Den Berg (Kessenich)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

'Den Berg is een motteheuvel met resten van een mottekasteel in het centrum van Kessenich tegenover de kerk van Kessenich. Het is een kunstmatig opgeworpen heuvel, die vroeger omgracht was.
Op de motte zijn nog de resten van een donjon te bezichtigen. Sinds de 19e eeuw wordt de top gedomineerd door de grafkapel van de familie Michiels van Kessenich.

Versterking[bewerken]

Funderingen van de achthoekige mottetoren met cirkelvormige binnenruimte

Mogelijk was er in Kessenich al in de de Romeinse tijd een versterking of castellum, waar de oude naam van Kessenich, Casselin, naar verwees. Op enkele plaatsen in Kessenich zijn sporen van een Romeinse aanwezigheid gevonden.

De motteheuvel is gelegen op een strategisch gunstig gelegen hogere talud in de Maasvallei, waar met aarde een vrij steile heuvel werd opgeworpen. Op de top werden bij archeologisch onderzoek in 1966 de resten van een burchttoren of donjon uit Maaskeien gevonden. Die werd gedateerd als stammend uit de 12de eeuw maar kan ook ouder zijn. De burcht castrum Cassenic wordt vermeld in een akte uit 1155. Die burchttoren had een achthoekige vorm met een totale doorsnede van 10 meter en had muren van 2,60 à 3 meter dik. De binnenruimte was cirkelvormig met een doorsnede van 4,60 meter. De oppervlakte van de toren was eerder klein met niet veel plaats om wonen. Waarschijnlijk was de woonfunctie hoofdzakelijk ondergebracht in de voorburcht en verschanste men zich in de burchttoren in geval van onheil.
De burchttoren lag niet in het midden maar eerder oostelijk op de motteheuvel.

Bij verder archeologisch onderzoek werd zuidelijke, tegen de toren aan, een later gebouwde een ruitvormige constructie gevonden met muren van 1 m tot 1,5 m dik waarvan de functie onzeker is.

In de 16e eeuw werd de achthoekige donjon gesloopt, al dan niet door de Bourgondiërs als straf voor opstandelingenleider Jan de Wilde. Hierna werd op Den Berg een vierkantige donjon gebouwd van 6 x 6 meter, op de plaats waar momenteel de in 1899 gebouwde grafkapel staat. Uit dezelfde bouwfase dateert een omheiningsmuur, waarvan de steenbrokken nog langs de hellingen te zien zijn. De omheiningsmuur vervulde de functie van keermuur op de rand van het plateau en vormde een binnenplaats rond het vierkante torengebouw.

Neerhof[bewerken]

Zoals bij veel andere mottekastelen kunnen er in Kessenich twee gedeelten onderscheiden worden. De hoofdburcht of opperhof op de hoge opgeworpen heuvel had een militair doel. Oostelijk daarvan was er de lagere voorburcht of neerhof met economische- en woonfunctie waar het dagelijks leven zich afspeelde. Dat voorhof was in Kessenich zo een 80 meter bij 40 meter groot en bevatte het leenhof "Franssenhof" en een kerk (de voorganger van de Sint-Martinuskerk).

Omgracht[bewerken]

De burcht, alsook het hele dorp, werd in het zuiden, oosten en noorden op natuurlijke wijze afgeschermd door oude Maasbeddingen zoals de "Schoor". Aan de westkant was een kunstmatige gracht gegraven, de "Diepe Gracht". In de Atlas der Buurtwegen werd deze getekend.[1]. Onder andere de Meierstraat, Schoorstraat en Veldstraat waren voorzien van een hek (in het dialect "varen" genoemd). Hier hielden, krachtens een verordening uit 1740, leden van de schutterij de wacht.
In 1949 werden de laatste resten van de historische grachten gedempt.

Dubbelmotte[bewerken]

De Motte van Kessenich was vroeger een dubbelmotte: een zeldzame vorm waarbij op het terrein twee opperhoven gelegen zijn. Op de nu nog toepasselijk geheten "Bergplaats" lag ooit een tweede, kleinere motteheuvel. Die heuvel staat getekend op een kaart van Jacob van Deventer (ca. 1550) en op de Ferrariskaarten. Beide motteheuvels lagen op amper tweehonderd meter afstand van elkaar, met daar tussen het neerhof en de kerk. Eén motteheuvel was geruime tijd bezit van het graafschap Gulik en de andere was Brabants.[2] De tweede, thans verdwenen motteheuvel, bestond nog in de Franse tijd; ze werd toen omschreven als une montagne de sable près de l'église de Kessenich, 33,28 a. De nog bestaande motte werd toen beschreven als les ruines de la maison de Bronshorn, 26 a. Het doel van de tweede heuvel is niet bekend; misschien had hier een voorganger gestaan. Ze lag trouwens op het meest oostelijke punt van de hogere uitloper waarop Kessenich gevestigd is.

Verval en sanering[bewerken]

Den Berg in 1898 voor de bouw van de grafkapel

Het gebouw op de motteheuvel werd in de 17de eeuw nog gebruikt. In 1685 liet heer Ferdinand van Kniphausen tot Vogelsanck, (toenmalig landsheer van de Rijksheerlijkheid Kessenich) het nog herstellen, hoewel hij er niet verbleef.
Het geslacht Waes, dat vanaf 1699 heer werd van Kessenich en eigenaar van Den Berg, verkoos het kasteel Borgitter als woning.
Bijgevolg werd Den Berg niet langer bewoond en raakte geleidelijk in verval. Bouwmaterialen werden elders hergebruikt. De motteheuvel werd deels afgegraven, mogelijk om een slotgracht te dempen. Mogelijk verdwenen daardoor ook de oostelijke resten van de funderingen van de achthoekig mottetoren.

Hendrik Jozef Michiels van Kessenich kocht in 1804 de heerlijke landgoederen. Zijn familie liet de top van de motte nivelleren om er in 1825 een grafkelder te maken. In 1899 bouwde dezelfde familie een neogotische grafkapel boven op de motte.

Opgravingen naar restanten van de burcht werden meermaals verricht (1870, 1966, 1972 en 1984).

De ruïnes werden gerestaureerd en kunnen vrij bezichtigd worden.

Bronnen[bewerken]

Deels afgegraven kant van de motteheuvel met de grafkapel van de familie Michiels van Kessenich
  1. Atlas der Buurtwegen Limburg
  2. De Graven van Loon - Jan Vaes - uitgeverij Davidsfonds, blz. 41