Dnjepr-Donetscultuur

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search

 Dnjepr-Donetscultuur

De Dnjepr-Donetscultuur, ook Dnjepr-Doncultuur (ca. 5e-4e millennium v.Chr.) was een neolithische cultuur in het gebied ten noorden van de Zwarte Zee en Zee van Azov tussen de Dnjepr en de Donets in het huidige Oekraïne en Rusland.

Er zijn parallellen met de gelijktijdige Samaracultuur. De Dnjepr-Donetscultuur werd opgevolgd door de jamnacultuur.

Overzicht[bewerken]

De Dnjepr-Donetscultuur was er een van jager-verzamelaars die de overgang maakten naar een begin van landbouw. De vroegste stadia laten bijna uitsluitend jacht en visserij zien.

Begraving was in grafkuilen, waarbij de overledene met oker werd bedekt. Eenpersoonsgraven komen voor, maar men vindt vaker meervoudige begrafenissen waarbij hetzelfde graf meermalen achtereen werd gebruikt.

Met name door de voorstanders van de koerganhypothese wordt de cultuur gevat binnen een grotere culturele horizon van de beneden-Dnjepr naar de Midden- tot Beneden-Wolga, in een brede culturele regio die strekte tot aan de Wisła in Polen. Volgens deze theorie valt dit gebied binnen de grenzen van de Proto-Indo-Europeanen.

De precieze rol van deze cultuur en haar taal in het ontstaan van de Pontisch-Kaspische culturen zoals Sredny Stog en jamna staat open voor discussie, hoewel verschillende terugkerende kenmerken wijzen op langdurige wederzijdse contacten of onderliggende genetische relaties.

De fysieke overblijfselen zijn beschreven als overwegend laat-cro-magnonide met meer robuste kenmerken dan de graciele mediterrane volkeren van het Balkan-neolithicum.

Aardewerk[bewerken]

Het vroege gebruik van karakteristiek punt-bodem-aardewerk toont raakvlakken met andere mesolithische culturen die zich aan de periferie van het gebied met neolithische landbouwculturen bevinden.

De speciale vorm van dit aardewerk is gerelateerd aan het vervoer per boomstamkano in draslandgebieden. Met name verwant zijn de Ertebøllecultuur in Scandinavië en gerelateerd Swifterbant in Nederland en Ellerbek in Noord-Duitsland, het "mesolithisch aardewerk" van België en Noord-Frankrijk (met inbegrip van niet-bandkeramisch aardewerk zoals La Hoguette, Bliquy, Villeneuve-Saint-Germain), de Roucedourcultuur in het zuidwesten van Frankrijk, en de waterrijke gebieden van Noord-Polen en Rusland.

Afgezien van een westelijke uitbreiding naar de Midden-Dnjestr tot aan de monding van de Donau bezette de cultuur het westelijk derde deel van het gebied van de latere jamnacultuur.