Dhyana

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Dhamma wiel

Boeddhisme

Concepten
Geschiedenis
Stromingen
Geschriften
Tempels
Devotie
Per land
Termen
Van A tot Z
Dhamma wiel
Portal.svg Portaal Yoga

Dhyana (Sanskriet, ध्यान, dhyāna, 'meditatie', 'contemplatie') is de zevende stap op het achtvoudige yogapad (ashtanga yoga) uit de Yogasoetra's van Patanjali. De andere zeven stappen zijn: yama, niyama, asana, pranayama, pratyahara, dharana en samadhi. Het begrip dhyana wordt meestal vertaald met meditatie of contemplatie. Dhyana maakt deel uit van samyama, een technische term die de drie hoogste stadia van concentratie op het achtvoudige pad onder één noemer samenvat. Het komt overeen met het Pali woord jhāna.

Aanhalingsteken openen
  1. Dhāraṇā is het fixeren van de aandacht van de geest (chitta) op één punt of object.
  2. Dhyāna is de gestage, ononderbroken stroom van de aandacht op dat object.
  3. Samādhi treedt op wanneer het object van dhyāna het subject wordt, waardoor het zelfbewustzijn verdwijnt en men opgaat in het object van meditatie.
  4. Deze drie tezamen vormen samyama, het vermogen om in één vloeiende beweging van de geest van dhāranā over te gaan in dhyāna en samādhi.
  5. Door de verovering van samyama wordt men verlicht met wijsheid.
  6. Samyama kan op verschillende onderwerpen worden gericht.
  7. Dit (dhāraṇā, dhyāna en samādhi) zijn de drie innerlijke (antaranga) onderdelen van het achtvoudige pad.
Aanhalingsteken sluiten
Patanjali, Yogasoetra's, III.1-7

Terwijl er in het stadium van dharana nog sprake is van een zelfbewust streven om tot concentratie te komen, heeft dit proces in dhyana of meditatie zich gestabiliseerd tot een gestage, spontane flow, waarin het spanningsveld tussen subject en object is overstegen.

De jhānas zijn in het boeddhisme niet het uiteindelijke doel van de boeddhistische praktijk, maar wel een zeer belangrijke tussenstap, of middel, naar het uiteindelijke doel van Nirvana. Het bereiken van de jhānas wordt beschouwd als een bovenmenselijke prestatie, en kan ook leiden tot een versnelde toegang of hogere kunde in de zes bovennatuurlijke krachten.

De Chinese en Japanse verbasteringen van het woord dhyāna tot Chan respectievelijk Zen komen van de Chinese en Japanse Mahayana-boeddhistische scholen. Ook al zijn deze termen aan elkaar verwant, hun onderliggende filosofieën en achterliggende praktijken vertonen significante, door de cultuur bepaalde verschillen.

Jhāna in het Theravadaboeddhisme[bewerken]

In het Theravadaboeddhisme verwijst Jhāna naar de acht meditatiestadia die frequent door Gautama Boeddha onderwezen werden en waar veel vermeldingen naar worden gemaakt in de Pali Canon.

Het bereiken van de jhānas leidt tot een grote innerlijke rust en stabiliteit. Tijdens een meditatie waarbij een van de jhānas bereikt wordt, en gedurende een periode nadat deze meditatie beëindigd is, is er een tijdelijke loutering van de geest van de drie vergiften van begeerte, aversie en waan. De jhānas zijn daardoor bevorderlijk voor het maken van voortgang in de praktijk en ontwikkeling van wijsheid of vipassana, wat het Nirvana tot gevolg heeft.

Tijdens een jhāna-meditatie verliest men gewoonlijk het besef van tijd, en deze meditaties kunnen daardoor moeiteloos voor een zeer lange periode (uren of dagen) gecontinueerd worden. Men beleeft ook geen lichamelijk ongemak wanneer men in een jhāna verblijft, omdat het contact van de geest met het fysiek lichaam tijdelijk verbroken is. Ook het gehoor is tijdelijk uitgeschakeld. Gedurende een meditatie waarin een van de jhānas behaald wordt, ontstaan er geen gedachten in de geest. Andere mentale factoren als aandacht, concentratie, vreugde en geluk zijn echter in zeer grote mate aanwezig.

