Delila

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Antoon van Dyck (2e helft 17e eeuw): Samson en Delila. Kunsthistorisches Museum, Wenen

Delila is een persoon die genoemd wordt in het Hebreeuwse Bijbelboek Rechters. Delila, afkomstig uit de Sorekdal, was de tweede vrouw van Simson, ook wel bekend als Samson.

Ze wist Simson het geheim van zijn geweldige kracht te ontlokken, door hem daar herhaaldelijk naar te vragen.

De eerste keer antwoordde hij: ‘Boei me met zeven soepele pezen en ik ben even zwak als ieder ander.’[1] Delila probeerde dit, waarschijnlijk terwijl Simson sliep, maar de pezen knapten alsof het touwtjes waren.

Delila vroeg hem opnieuw naar zijn geheim. Deze keer antwoordde Simson: ‘Als ik geboeid word met zeven verse, soepele pezen, dan ben ik even zwak als ieder ander.’[2] Ook dit was niet waar, hij liet de touwen als draadjes van zijn armen knappen.

Toen Delila het hem opnieuw vroeg antwoordde hij: ‘Als je mijn zeven haarvlechten inweeft in het weefgetouw en ze met een pin vastzet in de wand, dan ben ik even zwak als ieder ander.’[3] Maar hij trok zijn haar uit het weefgetouw, met schering en al.

Voor de vierde keer vroeg ze hem wat het geheim van zijn kracht was en deze keer antwoordde hij: ‘Nog nooit heeft een scheermes mijn hoofd aangeraakt. Dat is omdat ik al vanaf de moederschoot als nazireeër aan God gewijd ben. Als mijn hoofdhaar zou worden afgeschoren, zou mijn kracht me in de steek laten en zou ik net zo zwak zijn als ieder ander.’[4] In zijn slaap schoor ze zijn hoofd kaal.[5] Toen hij wakker werd was zijn kracht weg en werd hij gevangengenomen door de Filistijnen.

Noten[bewerken]

  1. Rechters 16:7.
  2. Rechters 16:11.
  3. Rechters 16:13.
  4. Rechters 16:17.
  5. Terwijl oudere vertalingen ervan uitgingen dat het een Filistijn was die zijn haar schoor, wordt in de Nieuwe Bijbelvertaling Delila genoemd als degene die het afschoor. Zie de aantekening bij ‘schoor ze’, voor de rechtvaardiging van deze vertaling: Rechters 16:19.

Bijbel[bewerken]