Eper incestzaak

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De Eper incestzaak is een van de meest geruchtmakende incestzaken in de Nederlandse geschiedenis.

In de eerste helft van 1990 deden twee zusters, Yolanda en Eveline van B. uit het Gelderse Epe, aangifte van seksueel misbruik, babymoord en illegale abortussen. Op dat moment waren ze 23 en 22 jaar oud. Onder meer de moeder, vader, broer en een aantal bekenden, onder wie een politieman, werden beschuldigd van jarenlange incest en perverse groepsseks met jonge kinderen. De zaak kende drie verschillende rechtszaken. Tot aan de Hoge Raad achtten rechters het seksueel misbruik bewezen. De ex-man van Yolanda werd vrijgesproken. Haar moeder kreeg in 1995 vier jaar van het Arnhemse gerechtshof.

De allereerste verklaringen van Yolanda betroffen ontucht met haar broer Adriaan. Tegen hem deed ze echter in het geheel geen aangifte, hij is ook niet veroordeeld.[1]

Zaken[bewerken | brontekst bewerken]

Aangenomen wordt dat de incest in de familie Van B. midden jaren zeventig van de vorige eeuw is begonnen op het moment dat de zusjes Yolanda en Eveline ongeveer 8 en 9 jaar oud waren. Het leidde in de periode 1991 tot 1995 tot drie rechtszaken, die bekendstaan als Epe I, Epe II en Epe III.

Epe I[bewerken | brontekst bewerken]

In oktober 1990 doet Yolanda voor het eerst aangifte bij de Eper politie. Het is het begin van de Eper incestaffaire. In januari 1991 bij de eerste zitting van de rechtbank Zutphen wordt de ernst van de feiten pas echt duidelijk. Die feiten komen vooral boven water via uitvoerige bekentenissen van de vader en moeder tegenover zowel de politie als de rechter-commissaris. De verhoren tijdens de rechtszittingen roepen heftige emotionele reacties op bij de twee zusters, ook vanwege de plotselinge en onverwachte ontkenningen van de ouders. Volgens de rechter hebben de ouders "zeer lange tijd op de meest weerzinwekkende manier de lichamelijke integriteit van hun dochters geschonden en op de meest grove wijze het ouderschap misbruikt". Ook de ex-man Wouter S. van Yolanda deed aan het misbruik mee. Hij woonde eerst enige jaren als kostganger bij de familie Van B. en trouwde later met Yolanda. Volgens justitie en de rechtbank wist S. dat hij het leven van Yolanda aan het verwoesten was. Eveline ontsnapte aan het incestgezin door op jonge leeftijd te trouwen.

Rechtbank Zutphen[bewerken | brontekst bewerken]

Behandeling 16 en 17 januari 1991. Uitspraak 30 en 31 januari 1991:

  • Arie van B., 56 jaar dan, vader van Adriaan, Eveline en Yolanda; eis 8 jaar onvoorwaardelijk, vonnis 7 jaar onvoorwaardelijk. Vader moet Eveline 1500 euro schadevergoeding betalen; aan Yolanda 1 euro.
  • Gerritdina W., dan 53 jaar, moeder van Adriaan, Eveline en Yolanda; eis 4 jaar onvoorwaardelijk, vonnis 3 jaar en 6 maanden onvoorwaardelijk. De moeder is verminderd toerekeningsvatbaar verklaard (intellectueel niveau van een 8-jarig kind), anders had ook zij 7 jaar onvoorwaardelijk gekregen, aldus de rechtbank Zutphen. De moeder is eveneens onder meer veroordeeld voor verkrachting met geweld.
  • Wouter S., hij is dan 41 jaar (voorgekomen op 16 januari en 8 februari en 19 juni 1991). Rechtszaken tegen hem gesplitst in periode voor en periode na het huwelijk met Yolanda. Eis: 6 jaar onvoorwaardelijk, vonnis 4 jaar waarvan 1 jaar voorwaardelijk en proeftijd van 2 jaar.
  • Adriaan van B., broer van Eveline en Yolanda; eis 4 jaar onvoorwaardelijk, vonnis 3 jaar waarvan 1 jaar voorwaardelijk en 2 jaar proeftijd.
  • Jan H., 35 jaar dan, voorgekomen op 6 februari 1991; eis 5 jaar onvoorwaardelijk, vonnis 30 maanden waarvan 10 maanden voorwaardelijk. Yolanda omschreef hem als de wreedste van allemaal.
  • Jan de H., 60 jaar dan, bekende van de familie Van B.; eis: 3 jaar onvoorwaardelijk, vonnis 1 jaar en 6 maanden onvoorwaardelijk plus betaling van schadevergoeding aan Yolanda en Eveline.

