Dakota Access Pipeline-protesten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Dakota Access Pipeline-protesten
Een stamoudste spreekt demonstranten aan
Een stamoudste spreekt demonstranten aan
Plaats Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten
Periode april 2016 - heden
Aanleiding(en) De voorgenomen aanleg van een pijpleiding die een bedreiging kan vormen voor het ecosysteem en heilige plaatsen.
Protesterende partij(en) Onder andere:

Standing Rock logo.png Standing Rock Sioux
Location of Cheyenne River Indian Reservation.png Cheyenne River Sioux
Crow Creek Flag.svg Crow Creek Sioux
Pine Ridge Flag.svg Oglala Sioux
Rosebud Indian Reservation flag.svg Rosebud Sioux
Ojibweg
Meskwakihaki
Flag of the Cherokee Nation.svg Cherokee Nation
Bandera Quinault.PNG Quinault Indian Nation
ReZpect Our Water logo.png ReZpect our Water
Flag of Northern Cheyenne.svg Noord-Cheyenne
Mandan
Arikara
Veterans Stand for Standing Rock
Amnesty international Logo.svg Amnesty International

De Dakota Access Pipeline-protesten, ook wel NoDAPL genoemd, zijn protesten tegen de aanleg van de Dakota Access Pipeline. Deze pijpleiding zou schalie-olie transporteren van North Dakota naar het zuiden van Illinois. De pijpleiding zou voor een deel onder de Missouri en de Mississippi lopen en onder een deel van het Oahemeer, dicht bij het indianenreservaat Standing Rock, over grond die volgens de Sioux van hen is (verdrag van 1851). De route van de pijpleiding is bijna identiek aan de Keystone XL Pipeline, waarvan de constructie in 2015 was gevetood door President Barack Obama.

In augustus 2016 richtten de Standing Rock Sioux een organisatie op, genaamd ReZpect our Water. Deze actiegroep organiseerde een petitie tegen de constructie van de Dakota Access Pipeline.[1]

Op 3 september 2016 gingen beveiligingsmedewerkers van een particulier bedrijf demonstranten te lijf met pepperspray en aanvalshonden. Onder meer de firma G4S is betrokken bij de beveiliging.[2] De demonstranten wilden bulldozers tegenhouden die een deel van de route van de pijpleiding zouden uitgraven, waardoor schade kon ontstaan aan begraafplaatsen van de indianen. De demonstranten noemden dit een "provocatie van vreedzame weerstand tot geweld."[3] De American Civil Liberties Union sprak zich uit tegen het gebruik van pepperspray en honden.

De politie heeft verscheidene mensen gearresteerd; halverwege oktober 2016 was het aantal arrestaties tot 140 opgelopen. Velen die gearresteerd waren, hebben kenbaar gemaakt dat ze ongebruikelijk en hard zijn behandeld. Arts Sara Jumping Eagle moest haar kleding verwijderen en een onderzoek van de lichaamsholten ondergaan voor wanordelijk gedrag ("disorderly conduct"). Anderen werden door mannelijke agenten naakt gefouilleerd en moesten daarna uren zonder kleren in een cel doorbrengen.[4] Een demonstrant kreeg een hartaanval. Een ander verloor door een schokgranaat een arm. Anderen werden getroffen door rubberkogels of het ijskoude water uit het waterkanon.[5]

Op 27 oktober heeft de politie kampen van demonstranten ontruimd met behulp van LRAD's, traangas en stunbags. Demonstranten reageerden hierop door barricades te bouwen, zichzelf aan werktuigen voor de constructie van de Dakota Access Pipeline vast te maken en deze werktuigen te vandaliseren.[6] Minstens 141 mensen werden die dag gearresteerd.

Nadat de gouverneur van North Dakota voor 5 december een ultimatum had afgekondigd om het kamp te ontruimen, kondigde op 4 december het US Army Corps of Engineers - dat het Oahemeer beheert - aan dat het een alternatieve route voor de pijpleiding zou onderzoeken en een milieueffectrapportage laten opstellen.[7][8][9] De demonstranten wilden echter blijven, omdat aankomend president Donald Trump (die zelf heeft geïnvesteerd in het uitvoerend bedrijf Energy Transfer Partners[10]) liet weten dat hij de pijpleiding volgens plan wil voltooien.[11] Op 24 januari 2017 tekende president Trump een decreet voor de versnelde aanleg van de pijpleiding.[12]

Zie ook[bewerken]