Die schöne Müllerin

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Franz Schubert
Enige analysedetails van het Lied Mit dem grünen Lautenbande Maat 1-15

Die schöne Müllerin (de mooie molenaarster) is een liederencyclus (opus 25, D 795, 1823) van Franz Schubert. De cyclus bestaat uit 20 getoonzette gedichten van Wilhelm Müller. Met elkaar vormen de gedichten het verhaal van een rondtrekkende gezel, die op een molen komt te werken en daar verliefd wordt op de dochter van de molenaar. Deze valt echter voor de charmes van een jager. De gezel verdrinkt daarna in de molenbeek.

Vooral het eerste lied is populair en wordt dikwijls (met name in Duitstalige landen) tijdens het wandelen gezongen.

Das Wandern ist des Müllers Lust,
Das Wandern!
Das muß ein schlechter Müller sein,
Dem niemals fiel das Wandern ein,
Das Wandern.

De liederen[bewerken]

1. Das Wandern (het wandelen)
2. Wohin? (waarheen?)
3. Halt! (halt!)
4. Danksagung an den Bach (dankzegging aan de beek)
5. Am Feierabend (na de arbeid)
6. Der Neugierige (de nieuwsgierige)
7. Ungeduld (ongeduld)
8. Morgengruß (morgengroet)
9. Des Müllers Blumen (de bloemen van de molenaar)
10. Tränenregen (tranenregen)
11. Mein! (van mij!)
12. Pause (pauze)
13. Mit dem grünen Lautenbande   (met het groene lint)
14. Der Jäger (de jager)
15. Eifersucht und Stolz (na-ijver en trots)
16. Die liebe Farbe (de mooie kleur)
17. Die böse Farbe (de slechte kleur)
18. Trockne Blumen (droge bloemen)
19. Der Müller und der Bach (de molenaar en de beek)
20.   Des Baches Wiegenlied (het wiegelied van de beek)

Bewerking[bewerken]

Zanger, componist en tekstdichter Jan Rot maakte een zogenaamde hertaling in het Nederlands van de liederen onder de titel Zomerreis (refererend aan de cyclus Die Winterreise die hij ook hertaald heeft), opgenomen in 2006 door tenor Marcel Beekman en pianist Ernst Munneke.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]

Wikisource Meer bronnen die bij dit onderwerp horen, kan men vinden op de pagina Wilhelm Müller op de Duitstalige Wikisource