Doodstraf in Japan

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Naast de Verenigde Staten en Singapore is Japan het enige hoog geïndustrialiseerde land ter wereld dat de doodstraf nog uitvoert.

Na een kort moratorium ingesteld door de Minister van Justitie Seiken Sugiura die de doodstraf niet kon verenigen met zijn boeddhistische geloofsovertuiging, werden in december 2006 weer executies uitgevoerd. Dit gebeurde onder de nieuwe Minister van Justitie Jinen Nagase.

De doodstraf wordt in Japan in grote stilte uitgevoerd: de namen van de ter dood gebrachten worden vaak niet meegedeeld aan de buitenwereld en het Japanse ministerie van Justitie erkende pas in 1998 dat er executies in het verleden hadden plaatsgevonden. De ter dood veroordeelden zelf krijgen pas enkele uren vóór hun executie te horen dat ze ter dood worden gebracht. Hun familie wordt pas na afloop van de executie ingelicht.

De bekendste gevangene die in de dodencel op zijn executie wacht is Shoko Asahara die de leider was van de Aum Shinrikyosekte die in 1995 een gifgasaanval pleegde op de metro van Tokio waarbij 12 doden vielen.

De doodstraf wordt in Japan voltrokken door middel van ophanging.


Er zijn enkele criteria waar men zich op baseert bij het geven van de (dood)straf:

  1. Mate van wreedheid van de daad
  2. Motief
  3. Hoe de daad is gepleegd; vooral de wijze waarop het slachtoffer werd gedood.
  4. Uitkomst van de daad; met name het aantal slachtoffers.
  5. Gevoelens van de familieleden van het slachtoffer.
  6. Gevolgen van de daad op de Japanse samenleving.
  7. Leeftijd van verweerder (In Japan is iemand minderjarig tot de leeftijd van 20 jaar.)
  8. Strafblad
  9. Mate van berouw dat de verdachte toont.