

De afmeting van de dag, de binnenwerkse maat of de afstand tussen de dagkanten, heet dagmaat. De dagmaat is bij een (enkele) deur, de vrije doorgang gemeten tussen de kozijnstijlen of anders gezegd: de deurbreedte minus tweemaal de sponningdiepte.

' In de dag ' betekent aan de binnenzijde van de opening. ' Op de dag ' betekent over de opening heen. Deze terminologie wordt vooral gebruikt bij het aanbrengen van zonwering als jaloezieën en rolgordijnen.

Buitenkozijn[bewerken]

Als men over een diepe negge spreekt betekent dit dat het kozijn sterk terugliggend is ten opzichte van het buitengevelvlak.

In de architectuur kan men met de negge de schaduw- en dieptewerking van een gevel beïnvloeden. Aan de hand van de diepte van de negge kan het gewenste gevelbeeld verkregen worden.

Bouwbesluit[bewerken]

Het Bouwbesluit dat in Nederland van kracht is, stelt voor de nieuwbouw van woningen en andere gebouwen eisen aan de vrije doorgang en vrije hoogte van kozijnen:

Een toegang van een ruimte, niet zijnde een toegang van een lift, heeft een vrije doorgang met een breedte van ten minste 0,85 m en een hoogte van ten minste de grenswaarde als aangegeven in tabel 4.10. Dit geldt uitsluitend voor: een verblijfsgebied, een verblijfsruimte, een toiletruimte, een badruimte ... en wat er verder volgt in artikel 4.11 van het Bouwbesluit 2003.
De vrije hoogte dient 2,30 m te zijn, enkele uitzonderingen daargelaten.