De kloof

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De kloof
Auteur(s) Jan Terlouw
Land Vlag van Nederland Nederland
Genre jeugdroman
Oorspronkelijke uitgever Lemniscaat
Oorspronkelijk uitgegeven 1983
Pagina's 213
Grootte 23
ISBN-code 9789047708476
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

De kloof is een jeugdroman uit 1983 van de schrijver Jan Terlouw. Het verhaal gaat over een fictief land dat door een diepe kloof gescheiden wordt, en over een groep mensen die deze kloof letterlijk en figuurlijk wil overbruggen.

Het verhaal[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Berg-en-Dal werd 45 jaar geleden opgeschrikt door een zware aardbeving die een kloof veroorzaakte die sindsdien dwars door het land loopt. De kloof is te diep om in af te dalen, te breed voor een (niet-ondersteunde) brug en hij is bovendien gevuld met gevaarlijke gassen. In het noordoosten loopt hij dood in een ontoegankelijk hooggebergte, in het zuiden in de woestijn. Het is mogelijk om met een karavaan door de woestijn van het ene naar het andere deel van het land te trekken, maar de tocht is lang en zwaar. Vliegtuigen bestaan nog niet, maar er ligt wel een telefoonkabel waardoor gebeld kan worden tussen beide delen.

Na verloop van tijd gingen beide delen hun eigen weg. Het noordwesten werd inmiddels Bergen genoemd. Het had een beter en koeler klimaat en huisvestte alle drie de hogescholen van het land. Bergen was er daarom eerder bovenop dan Dal en werd al snel weer een welvarend land. Dal had een heter en droger klimaat, en besloeg het zuidoosten. Dit land bleef onderontwikkeld en raakte vergeleken met Bergen verder en verder achterop.

Op een bepaald moment, 20 jaar na de aardbeving, begint Doeve Bouwmeester, een briljante hoogleraar uit Bergen – maar van Dalse pleegouders –, onderzoek te doen naar een brug, waarvoor hij titanium wil gebruiken. Plotseling verdwijnt hij op mysterieuze wijze; men vermoedt dat hij in de kloof is gevallen toen hij daarvan een studie aan het maken was.

Ginder Sekoer, de hoofdpersoon, is 16 jaar en woont in het land Bergen, in de hoofdstad Lovendaal. De kloof heeft in zekere zin ook zijn gezin doormidden gespleten want zijn ouders zijn gescheiden omdat zijn idealistische vader naar Dal wilde migreren om dit land op te bouwen en zijn moeder liever met de kinderen in het welvarende Bergen bleef. De grootmoeder van Ginder volgde het nieuws over Doeve Bouwmeester altijd op de voet, en laat na haar overlijden haar dagboeken en wat krantenknipsels aan Ginder na. Maar Ginders moeder, die dit niet wist, heeft alles weggegooid. Ginder kan op de vuilnisbelt nog wat verkoolde resten van grootmoeders dagboek redden. Wat er staat is erg moeilijk te ontcijferen; er staat iets over de kloof en het Dal, en aan het eind van een paar regels is er een afgebroken eigennaam ("Vil-").

Ginder besluit eerst een reis naar Dal te maken, met als hoofddoel om zijn vader te bezoeken. Hij raakt tijdens de reis onder andere bevriend met Domen Compagne, iemand uit Dal die bij het bedrijf Lorimer en Co in Lovendaal werkte en wiens vrouw kort geleden bij een auto-ongeluk is omgekomen. Domen is op weg terug naar Barbara, zijn dochter. Hij heeft zijn gezicht en voet in het verband zitten, omdat hij gewond is geraakt bij een bedrijfsongeval. Ginder en Barbara worden al snel bevriend en vervolgens verliefd. Ginder ontmoet ook Doeve Bouwmeesters bejaarde pleegouders; wie de echte ouders van Doeve zijn, is onbekend. Op weg terug naar Bergen valt Ginder iets vreemds op; Domen heeft zijn voet nog steeds in het verband zitten, hoewel die voet helemaal is genezen. Eerder heeft Domen het verband wel van zijn gezicht gehaald, ondanks de nog duidelijk zichtbare littekens.

