Al-Nakba

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Samenvoegen naar Ten minste één Wikipediagebruiker vindt dat de inhoud van dit artikel ingevoegd zou moeten worden in Palestijnse vluchtelingen, of dat er een duidelijkere afbakening tussen beide artikelen dient te worden gemaakt. Als de tekst wordt ingevoegd, dient dit artikel een redirect te worden (hier melden).
Warning icon.svg De neutraliteit van dit artikel wordt betwist.
Zie de bijbehorende overlegpagina voor meer informatie.
Palestijnse families vluchten uit Galilea, oktober - november 1948

Al-Nakba/Al-Naqba (Arabisch: النكبة - 'De ramp' of 'De catastrofe') is de naam waarmee Palestijnen en Arabieren de voor hen rampzalige gebeurtenissen in het toenmalige Mandaatgebied Palestina aanduiden, die een climax bereikten in de Arabisch-Israëlische Oorlog van 1948 waarin de staat Israël werd uitgeroepen: 531 Palestijnse dorpen waren verwoest en massaslachtingen vonden plaats en meer dan 750.000 Arabische Palestijnen werden uit het door Israël veroverde gebied verdreven of moesten vluchten.[1][2] De Al-Nakba wordt ook wel de 'Palestijnse exodus' genoemd. De oorlog met zijn rampzalige gevolgen voor de Palestijnen is in hun herinnering en geschiedenis de lijn geworden die twee kwalitatief tegengestelde periodes markeert.[3]

Deze dramatische gebeurtenissen worden elk jaar door Palestijnen en Arabieren herdacht op 15 mei, de 'Nakba dag'.

Voorgeschiedenis[bewerken]

Het Sykes-Picotverdrag en de Balfour-verklaring]] in 1916-1917 waren het startpunt voor de kolonisatie van het Britse Mandaatgebied Palestina.[4] Na jaren van onlusten tussen de Arabische en de Joodse bevolking van Palestina vanwege de Joodse immigratie besloot de Britse regering de toekomst van het Palestina voor te leggen aan de Verenigde Naties. Deze besloten op 29 november 1947 met resolutie 181 tot opdeling van het land in een Arabische en een Joodse staat. Deze resolutie werd door de Arabische bevolking onder leiding van Mohammad Amin al-Hoesseini (groot moefti van Jeruzalem) afgewezen, aangezien ze van mening waren dat Joden in Palestina moesten kunnen samenleven met de Palestijnen. Er kwam nog geen overeenstemming over de toekomst van Palestina. Joodse milities als de Hagana, Irgun en Lechi hadden intussen de verovering van Palestina voorbereid.

Toen de Britten op 15 mei 1948 het mandaat over Palestina zouden beëindigen, riepen in de nacht van 14 mei Joodse zionisten onder leiding van David Ben-Goerion de staat Israël uit. Daarop trokken legers van de Arabische buurlanden het gebied binnen om de Palestijnse bevolking te steunen in de strijd tegen de Joden. Na de wapenstilstand in 1949 waren er driekwart miljoen Palestijnse vluchtelingen uit het door Joodse troepen veroverde gebied verdreven, of gevlucht voor het geweld. Van de 850.000 Palestijnse Arabieren die binnen de grenzen van de aangewezen Joodse staat woonden, konden 160.000 in het gebied blijven.[5][6]

De vluchtelingen kwamen terecht in Palestina zelf en in de omliggende landen en zijn sindsdien gehuisvest in vluchtelingenkampen. Hiermee ontstond het Palestijnse vluchtelingenprobleem. De UNRWA, de hulporganisatie van de Verenigde Naties]] is voor deze vluchtelingen opgericht. In resolutie 194 van december 1948, op grond van het rapport van VN.-bemiddelaar Folke Bernadotte, riepen de VN de strijdende partijen op tot verzoening, waarin in paragraaf 11 de terugkeer van en schadevergoeding aan de vluchtelingen werd opgenomen. Israël wenste resolutie 194 als één geheel te implementeren, terwijl de Arabische landen eisten dat eerst punt 11, de terugkeer van vluchtelingen, zou worden uitgevoerd. De resolutie is door geen van de betrokken landen nageleefd.

