De Loë

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De Loë (ook: Von Loe en De Loë-Imstenraedt) is een oud adellijk geslacht, oorspronkelijk van Westfalen waarvan leden vanaf 1814 tot de Nederlandse adel behoren.

Geschiedenis[bewerken]

De stamreeks begint met Wessel vamme Loe, vermeld te Recklinghausen tussen 1359-1378, overleden voor 1404. Van diens zoon Henrich stamt Hendrik Jan van Loe (1753-1832), officier, benoemd in 1814 in de ridderschap van Gelderland en daardoor opgenomen in de Nederlandse adel met het predicaat jonkheer; met hem stierf deze Nederlandse adellijke tak uit.

Van een tweede zoon van Wessel, ook Wessel genoemd en vermeld 1397-1445, stammen alle nu nog levende leden van het Nederlandse adellijke geslacht De Loë af. Een nakomeling van Wessel is Frans de Loë-Imstenraedt (1789-1838) die in 1816 werd benoemd in de ridderschap van Limburg met de titel van baron op allen. Deze tak bezit sinds de 17e eeuw kasteel en heerlijkheid Mheer en bewoont nog steeds dit kasteel. Daarnaast bezit deze tak ook de heerlijkheid en het kasteel Wissen, maar die is in bezit van de Duitse adellijke tak. Door de eeuwen heen, tot nu, zijn er zeer nauwe betrekkingen tussen de Nederlandse tak De Loë en de Duitse adel.

Bastaardtak[bewerken]

Bruen van den Loe, geboren omstreeks 1445, was een natuurlijke zoon van Johan van den Loe, ridder, geboren omstreeks 1405, overleden 1476; deze Johan was een kleinzoon van de genoemde stamvader Wessel vamme Loe. Van Bruen stamt de in het Nederland's Patriciaat opgenomen familie Van de Loo-van der Loo.

Enkele telgen[bewerken]

Gerhard Anton Edmond Assuerus Clemens August des H.R. Rijksbaron von Loë-Imstenraedt, heer van Wissen, Konradsheim, Mheer en Imstenrade (1749-1813)

Literatuur[bewerken]