Folke Bernadotte

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Folke Bernadotte, 1945

Folke Bernadotte af Wisborg (Stockholm, 2 januari 1895Jeruzalem, 17 september 1948) was een Zweedse graaf en diplomaat. Hij was een kleinzoon van koning Oscar II van Zweden.

"Graaf Bernadotte", zoals hij doorgaans werd genoemd, was het vijfde kind uit het morganatisch huwelijk van prins Oscar met Ebba van Fulkila Munck. Hij werd na de militaire academie officier in de koninklijke garde en vervulde een aantal hoge maatschappelijke functies.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij vicepresident van het Zweedse Rode Kruis en redde hij 31.000 gevangenen van diverse nationaliteiten uit de concentratiekampen.

Op 24 april 1945 ontving hij van Heinrich Himmler een aanbod tot vrede met de geallieerden.

Hij bereidde de oprichting van de United Nations Relief and Works Agency for Palestine Refugees in the Near East (UNRWA) (de hulporganisatie van de Verenigde Naties voor Palestijnse vluchtelingen in het Nabije Oosten) voor.

Op 20 mei 1948 werd hij Bemiddelaar van de Verenigde Naties voor Palestina. Op 17 september 1948 werd hij in Jeruzalem vermoord.[1]

Tweede Wereldoorlog[bewerken]

Tijdens de laatste maanden van de Tweede Wereldoorlog heeft Bernadotte, als hoofd van het Zweedse Rode Kruis, duizenden mensen uit handen van de Nazi's gered. Door bussen wit te schilderen met een rood kruis erop ('de witte bussen') als bescherming tegen bommen bracht hij 21.000 mensen van allerlei verschillende landen uit de concentratiekampen naar Zweden. De eerste maand na de oorlog bracht hij er nog eens 10.000. Hij had daarvoor in het geheim onderhandeld met Himmler, die eventueel wel vrede met de Westerse bondgenoten wilde sluiten, maar niet met Stalin.[2]

Palestina[bewerken]

Na het aannemen van Resolutie 181 Algemene Vergadering Verenigde Naties (het Verdelingsplan voor Palestina]] op 29 november 1947 waren in Mandaatgebied Palestina vijandelijkheden uitgebroken tussen Palestijnse Arabieren en Joden. De leden van de Arabische Liga kwamen de Arabische Palestijnen te hulp met een Arabisch bevrijdingsleger (Arab Liberation Army) dat vanaf januari 1948 in Palestina infiltreerde en deelnam aan de strijd.[3] Op 14 mei 1948 riep David Ben Gurion eenzijdig de staat Israël uit. De Arabische Liga informeerde de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties dat zij ingrepen in Palestina.[4] Troepen uit de zes Arabische buurlanden en uit Irak hadden de grenzen van Palestina overschreden en de staat Israël aangevallen. De Arabisch-Israëlische Oorlog van 1948 was een feit.

Op 20 mei 1948 werd Folke Bernadotte door de Verenigde Naties benoemd tot Bemiddelaar voor Palestina. Zijn kantoor was in het YMCA te Jeruzalem. Op 29 mei beval de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties een staakt-het-vuren, dat moest ingaan op 11 juni 1948. Bernadotte slaagde erin deze wapenstilstand tot stand te brengen.[5] Op 9 juli werden de oorlogshandelingen echter hervat.[6]

Op 16 september 1948 overhandigde Bernadotte het verslag aan de Secretaris-Generaal over zijn bemiddeling aangaande toezicht op de wapenstilstand en hulp voor vluchtelingen. Zijn conclusies in dit rapport waren:

  • De V.N. moeten de grenzen van de twee staten volgens het Verdelingsplan vaststellen,
  • Het Arabische deel van de regio Palestina zou bij Transjordanië gevoegd moeten worden,
  • De haven van Haifa en het vliegveld van Lydda zou vrijgehouden moeten worden om doorgang te bieden naar Jeruzalem en belanghebbende Arabische landen,
  • Jeruzalem met de heilige plaatsen zou onder beheer van de V.N. moeten komen,
  • De V.N. zouden aan de Palestijnse vluchtelingen de snelst mogelijke datum voor hun recht op terugkeer naar hun huizen in het door Israël beheerde gebied moeten verzekeren.
  • Er moet toegezien worden op de uitvoering van de voorstellen, met daarin betrokken de terugkeer, een woonplaats en economisch en sociaal herstel voor de Arabische vluchtelingen als wel betaling en adequate compensatie voor de eigendommen van degenen die ervoor zouden kiezen niet terug te keren naar hun voormalige woning.

In een bij het rapport gevoegde brief vroeg hij speciale aandacht voor twee urgente zaken: een vreedzame schikking van de kwestie Palestina en humanitaire regelingen om de hopeloze situatie van Arabische vluchtelingen op te lossen. Op 21 september zou er op de derde vergadering van de Algemene Vergadering verder over gesproken worden.[7]

Op 17 september 1948 werd Folke Bernadotte door de zionistische, terroristische groep Lechi/Stern-gang vermoord; samen met zijn Franse assistent[8]) De moordaanslag werd goedgekeurd door onder andere de latere premier Yitzhak Shamir, destijds een van de leiders van de Lechi.[9] Van de daders werd nooit iemand gevonden of voor de rechter gebracht.[10]

De Verenigde Naties onderscheidden Bernadotte vijftig jaar later postuum met een Dag Hammarskjöldmedaille, omdat hij gestorven was tijdens een vredesoperatie van de VN.

Zie ook[bewerken]