Gerechtshof Arnhem[bewerken | brontekst bewerken]

Behandeling hoger beroep 11 juni 1991 en 27 augustus 1991. Uitspraak 24 juni 1991 en 19 september 1991:

  • Arie van B., procureur-generaal mr. Y.A.J.M. van Kuijck: "Vader heeft zijn kinderen grenzeloos misbruikt en zijn dochters psychisch doodgemaakt. Het is grenzeloos sadistisch gedrag." Eis: 8 jaar onvoorwaardelijk, arrest: 7 jaar onvoorwaardelijk.
  • Wouter S., behandeling wegens ziekte advocaat uitgesteld. Eis: 6 jaar onvoorwaardelijk, arrest 4 jaar waarvan 1 jaar voorwaardelijk en proeftijd van 2 jaar.
  • Jan H. Eis: vrijspraak, arrest vrijspraak wegens gebrek aan (voldoende) wettig en overtuigend bewijs. Alleen de verklaringen van Yolanda en haar littekens zijn niet voldoende.
  • De moeder, broer en Jan de H. zien af van hoger beroep.
  • Het cassatieberoep van Wouter S. is door de Hoge Raad der Nederlanden op 9 juni 1992 verworpen.

Epe II[bewerken | brontekst bewerken]

Epe 2 is het vervolg van Epe 1.[2] Nieuw is de verdenking van moord c.q. doodslag en zwangerschapsonderbrekingen. Om die reden is geen sprake van het tweemaal dagvaarden van de ouders Arie en Dinie van B. en van Wouter S. voor hetzelfde feit (overtreden van het ne bis in idem beginsel). De aangifte van Yolanda is gedaan begin juni 1993. In Nederland en buiten de landsgrenzen brengt dit nieuws een schokgolf teweeg. Tijdens de rechtszittingen in eerste aanleg trekt het Openbaar Ministerie de aanklacht wegens moord c.q. doodslag in. Er is onvoldoende bewijs daarvoor.

De rechtbank Zutphen acht het illegaal en gewelddadig afbreken van zwangerschappen in de periode 1982-1984 en in de periode 1984-1990 bij Yolanda wel bewezen. Vreemd genoeg zijn de illegale abortussen bij Eveline niet door de politie en evenmin door de rechtbank onderzocht. Dit verzuim wordt hersteld door het gerechtshof Arnhem, waar Eveline met gesloten deuren verklaringen aflegt. Juist deze verklaringen blijken in juridisch opzicht en voor de uiteindelijk gebruikte bewijslast van groot belang. Die komen volgens het hof in belangrijke mate overeen met de afgelegde verklaringen van Yolanda en bekentenissen van verdachten en vertonen geen inconsistenties. Het gerechtshof acht alleen de illegale abortussen in 1982 bij Yolanda en Eveline bewezen. Voor de illegale abortussen in andere perioden bestaat volgens het gerechtshof niet voldoende bewijs. Vanwege deze constatering wordt de ex-man van Yolanda (Wouter S.) vrijgesproken van het plegen van illegale abortussen. In 1982 woonde hij nog niet bij het gezin Van B. in.

Ad H. en de broers Gerrit en Ronald van Z. uit Vaassen komen voor het eerst in beeld. Zij worden verdacht van verkrachting van Yolanda en de gebroeders Van Z. tevens van ontucht (‘meedogenloze handelingen’) met buitengewoon jonge kinderen. De tbs voor de broers is tot op heden nooit opgeheven (eind 2019).

Niet alleen tijdens de behandeling door de rechtbank Zutphen,[3] ook tijdens de zes dagen durende behandeling van de zaak door het gerechtshof worden vele getuige-deskundigen, opsporingsambtenaren, verdachten en anderen gehoord.[4] Het illustreert dat de Eper incestaffaire ook een voorbeeldfunctie heeft gekregen. Het feit bijvoorbeeld dat incestslachtoffers moeite kunnen hebben met bepaalde herinneringen en tijdsbepalingen is volgens deskundigen gezien de zeer traumatische gebeurtenissen bepaald niet vreemd.

Rechtbank Zutphen[bewerken | brontekst bewerken]

Behandeling op 18, 20, 21 en 28 januari 1994. Vonnissen 11 februari 1994:

  • Arie van B.: eis 7 jaar onvoorwaardelijk, vonnis 5 jaar onvoorwaardelijk.
  • Gerritdina W.: eis 5 jaar onvoorwaardelijk, vonnis 3 jaar onvoorwaardelijk.
  • Wouter S.: eis 3 jaar onvoorwaardelijk, vonnis 2 jaar en 6 maanden onvoorwaardelijk.
  • Ad H.: eis 3 jaar onvoorwaardelijk, vonnis conform de eis.
  • Gerrit van Z.: eis 2 jaar onvoorwaardelijk en tbs met bevel tot verpleging, vonnis conform de eis.
  • Ronald van Z.: eis 3 jaar onvoorwaardelijk en tbs met bevel tot verpleging, vonnis conform zijn broer Gerrit van Z.

