Al-Tantoera

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Al Tantoera tijdens de jaren 30

Al-Tantoera (Arabisch: الطنطورة) is een voormalig Palestijns dorp gelegen aan de Middellandse zeekust in het district Haifa, 24 kilometer ten zuiden van de stad Haifa. In het dorp lagen de ruïnes van het kruisvaarderkasteel Casal de Châtillon en van een Byzantijnse basilica. In de Oudheid was Al-Tantoera bekend als de stad Dor. Tijdens de Arabisch-Israëlische Oorlog van 1948 vond hier een militair treffen plaats en zijn de bewoners van Al-Tantoera gedeporteerd en werden vrijwel alle gebouwen afgebroken Hierbij zou volgens sommige bronnen een bloedbad zijn aangericht.

Militair treffen[bewerken]

Al-Tantoera telde in 1945 1490 inwoners, die op enkele Christenen na allen Moslim waren. Het dorp bestreek een oppervlakte van 1425 hectare en de gemeenschap leefde voornamelijk van landbouw en visserij.[1] Kort voor het uitroepen van de staat Israël op 14 mei 1948 kreeg de Alexandroni Brigade de opdracht om in het kustgebied tussen Tel-Aviv en Haifa elk Arabisch dorp te bezetten en, indien nodig bevonden, te vernietigen. In het kader van deze operatie werden op 15 mei 1948 de burgemeester en notabelen van Al-Tantoera opgeroepen zich over te geven. Deze weigerden uit vrees dat dan de dorpelingen verdreven zouden worden.[2] Een week later, in de nacht van 22 op 23 mei 1948 vielen troepen van de Alexandroni Brigade het dorp aan. Na het gevecht werden de gevangengenomen dorpelingen naar het strand gedreven waar de mannen werden gescheiden van de vrouwen en kinderen, die afgevoerd werden naar het nabijgelegen Arabische dorp Al-Foeraydis.[3] Al-Foeraydis was een aantal dagen eerder in handen gevallen van Joodse troepen nadat het zich had overgegeven. Haar inwoners mochten, volgens Meron op aandringen van de naburige Joodse nederzettingen, in hun dorp blijven.[4][5]

Controverse[bewerken]

Er is onenigheid over wat zich precies afspeelde in het dorp en hoeveel slachtoffers er vielen. Volgens een rapport van het Rode Kruis werden na de slag door deze organisatie 1086 vluchtelingen uit het dorp overgedragen aan Irak terwijl 200 krijgsgevangenen door Israël werden vastgehouden. 170 voormalige inwoners van Al-Tantoera vestigden zich later in de plaats Freidis en zijn 34 burgers omgekomen.[6] Volgens Gelber waren er aanvankelijk geen berichten van ooggetuigen en voormalige bewoners van Al Tantoera over een bloedbad. Ook tijdens een propaganda radio-uitzending over de aanval op het dorp werd niet gerept over moordpartijen.[5] Volgens Theodor Katz zou uit sommige Arabische en Joodse getuigenverklaringen naar voren zijn gekomen dat na de strijd om het dorp de aanvallers mogelijk meer dan 200 ongewapende dorpelingen zouden hebben omgebracht. Onder andere Ilan Pappé noemt het dan ook een etnische zuivering.[7][8] De Palestijnse historicus Arif al-Arif beschreef in zijn boek uit 1958 het incident van Al-Tantoera als een veldslag en maakt melding van 88 doden aan Arabische kant, waarvan 85 tijdens gevechtshandelingen sneuvelden en drie vrouwen.[9]

Afloop[bewerken]

Geen van de dorpsbewoners mocht ooit terugkeren. Enkele weken na de val van Al-Tantoera werd op het grondgebied de kibboets Nachsjolim gevestigd. Op een paar huizen en een fort na is het hele dorp afgebroken. Thans bevindt zich op de plek een recreatiepark.[10]

Externe link[bewerken]