Erycius Puteanus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Erycius Puteanus (circa 1638/39)

Erycius Puteanus (Venlo, 4 november 1574 - Leuven, 17 september 1646) was een humanist uit Venlo. Hij verlatijnste zijn naam, zijn oorspronkelijke naam was Eric de Put.[1]

Na een schooltijd in Dordrecht en het Driekoningencollege in Keulen, waar hij welsprekendheid en wijsbegeerte studeerde, ging hij studeren in Leuven. Hij werd daar een leerling van Justus Lipsius, bij wie hij colleges oude geschiedenis liep. Hij studeerde vervolgens af in de rechten in 1595 en ging daarna naar Padua en Milaan, waar hij in 1599 tot professor in de welsprekendheid werd benoemd. In 1601 benoemde koning Filips III van Spanje hem tot diens officieel geschiedschrijver. In 1604 huwde Puteanus in Milaan met Marie-Madeleine Della'Torre. Kort voor zijn vertrek uit Milaan werd hij daar doctor in de rechten.

In 1606 volgde hij de overleden Lipsius op als hoogleraar aan de Universiteit van Leuven. Van 1606 tot aan zijn dood in 1646 gaf hij er les en schreef zowel in het Latijn als Nederlands. Hij verbleef met zijn vrouw en 14 kinderen op het slot van de Keizersberg[2] in Leuven. In de kelder van het slot hield hij wijnen en bieren, waarop hij geen taxen betaalde aan de stad Leuven[3] In deze periode van Contrareformatie wenste hij van zijn slotkapel een bijkapel te maken van Onze-Lieve-Vrouw van Scherpenheuvel, waarnaar vele bedevaarten gingen in de Zuidelijke Nederlanden. Deze plannen gingen evenwel niet door[4]. Wel nodigde hij zijn studenten uit op het kasteel voor voordrachten en (Latijnse) gedichten. Hierbij hielpen zijn kinderen mee met zang en muziek.

Hij werd door aartshertog Albrecht tot ereraadsman aangesteld en ontving daar een pensioen voor. Ook werd hij lid van de Raad van State der Nederlanden. Hij hield contact met zijn geboortestad Venlo en vertegenwoordigde deze in diplomatieke missies.

Genoemd naar Erycius Puteanus[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • Vele werken in het Latijn en het Nederlands. Onder meer: "De Obsidione Lovaniensi", J. Cnobbaert, Antwerpen 1636. Daarin beschrijft hij onder meer de inneming en plundering van Tienen door de geallieerde Franse en Hollandse legers in juni 1635.
  • Sedigh leven (onder pseudoniem Honorius van den Born) (1636)
  • Sedigh leven, daghelycks broodt (ook onder het pseudoniem Honorius van den Born) (1638)