Denise Bloch

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Denise Bloch
Denise Bloch in de jaren '30 of '40.
Denise Bloch in de jaren '30 of '40.
Algemeen
Geboortedatum 21 januari 1916
Sterfdatum 5 februari 1945
Geslacht Vrouw
Geboorteplaats Barrault
Plaats van overlijden Ravensbrück
Functie
Zijde Frankrijk
Verenigd Koninkrijk
Organisatie Special Operations Executive
Rang Spionne
Portaal  Portaalicoon   Tweede Wereldoorlog

Denise Madeleine Bloch (Barrault, 21 januari 1916Ravensbrück, 5 februari 1945) was een Franse geheim agente voor de Britse Special Operations Executive tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Gezin[bewerken]

Haar vader Jacques Henri Bloch en haar moeder Suzanne Levi-Strauss waren Joods. Denise had drie broers. Vanwege de vervolging van de Joden vluchtte Denise naar het nog onbezette Lyon.

Verzet[bewerken]

Ze werkte bij Citroën als secretaresse van Jean Maxime Aron, die met codenaam 'Joseph') verzetsleider was in Frankrijk. Bloch ging in Lyon voor de Special Operations Executive werken, eerst met radio-operator Brian Stonehouse tot die op 24 oktober 1942 opgepakt werd.

Bloch dook onder te Villefranche-sur-Mer tot begin 1943 toen ze in contact kwam met de agenten George Reginald Starr en Philippe de Vomécourt van SOE. Ze werkte voor hen in Agen, maar leden gebrek aan middelen en beschikten over geen radio.

Londen[bewerken]

Samen met Maurice Dupont ging ze in 22 dagen van Toulouse en Montréjeau Cier-de-Luchon te voet over de Pyreneeën op 3300 m langs Bausen, Lerida, Barcelona en Madrid naar Gibraltar en zo per boot via Lissabon naar Londen, waar ze op 21 mei aankwam en negen maanden opleiding in radio kreeg.

Gedropt[bewerken]

Op 2 maart 1944 werd ze met blond geverfd haar samen met Robert Benoist boven Soucelles geparachuteerd uit een Westland Lysander. Ze saboteerden rond Nantes spoorlijnen en telefoonkabels en legden contact met Jean-Pierre Wimille, net als Benoist een autokoereur.

Arrestatie[bewerken]

Op 18 juni werd Benoist te Parijs opgepakt. Op 19 juni werd Denise te Sermaise opgepakt.[1] Ze werd ondervraagd en gefolterd, eerst in Avenue Foch en dan in Fresnes. Ze werd op 8 augustus 1944 overgebracht naar gevangenissen te Neue Bremm, Torgau en Chojna. Ze werd dan overgebracht naar Ravensbrück, waar ze terechtgesteld werd en haar lijk gecremeerd werd.

Eerbewijzen[bewerken]

In England staat ze vermeld op het Brookwood Cemetery in Surrey. Ze ontving postuum een "King's Commendation for Brave Conduct".

In Frankrijk ontving ze postuum benoemd in het Legioen van Eer en ontving de Verzetsmedaille en het Croix de guerre.