Weer terug in Bergen begint Ginder aan zijn studie bouwkunde. Een van de hoogleraren is dhr. Villerius, en Ginder beseft dat zijn grootmoeder in ongunstige zin over deze man moet hebben geschreven. Hij ontdekt terloops dat Villerius en Domen Compagne elkaar goed kennen. Ginder besluit daarop naar Lorimer en Co te bellen voor wat gegevens over Domen Compagne, zodat hij een paar dingen duidelijker kan krijgen, maar dan is er niemand aan de lijn die hem normaal antwoord geeft. Domen Compagne blijkt niet degene te zijn voor wie hij zich uitgeeft; in werkelijkheid heet hij Swankhuizen. Het blijkt dat Barbara's echte vader – die qua uiterlijk erg op Swankhuizen leek – een paar maanden eerder is omgekomen bij een ongeval waarbij ook zijn collega Swankhuizen aanwezig was, maar laatstgenoemde raakte alleen gewond aan zijn gezicht en een van zijn voeten. Zodoende kon Swankhuizen de bewoners van Dal makkelijk misleiden door zich met zijn enigszins verminkte gezicht voor Compagne uit te geven. Lorimer, de grote baas van het bedrijf, wist ook van het bedrog. Barbara's moeder is helemaal niet verongelukt maar vermoord, omdat zij anders roet in het eten had gegooid. De echte Domen Compagne was dol op zwemmen, en door het verband om zijn voet te laten zitten nadat die voet al genezen was kon Swankhuizen verdoezelen dat hij dat zelf niet kon. Joren Kwijt, een zich als dichter voordoende agent die Ginder tijdens zijn reis naar Dal ontmoette, was Swankhuizen toen al op het spoor. De reden voor deze wisseltruc was ervoor te zorgen dat de echte Compagne het bedrijf in opdracht van de Dalse regering controleerde omdat dit Dals titanium verhandelde. Compagnes taak was op deze wijze het verzekeren dat dit titanium voor een brug gebruikt zou worden, maar Swankhuizen kon dit zodoende in vermomming saboteren.

Escamó, een goochelaar en een van Ginders andere groepsgenoten tijdens de reis naar Dal, weet tijdens een van zijn voorstellingen een van de andere samenzweerders een kaartje afhandig te maken, waarop staat dat de bandieten op de paardenrenbaan bijeenkomen. Ook dit stond al in grootmoeders dagboek. Eerder heeft een onbekende man geprobeerd Ginder in de afgrond te duwen toen Ginder een wandeling langs de kloof maakte. Deze man, die Tanker Inodoor blijkt te heten, was ook een van de samenzweerders. Omdat Ginder bevriend was geraakt met Domen Compagnes dochter Barbara, had hij de list van Swankhuizen kunnen ontdekken, dus moest Ginder onschadelijk worden gemaakt. De moordpoging is mislukt en Tanker Inodoor is zelf in het ravijn gevallen.

De reden dat grootmoeder zo geïnteresseerd hierin was, is dat Doeve haar onwettig kind was, verwekt door haar wiskundeprofessor. Doeve is dus Ginders oom. Ginders grootmoeder heeft nooit geloofd dat haar zoon dood was en verdacht Villerius altijd al, omdat ze doorhad dat hij tegen het bouwen van een brug was. Ginders grootmoeder was dus op het spoor was van een groep samenzweerders die via invloed op de regering de bouw van een brug actief tegenwerken. Ze zijn ervan overtuigd dat de kloof een doel had, en dat het beter is dat Bergen en Dal gescheiden blijven. Het arme Dal zou anders geheel van Bergen afhankelijk worden, kostbaar belastinggeld wegzuigen, en Bergen als een parasiet leegzuigen en er niets voor teruggeven. Ook Villerius maakt deel uit van deze kliek; het blijkt dat hij samen met enkele handlangers Doeve 25 jaar eerder heeft ontvoerd en opgesloten om te verhinderen dat hij een brug zou ontwerpen die de kloof kon overspannen. Ginder ontdekt dit alles als hij de schuilplaats van Swankhuizen op het spoor komt, waarna hij door Swankhuizen in dezelfde ondergrondse ruimte wordt opgesloten als Doeve, waarop Doeve aan Ginder zijn levensverhaal vertelt.

Gelukkig heeft Barbara inmiddels de politie gewaarschuwd. Doeve en Ginder worden bevrijd, terwijl Villerius en de overige samenzweerders waaronder Swankhuizen worden ingerekend. Doeve wordt weer hoogleraar en Ginder gaat bouwkunde studeren, opdat de brug die Berg en Dal over de kloof met elkaar verbindt alsnog realiteit zal worden.