Organisatie van de Verenigde Naties voor hulpverlening aan Palestijnse vluchtelingen in het Nabije Oosten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Logo
Het totale aantal Palestijnse vluchtelingen, geregistreerd door de UNRWA (1950 - 2008)
Palestijnse vluchtelingen (Mandaatgebied Palestina-1948) uit Galilea in oktober-november 1948
Gebouw van de UNRWA, gebombardeerd door het Israëlische leger, 15 januari 2009

Het United Nations Relief and Works Agency for Palestine Refugees in the Near East (UNRWA) is de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties die zich richt op hulp en ontwikkeling van de Palestijnse vluchtelingen in het Midden-Oosten. De UNRWA werd met VN-resolutie 302[1] op 8 december 1949 opgericht na de massale Palestijnse vluchtelingenstroom van 1948, de Al-Nakba.

Doelgroep[bewerken | brontekst bewerken]

De UNRWA richt zich op personen die in Palestina woonden en leefden gedurende de periode 1 juni 1946 en 15 mei 1948, en zowel hun huis als bron van inkomsten zijn kwijtgeraakt ten gevolge van het Arabisch-Israëlisch conflict in 1948, evenals de geregistreerde nakomelingen van deze personen.[2] In 2023 waren er zo'n 5,9 miljoen Palestijnen die in aanmerkingen komen voor hulp van de UNWRA.[2] De UNRWA hanteert derhalve een andere definitie van 'vluchtelingen' dan de UNHCR.[3][4][5] De UNRWA functioneert naast de UNHCR dat in 1950 werd opgericht.

Aantallen[bewerken | brontekst bewerken]

Over het aantal vluchtelingen lopen de schattingen uiteen: de VN gingen uit van 750.000 oorspronkelijke vluchtelingen. Volgens de UNRWA (zie ook tabel) waren er in 2008 ongeveer 4,8 miljoen Palestijnse vluchtelingen, en in 2023 bijna 6 miljoen. Israël is het niet eens met de zienswijze van de UNRWA: het erkent alleen de nog in leven zijnde vluchtelingen uit 1948, een aantal "in de duizenden, niet miljoenen".[6] De Senaat van de Verenigde Staten wilde bij amendement in mei 2012 de Israëlische opvatting overnemen.[7]

In 1950 werd in Israël de Wet op de Terugkeer aangenomen, waarin vermeld staat dat iedereen waar ook ter wereld die van (gedeeltelijke) Joodse komaf is, het recht heeft zich in Israël te vestigen en het Israëlische staatsburgerschap te verkrijgen. Daarnaast is ongeveer 21% van de Israëlische bevolking van Arabische komaf, veelal Palestijns.[8] De meeste Palestijnse vluchtelingen leven in de 58 erkende Palestijnse vluchtelingenkampen in Jordanië, Libanon, Syrië, de Gazastrook en op de Westelijke Jordaanoever (inclusief Oost-Jeruzalem).[9] Ook wonen er tienduizenden in Irak.[10]

Alleen de vluchtelingen in Jordanië zelf kregen burgerrechten. Ongeveer driekwart van de meer dan 2 miljoen Palestijnse vluchtelingen in Jordanië heeft het volledige Jordaanse staatsburgerschap. Een aanzienlijke minderheid, van wie de meesten vanuit de Gazastrook in Jordanië zijn aangekomen, in tegenstelling tot de Westelijke Jordaanoever, bezit echter geen Jordaans staatsburgerschap [11] De UNRWA biedt hulp aan deze Palestijnen in de vorm van onderwijs, gezondheidszorg, sociale voorzieningen zoals microfinanciering, infrastructuur en noodhulp.

Medewerkers en donoren[bewerken | brontekst bewerken]

De UNRWA werd opgericht door resolutie 302 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties van 8 december 1949. De UNRWA telt ruim 12.000 medewerkers, voor het grootste deel Palestijnen. Het budget van de UNRWA bedroeg in 2003 US$ 440 miljoen, in 2014 US$ 1,3 miljard[12] en in 2022 was het in totaal US$ 1,2 miljard.[13]

Het geld voor de organisatie is afkomstig van donoren, waarvan de grootste zijn de Verenigde Staten, de Europese Unie en enkele afzonderlijke Europese landen. De grootste Arabische donor in 2022 was Saoedi-Arabië met US$ 27 miljoen (2021: nihil) gevolgd door Koeweit, op plaats 18, met US$ 12 miljoen.

