Ravensbrück

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Ravensbrück
Ravensbrück
Ravensbrück
Ingebruikname 25 november 1938
Bevrijding 30 april 1945[1]
Locatie Fürstenberg/Havel
Verantwoordelijk land Nazi-Duitsland
Coördinaten 53° 11′ NB, 13° 10′ OL
Beheerder SS
Gevangenen 153.000[2]
Dodental 20.000 - 30.000[3][4]
Barakken van het voormalige vrouwenkamp Ravensbrück
Barakken van het voormalige vrouwenkamp Ravensbrück
Vrouwen in Ravensbrück in afwachting voor transport door het Rode Kruis aan het einde van de oorlog. De kruisen geven aan dat het gevangenen betreft.[5]
Monument in Ravensbrück van Will Lammert
Verbrandingsoven in Ravensbrück
Detail van het monument op het Museumplein in Amsterdam

Ravensbrück was ten tijde van de Tweede Wereldoorlog een concentratiekamp voor vrouwen, in de buurt van Fürstenberg/Havel, vijfentachtig kilometer ten noorden van Berlijn.

Bouw van Ravensbrück[bewerken]

Ravensbrück werd in de herfst van 1938 gebouwd door gedetineerden uit het concentratiekamp Sachsenhausen. Bij aanvang bestond het kamp uit veertien barakken voor gevangenen, twee barakken voor zieken, een barak voor de keuken en sanitaire voorzieningen en een extra strenge gevangenis met tachtig cellen. Daarmee was het kamp 'geschikt' voor drieduizend gevangenen. Rond het kamp stond een vier meter hoge stenen muur, afgezet met prikkeldraad dat onder hoogspanning stond. De gevangenen bouwden ook ruime villa's voor de bewakers vlak bij het kamp. Op de officiële Duitse lijst van concentratiekampen heeft Ravensbrück nummer 1202.[6]

Op 15 mei 1939 kwamen de eerste duizend vrouwen uit concentratiekamp Lichtenburg in het kamp aan. Vanaf 1941 werd het kamp uitgebreid met afdelingen voor mannen en vanaf 1942 met een afdeling voor heropvoeding van tienermeisjes, het jeugdkamp Uckermark. Deze uitbreidingen werden gebouwd door de vrouwelijke gevangenen. Uckermark lag achter het industrieterrein, ruim een kilometer buiten het hoofdkamp.

De bevolking van het kamp groeide snel, Ravensbrück werd dan ook vier keer uitgebreid. Aan het einde van 1941 telde Ravensbrück 12.000 gevangenen, in 1942 15.000 en in 1943 42.000. In 1944 besloot de SS een gaskamer te bouwen. De totale populatie was op dat moment 80.000. In totaal hebben er 153.000 personen gevangengezeten in Ravensbrück, waarvan er tussen de 20.000 en 30.000 zijn overleden.[2] Andere bronnen spreken van 90.000[7] tot 92.000[8] slachtoffers.

Tijdens de oorlog[bewerken]

Tussen 1939 en 1945 werden 132.000 vrouwen en kinderen, 20.000 mannen en duizend vrouwelijke tieners (in Uckermark) als gevangene geregistreerd.[2] De gevangenen, onder wie Roma, Sinti, politieke gevangenen, verzetsstrijders en Joden, kwamen uit veertig landen. Naar schatting 92.000 gevangenen kwamen om door executies, honger of ziekte of werden slachtoffer van medische experimenten. Er werden negenhonderd Nederlandse vrouwen gevangen gehouden, onder wie vijfenzeventig met een Joodse achtergrond.

De vrouwen werd ingezet als dwangarbeider, onder andere in de productiehallen voor Siemens, Siemens vestigde twintig fabrieken rond Ravensbrück en had negen eigen barakken met gevangenen. De gevangenen maakten ook uniformen en schoeisel voor de SS, werkten in de landbouw, de wapenindustrie of aan de uitbreiding en onderhoud van het kamp. Vrouwen die te zwak waren om te werken, werden om het leven gebracht of gebruikt voor medische experimenten.

Om het leven brengen deden de nazis ter plaatse met de kogel of een dodelijke injectie, door ophanging, of ze voerden de vrouwen af om vergast te worden in het nabijgelegen jeugdkamp Uckermark, Majdanek of Auschwitz. In het kader van de moordactie "14 f 13" werden vooral Joodse vrouwen vermoord. In oktober 1942 liet de commandant van Ravensbrück zijn meerderen weten dat het 'kamp eindelijk vrij is van Joden'[bron?]. In 1944 werden gaskamers gebouwd om de overbevolking van het kamp het hoofd te bieden. In dat jaar werkte Elfriede Rinkel, die tot in 2006 uit handen van justitie wist te blijven, als bewaakster van het concentratiekamp. In de gaskamers liet de SS circa zesduizend vrouwen vergassen.