Voortgaande Nakba[bewerken]

Volgens Walid Khalidi, een Palestijns historicus is de oorlog van 1947-1949 slechts de geboortedatum van de 'Nakba', een situatie van voortdurend verzet en onteigening, en van Palestijnse en Libanese zelfverdediging, waarvan de conceptie plaats vond tijdens het Eerste Zionistische Congres in Basel in 1897 met de oprichting van de [[Zionistische Wereldorganisatie (WZO). Er bestaat een niet te miskennen relatie tussen de Balfour-verklaring in 1917 en het Verdelingsplan van 1947 voor Palestina. Een Nakba voor miljoenen Palestijnen en voor nog eens tientallen miljoenen Libanezen, Syriërs, Egyptenaren en Jordaniërs daaromheen, die direct en herhaaldelijk te maken hebben met de repercussies sinds 1948, evenals miljoenen Arabieren en moslims, en anderen.[7]

De Israëlische historicus Ilan Pappé beschrijft de politiek van de zionistische beweging van midden 1920 tot in de jaren 1960 ín Palestina als 'Etnic Cleansing'.[8] Hij vergelijkt daarin de beschrijving van Drazen Petrovic die 'Etnic Cleansing' beschrijft as a well-defined policy of a particular group of persons to systematically eliminate another group from a given territory on the basis of religious, ethnic or national origin. Such a policy involves violance and is often connected with military operations.[9][10]

Volgens historici als Salman Abu Sita, Avi Shlaim, Ilan Pappé, Theodor Katz en getuigen is de Nakba niet gestopt in 1948 maar gebeurt deze nog steeds, evenals het verzet ertegen door Palestijnen.[11]

Dina Matar, directeur en senior-lector van het centrum voor Media en Film, noemt in haar boek als datum van de Nakba '1948' dat het einde betekende van een langdurig hoofdstuk in de strijd om het bezit van Palestina, waarvan de wortels lagen aan het eind van de negentiende eeuw van de in Europa opduikende zionistische beweging die zich toelegde op de vestiging van een Joods nationaal tehuis in het land van het historische Palestina. De overheersing door de verhalen van de staat Israël heeft niet alleen geleid tot het weglaten van de Nakba, maar was ook gekoppeld aan een ontkenning van het bestaan van het Palestijnse volk als een nationaal collectief. Dat dateert nog van de vroeg zionistische voorstelling van zaken van Palestina als een land zonder volk voor een volk zonder land. De voortgaande gebeurtenissen in het conflict met Israël, zoals de oorlog van 1967, de invasie in Libanon in 1982, de intifada's van 1987 en 2000, het niet oplossen van het lot van de Palestijnse ballingen, en de situatie onder de bezetting geven structuur aan de herinneringen in het dagelijks bestaan van Palestijnen.[12]

Wetten in Israël[bewerken]

Na 1948 nam de Israëlische regering wetten aan waarmee het de Palestijnse vluchtelingen onmogelijk werd gemaakt terug te keren, en waarmee al hun achtergebleven bezittingen werden geconfisqueerd.

Onderwijsminister Gideon Sa'ar gelastte in juli 2009 dat tekstboeken in de Arabische sector niet mogen vermelden dat de stichting van de staat Israël een catastrofe betekende voor Arabieren.[13]

In maart 2011 werd in de Knesset in derde behandeling een wet aangenomen die bekend werd als de 'Nakba-wet'. Deze wet geeft de Minister van Financiën de bevoegdheid om budgetten af te nemen van elke door de staat gesubsidieerde groep of organisatie van activiteiten die "in zich hebben om het bestaan van de staat Israël als de staat van het Joodse volk te ontkennen.[14].

Onderzoek naar Palestijnse plaatsen[bewerken]

Verschillende auteurs hebben studies verricht naar het aantal Palestijnse plaatsen die werden verlaten, geëvacueerd en/of vernietigd tijdens de periode 1947–1949. Op basis van hun respectievelijke berekeningen geeft de onderstaande tabel een vergelijkend overzicht van verlaten, geëvacueerde en/of verwoeste Palestijnse plaatsen in wat Israël werd.

Auteurs Steden Dorpen Stammen Totaal
Morris 10 342 17 369
Khalidi 1 400 17 418
Abu Sitta 13 419 99 531

[15]

In 2002 werd in Tel Aviv de Joods-Israëlische organisatie Zochrot (Hebreeuws: זוכרות; "Herinnering"), opgericht met als doel de Al-Nakba bij Israëli in herinnering terug te brengen en ruimer bekend te maken om daarmee een kans te creëren op een beter leven voor alle inwoners van Israël.[16] Zij doen dit door middel van historisch onderzoek, geografische publicaties, tentoonstellingen, onderwijsprojecten etc.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Beluister

(info)