Gerechtshof te Arnhem[bewerken | brontekst bewerken]

Behandeld op 31 mei, 1, 2, 3, 4, en maandag 6 juni 1994. Arrest gewezen op vrijdag 17 juni 1994. Alle verdachten hebben hoger beroep aangetekend.

  • Arie van B.: eis 3 jaar onvoorwaardelijk, arrest 4 jaar onvoorwaardelijk.
  • Gerritdina W.: eis 2 jaar onvoorwaardelijk, vonnis 4 jaar onvoorwaardelijk.
  • Wouter S.: eis 3 jaar onvoorwaardelijk, arrest vrijspraak.
  • Ad H.: eis 3 jaar onvoorwaardelijk, vonnis 3 jaar onvoorwaardelijk.
  • Gerrit van Z.: eis 2 jaar onvoorwaardelijk met tbs en dwangverpleging, vonnis 1 jaar onvoorwaardelijk met tbs en dwangverpleging.
  • Ronald van Z.: eis 2 jaar onvoorwaardelijk met tbs en dwangverpleging, vonnis 18 maanden met tbs en dwangverpleging.

Epe III[bewerken | brontekst bewerken]

Tijdens het politieonderzoek naar feiten en omstandigheden in Eper 2 komt een nieuwe zedenzaak in Epe en Vaassen aan het licht. Er liggen bekentenissen op tafel van misbruik en incest van drie kinderen uit het gezin H. uit Vaassen. De vader van de kinderen zit al in hechtenis vanwege Epe 2, evenals de gebroeders Gerrit en Ronald van Z. en buurjongens van het gezin H. De moeder van de drie misbruikte kinderen, Sophie C., doet aangifte van zedendelicten jegens haar kinderen, maar zij wordt later eveneens aangehouden en uiteindelijk veroordeeld voor het medeplegen van verkrachting en aanranding van haar drie kinderen. De jongste was toen drie jaar.

Nieuw in beeld bij Epe 3 is de derde broer, Alex van Z., en de moeder van de drie broers Roelie H. Gerrit K. uit Apeldoorn was de toenmalige vriend van Roelie H. De ouders van Yolanda en Eveline zijn in deze zaak geen verdachten meer. Wouter S., de ex-man van Yolanda, wel, maar hij wordt als enige verdachte in Epe 3 uiteindelijk vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs.

Het politieonderzoek in Epe 3 is feitelijk en formeel zoveel als mogelijk gescheiden van de eerdere twee Eper zedenzaken. Dat geldt ook voor de rechters en de vele ingeschakelde getuigen-deskundigen. Alleen ontwikkelingspsycholoog dr. H.J.G. Soppe is opnieuw benoemd als deskundige en heeft samen met orthopedagoog dr. R. Bullens onderzoek gedaan naar de mate van betrouwbaarheid van de verklaringen van de kinderen. Tevens hebben zij een algemeen persoonlijkheidsonderzoek verricht.

De Officier van Justitie bij de rechtbank Zutphen plaatst kanttekeningen bij de inschakeling van deskundigen: "Al die rapporten zijn hulpmiddelen. Geen enkele deskundige zal objectief kunnen vaststellen wat waar of onwaar is. Het zijn hulpmiddelen voor de rechtbank om te beoordelen welke waarde moet worden gehecht aan de diverse verklaringen."[5]

De politieverhoren zijn zoveel mogelijk op video en/of geluidsdragers vastgelegd. De keerzijde daarvan: enorm omvangrijke dossiers van 600 tot 800 pagina’s.

Rechtbank Zutphen[bewerken | brontekst bewerken]

Behandeling 18 en 19 juli 1994. Vonnis 4 augustus 1994:

  • Ad H.: eis 4 jaar onvoorwaardelijk, vonnis 3 jaar onvoorwaardelijk.
  • Sophie C.: eis 5 jaar onvoorwaardelijk, vonnis 3 jaar onvoorwaardelijk.
  • Wouter S.: eis 3 jaar onvoorwaardelijk, vonnis 2 jaar onvoorwaardelijk.
  • Alex van Z.: 3 jaar waarvan 1 jaar voorwaardelijk, vonnis 3 jaar waarvan 1 jaar voorwaardelijk plus 2 jaar proeftijd.
  • Gerrit van Z.: eis 1 jaar onvoorwaardelijk, vonnis 6 maanden onvoorwaardelijk (tbs gold al).
  • Ronald van Z.: eis 18 maanden onvoorwaardelijk, vonnis 15 maanden onvoorwaardelijk (tbs gold al).
  • Roelie H.: eis 24 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk en 2 jaar proeftijd, vonnis vrijspraak wegens gebrek aan bewijs.
  • Gerrit K.: eis 3 jaar waarvan 6 maanden voorwaardelijk en 2 jaar proeftijd, vonnis vrijspraak wegens gebrek aan bewijs.