De jhanas worden gekenmerkt door de aan- of afwezigheid van de vijf jhana-factoren: vittaka (initiatie van aandacht), vicāra (voortdurende aandacht), piti (vreugde), sukha (geluk) en ekaggata (eenheid van geest).

De acht jhānas[bewerken]

Er zijn acht jhānas:

  1. In de eerste jhāna zijn alle vijf jhāna-factoren aanwezig. De jhāna-factoren van vitakka en vicara domineren.
  2. De tweede jhāna is hoger dan de eerste en wordt bereikt door de jhāna factoren vitakka en vicara achter te laten of te verlaten. Het voornaamste kenmerk van de tweede jhāna is piti of vreugde.
  3. Voor het bereiken van de derde jhāna moet men de vreugde van de tweede jhāna achterlaten. Het voornaamste kenmerk van de derde jhāna is sukha of geluk.
  4. Voor het bereiken van de vierde jhāna moet men het geluk van de derde jhāna achterlaten. Het voornaamste kenmerk van de vierde jhana is ekaggata: eenheid van geest, wat leidt tot een ervaring van grote vredigheid.
  5. de basis van onbegrensde ruimte wordt bereikt door na het bereiken van de vierde jhāna het concept van onbegrensde ruimte als meditatie-object te nemen.
  6. de basis van onbegrensd bewustzijn wordt bereikt door na het bereiken van de basis van onbegrensde ruimte het concept van onbegrensd bewustzijn als meditatie-object te nemen.
  7. de basis van nietsheid wordt bereikt door na het bereiken van de basis van onbegrensd bewustzijn het concept van 'niets' als meditatie-object te nemen.
  8. de basis van noch-perceptie-noch-geen-perceptie wordt bereikt door na het bereiken van de basis van nietsheid het concept van 'noch-perceptie-noch-geen-perceptie' als meditatie-object te nemen.

De eerste vier jhānas zijn de fijn-materiële jhānas. De laatste vier jhānas zijn de immateriële jhānas. Deze immateriële jhānas worden in het boeddhisme als minder noodzakelijk voor de verdere mentale groei gezien. De vierde jhāna wordt gezien als de optimale jhāna voor de verdere mentale cultivatie.

Het bereiken van de jhānas[bewerken]

Voor de training van de geest in het bereiken van de jhānas is het noodzakelijk dat de geest zich eerst bevrijdt van de vijf obstakels (Pali: nivarana) van (1) begeerte, (2) haat, (3) slaperigheid, (4) onrust en zorgen, en (5) twijfel. Indien geen van deze obstakels aanwezig is, is toetreding tot de jhānas mogelijk door versterking en ontwikkeling van de vijf jhāna-factoren.

Iemand die kundig in het behalen van de jhānas is zal deze zeer snel kunnen bereiken. Voor iemand die niet weet wat de jhānas zijn of niet weet dat ze bestaan kan het zeer moeilijk zijn om ze te behalen, ook al wordt zijn geest momenteel niet belemmerd door de vijf obstakels. Ook een obsessie met de jhānas kan een obstakel zijn voor het werkelijk behalen ervan, omdat obsessie slecht samengaat met innerlijke rust en de vijf obstakels sterker kan maken.

Kunde in de jhānas leidt tot een wedergeboorte in een van de zeer hoge hemels.

Zie ook[bewerken]

  • boeddhistische kosmos voor meer informatie over de relatie tussen de jhānas, wedergeboorte en hemels.
  • Samadhi omvat zowel de jhanas als de meditatiestadia waarin de concentratie minder diep is.

Externe links[bewerken]

Wikisource Meer bronnen die bij dit onderwerp horen, kan men vinden op de pagina Yoga Sutras op de Engelstalige versie van Wikisource.