Naast hulp via de UNRWA ontvangen Palestijnse vluchtelingkampen in Palestina ook hulp via de Palestijnse Autoriteit. Deze is vanwege de bezetting door Israël ook afhankelijk van financiële steun door buitenlandse donoren, waaronder de Europese Unie.[14]

Voormalig UNRWA-functionaris Ahmad Oueidat zei in een interview op 14 maart 2024 op Al-Hiwar TV (VK) dat zowel Hamas-leider Ismail Haniya als de secretaris-generaal van de PFLP-GC, Dr. Talal Naji, in het verleden als onderwijzer werkzaam waren geweest op UNRWA-scholen. Hij gaf niet aan waar en wanneer. [15]

UNRWA en de Oorlog Hamas-Israël[bewerken | brontekst bewerken]

De Israëlische regering had op 18 januari 2024 de UNRWA informatie verschaft over mogelijke betrokkenheid van 12 medewerkers van de UNRWA bij de Hamas-aanval op Israël op 7 oktober 2023. Volgens Israëlische inlichtingenrapporten heeft ongeveer 10% van de 12.000 medewerkers van de UNRWA in Gaza banden met militante groeperingen, waaronder Hamas en de Palestijnse Islamitische Jihad.[16] Een conclusie die een Amerikaanse groep van oud-inlichtingen officieren minder stellig onderschreef.[17] (Later beweerde Israël dat het percentage zelfs 17% is[18]) UNRWA kondigde meteen een onderzoek via het UN Office of Internal Oversight Services (OIOS) en ontsloeg de verdachte medewerkers zonder de uitkomst van het onderzoek af te wachten om zo niet de indruk te wekken dat het de beschuldigingen niet serieus nam.[19] UNRWA had al een week eerder een speciale onderzoekscommissie opgericht onder leiding van Catherine Colonna om te onderzoeken of UNRWA er alles aan doet om onpartijdig te blijven.[20][21]

Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken heeft in afwachting van het VN onderzoek inmiddels de aanvullende financiering voor UNRWA tijdelijk stopgezet.[22][23] Nederland volgde en besloot voorlopig ook geen extra geld meer te doneren aan de UNRWA, al was de steun voor het jaar 2024 al overgemaakt.[24][25] VN secretaris-generaal Antonio Guterres riep binnenskamers op tot voortzetting van de steun.[26] België besloot, na overleg met VN-gezant voor de wederopbouw van Gaza Sigrid Kaag, zijn steun niet in te trekken. Ook de Europese Unie eist 'volledige openheid' over mogelijke betrokkenheid van VN-zorgverleners bij de terreuraanval van Hamas op Israël. Spanje en Ierland verhoogde hun steun.[3][27] Op 1 maart hervatte de EU weer zijn steun na toezeggingen vanuit UNRWA dat ze meewerkte aan een intern onderzoek door Europese experts.[28] Later op 20 maart maakte de VS bekend de steun op te schorten tot maart 2025.[29] Op 15 april 2024 deden een aantal o.a. activistische Nederlandse oud-ministers en diplomaten een oproep aan de regering om de hulp aan UNRWA weer te hervatten.[30]

Israël zegt op 10 februari 2024 een ondergronds Hamas datacenter onder het hoofdkwartier van de UNWRA te hebben ontdekt die voor de stroomvoorziening verbonden was met het UNWRA-hoofdkwartier. [31] Commissaris-generaal van UNRWA Philippe Lazzarini verklaarde hiervan niets af te weten.[32]

Op 20 maart stelde Israëlische diplomaat dat wat Israel betreft UNRWA niet langer in Gaza mag opereren omdat het te verweven is met Hamas.[18] Op 23 maart gaf UNRWA aan dat Israel de toegang tot het noorden van Gaza voor hun hulpkonvooien had ontzegt. Zowel UNRWA, de WHO en de Emergency Relief Coordinator van OCHA bekritiseerde deze opstelling en waarschuwde voor een hongersnood in het gebied.[33] Twee dagen later gaf woordvoerder David Mencer aan dat Israel de samenwerking met UNRWA stopt.[34]

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]