Gerechtshof Arnhem[bewerken | brontekst bewerken]

Behandeling 25 tot en met 27 januari 1995. Uitspraak 10 februari 1995:

  • Zeven van de acht verdachten gaan in hoger beroep. Gerrit van Z. ziet af van hoger beroep, volgens zijn advocaat ‘’puur om pragmatische redenen’’. Gerrit heeft alles (zijn aandeel) bekend.
  • Wouter S.: eis 2 jaar onvoorwaardelijk, arrest vrijspraak.
  • Alex van Z.: eis 3 jaar waarvan 1 jaar voorwaardelijk, arrest 18 maanden onvoorwaardelijk.
  • Sophie C.: eis 4 jaar onvoorwaardelijk, arrest 2 jaar onvoorwaardelijk wegens medeplegen van verkrachting en aanranding van haar drie kinderen.
  • Ronald van Z.: eis 15 maanden onvoorwaardelijk, arrest 1 jaar onvoorwaardelijk.
  • Gerrit K.: eis 24 maanden waarvan 5 maanden voorwaardelijk, arrest 10 maanden waarvan 5 maanden voorwaardelijk, en proeftijd van 2 jaar.
  • Roelie H.: eis 15 maanden onvoorwaardelijk, arrest 5 maanden onvoorwaardelijk wegens medeplegen van verkrachting.
  • Ad H.: eis 3 jaar onvoorwaardelijk, arrest 18 maanden onvoorwaardelijk.

Cassatie[bewerken | brontekst bewerken]

In cassatie bij de Hoge Raad der Nederlanden zijn alle arresten in stand gebleven. Het cassatieverzoek namens Arie van B. in de Eper 2 zaak is door de Hoge Raad in februari 1995 afwezen, conform de conclusie van advocaat-generaal L.C.M. Meijers.[6]

Twijfel aan verklaringen[bewerken | brontekst bewerken]

Psycholoog en hoogleraar Willem Wagenaar uitte in de zaak als getuige-deskundige kritiek op slachtoffer Yolanda, omdat de feiten niet zouden kloppen.[7] In zijn in 2009 verschenen boek De slapende rechter besteedt hij aandacht aan de zaak. Naar zijn zeggen was er sprake van gefantaseer door Yolanda en waren de grootste slachtoffers daarvan de broers Gerrit en Ronald van Z. Ze kregen korte gevangenisstraffen opgelegd, maar wel met tbs. Ze zijn nooit meer vrijgekomen. Wagenaar pleitte voor herziening van de zaak, maar vond geen gehoor.[8]

Een van de destijds betrokken advocaten, Henk Ruis, schreef in 2008 in dagblad Trouw dat de ouders en andere betrokkenen jaren gevangenisstraf hebben uitgezeten "voor 'feiten' die gewoon helemaal niet gebeurd zijn".[9]

Op 7 juli 2010 bepaalde de rechtbank in Zutphen dat de tbs van Ronald van Z. met twee jaar moest worden verlengd. Volgens het Openbaar Ministerie, dat om de verlenging had gevraagd, zouden er nog steeds grote risico's voor anderen bestaan als Van Z. vrij zou komen.[10]

Bibliografie[bewerken | brontekst bewerken]

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]

Referenties[bewerken | brontekst bewerken]

  1. Terug naar Epe: De verbijsterende veroordelingen in de zaak-Yolanda van B. Door Hendrik Jan Korterink in Koud Bloed, True crime magazine, nr. 9 2010, p. 65-76.
  2. Nemesis, actualiteitenkatern juli/augustus 1994, nr. 4, p. 10-20.
  3. Over alleen de behandeling van Epe 2 bij de rechtbank Zutphen: H.J. Korterink, Epe, het proces, Haarlem, Uitgeverij Single Media BV.
  4. Caroline A.P. Janssens ‘Op zoek naar Yolanda’, Nemesis maart/april 1995, jaargang 11, p. 52-60.
  5. Requisitoir mr. K.A. Wetzels 20 juli 1994, p. 10.
  6. Hoge Raad, 21 februari 1995; ECLI:NL:HR:1995:ZD0178 (niet gepubliceerd op Rechtspraak.nl); NJ 1995, 415, p. 1918-1931, m.nt. A.C. ’t Hart.
  7. Hoogleraar pleit voor herziening Eper incestzaak, Trouw, 21 maart 2008.
  8. De slapende rechter W.A. Wagenaar, H. Israëls en P.J. van Koppen.
  9. Eper incestzaak is toe aan revisie, Henk Ruis in Trouw, 28 maart 2008.
  10. Tbs verlengd voor Eper misbruiker, Nederlands Dagblad, 7 juli 2010.