Vanaf 1944 arriveerden er steeds meer politieke gevangenen en verzetsstrijders. Hun aantal nam sterk toe na de aanslag op Hitler op 20 juli 1944. Personen waarvan de nazi's vermoedden dat ze iets te maken hadden met de aanslag, werden in Ravensbrück gevangengezet. Ze kwamen terecht in een speciaal 'gevangenenblok' en waren het slachtoffer van wrede martelingen.

Overlevenden getuigden na de oorlog over de ontberingen en de extreem wrede behandeling in Ravensbrück. Verreweg de meeste bewakers in Ravensbrück waren vrouwelijke SS'ers die in het kamp zelf werden opgeleid. Ravensbrück telde 3.500 van deze vrouwelijke bewakers, die zich veelal aanmeldden omdat ze werkloos en slecht opgeleid waren. Martelingen waren er aan de orde van de dag. Een 'gewone' marteling bestond uit uren in de kou staan, zweepslagen of het rondduwen van een zware stenen wals tot de gevangene erbij neerviel.

Kinderen in Ravensbrück[bewerken]

De vrouwen in Ravensbrück kwamen vaak met kinderen in het kamp aan; er zaten honderden kinderen in Ravensbrück. In het begin werden de kinderen direct na hun komst in het kamp of direct na hun geboorte gedood. In de latere jaren werden de kinderen niet meer direct gedood, maar door gebrek aan voedsel en de vele ziekten in het kamp, overleefden de meeste kinderen het niet. Kinderen die niet direct stierven moesten, net als hun moeders, dwangarbeid verrichten. Ook werden er kinderen geboren bij vrouwen die zwanger arriveerden. De in Ravensbrück geboren baby's werden van hun moeder gescheiden en verdronken of achtergelaten in een lege kamer waar ze door uitdroging stierven. Er zijn veel getuigenissen van overlevenden die vertellen dat kinderen levend in de ovens werden gegooid, levend werden begraven, vergiftigd, gewurgd of verdronken. Kinderen werden ook gebruikt voor medische experimenten. De SS deinsde er niet voor terug om kinderen en baby's te vergassen. Zo werden in maart 1945 nog honderddertig baby's en zwangere vrouwen vergast.

Bevrijding[bewerken]

Wegens het oprukken van het Rode Leger besloot de SS eind maart 1945 de archieven van het kamp te verplaatsen of te vernietigen. Begin april 1945 arriveerden het Zweedse en Deense Rode Kruis in Ravensbrück. Tussen 5 en 8 april konden driehonderd Franse vrouwen en alle Scandinavische vrouwen het kamp verlaten. Folke Bernadotte, de vicepresident van het Zweedse Rode Kruis, onderhandelde met Heinrich Himmler en wist uiteindelijk circa 7500 gevangenen over te brengen naar Zwitserland, Denemarken en Zweden. Meer dan twintigduizend gevangenen bleven achter. Op 27 en 28 april 1945 voerde de SS alle mannen en vrouwen die nog in staat waren te lopen in noordwestelijke richting tijdens de beruchte dodenmarsen. In het kamp bleven drieduizend zieke en verzwakte vrouwen achter en driehonderd mannen. Toen de dodenmars het Rode Leger naderde, wist een aantal gevangenen te ontsnappen, terwijl de SS'ers andere gevangenen neerschoten. Langs de route lagen duizenden lijken.

Op 30 april 1945 werd het kamp door het Sovjetleger bevrijd. Op dezelfde dag vonden en bevrijdden de Russen de overlevenden van de dodenmars. Na de bevrijding was voor velen het leed nog niet geleden; in de weken daarna stierven nog talloze zieken; anderen leden de rest van hun leven onder de gevolgen van hun verblijf in dit kamp.

De Russen vernietigden een groot deel van het kamp. Er zijn dan ook niet veel overblijfselen meer te zien.

Bekende gevangenen[bewerken]

Een bekende Nederlandse die in Ravensbrück heeft vastgezeten was Helena Kuipers-Rietberg, medeoprichtster van de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (LO). Andere bekende gevangenen waren de evangeliste Corrie ten Boom, haar zus Betsie en Trix Terwindt. De tekenares en verzetsstrijder Aat Breur-Hibma heeft in het kamp aangrijpende tekeningen gemaakt, die door haar dochter Dunya Breur gepubliceerd zijn in Een verborgen herinnering (1983). De dichteres Sonja Prins verwerkte haar kampervaringen onder meer in de roman De groene jas (1949) en in de dichtbundel Brood en rozen (1953). Ook latere dichtbundels, zoals Op een kale winderige vlakte, gaan over haar kamptijd.

Monument[bewerken]

Op het Museumplein in Amsterdam staat een monument uit 1975 voor de vrouwen van Ravensbrück, van de kunstenaars Joost van Santen, Guido Eckhardt en Frank Nix.

Externe links[bewerken]

Literatuur[bewerken]

Zie ook[bewerken]