Etruscologie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De Liber linteus Zagrabiensis.

Etruscologie (samenst. Lat. Etrusci en Gr. λόγος: "leer der Etrusken") is de wetenschap die zich toelegt op de studie naar de Etrusken, wier beschaving zich van de 9e tot en met de 1e eeuw v.Chr. in Midden-Italië manifesteerde.

De Romeinse keizer Claudius is wel genoemd als de eerste etruscoloog. Hij had een grote belangstelling voor de Etruskische cultuur, beheerste zelfs de taal en schreef een omvangrijk werk getiteld Tyrrhenica, gesteld in het Grieks, dat handelde over de geschiedenis van de Etrusken.[1] De ware wegbereider van de etruscologie was waarschijnlijk de Schotse geleerde Thomas Dempster (1579-1625). Zijn boek De Etruria regali libri septem, dat pas in 1723 verscheen, was een belangrijke stimulans voor de belangstelling voor en het onderzoek naar de Etruskische cultuur. In de 19e eeuw kristalliseerde de etruscologie langzaam uit tot een wetenschappelijke discipline. Eén van de vruchten uit die periode was de lijvige studie The cities and cemeteries of Etruria (1848) van de Britse reiziger-archeoloog George Dennis (1814-1898). Het boek wordt nog steeds gebruikt.

Belangrijke aandachtspunten van de etruscologie zijn de materiële overblijfselen (archeologie) en de taal. Het Etruskisch was, in tegenstelling tot de Italische talen, geen Indo-Europese taal en heeft buiten het Italisch schiereiland alleen verwantschap met het Lemnisch. Hoewel het Etruskisch zich vrij gemakkelijk laat lezen (het is gebaseerd op het Oud-Griekse alfabet), is de betekenis van vele woorden ons nog onbekend. Er zijn namelijk weinig lange teksten overgeleverd. Wij hebben wel zo'n 11.000 korte inscripties op beelden, vazen, enz., maar deze zijn te kort om de kennis van de Etruskische taal aanzienlijk te vergroten. Uitkomst kunnen zogeheten bilinguen bieden: teksten waarvan een vertaling bestaat in een taal die wij wel beheersen (vgl. de Steen van Rosetta, waarmee Champollion de Oud-Egyptische hiërogliefen kon ontcijferen). Het aantal bilinguen is echter beperkt en meestal gaat het ook hier om korte teksten. De Etruskische tegenhanger van de Steen van Rosetta dacht men in de drie gouden plaatjes van Pyrgi gevonden te hebben; deze dragen een tekst die zowel in het Punisch als in het Etruskisch is gesteld. De teksten bleken helaas geen nauwkeurige vertalingen. De langste overgeleverde tekst is momenteel de Liber Linteus Zagrabiensis (ca. 1300 woorden), een tekst op de windselen van een Egyptische mummie. In 2007 is daarover een nieuwe, uitgebreidere studie verschenen van de hand van een Nederlandse etruscoloog.[2]

Een probleem dat de etruscologie lang heeft beziggehouden is de etnische formatie van de Etrusken. Sommige wetenschappers (met name taalkundigen) geloven in een oosterse herkomst, in navolging van Herodotos. Anderen (veelal archeologen) zijn van mening dat de Etrusken autochtoon waren (naar het idee van Dionysius van Halicarnassus). Voor een oosterse herkomst zijn veel taalkundige aanwijzingen, maar géén archeologische (misschien de stele van Kaminia uitgezonderd); de Etruskische archaeologica wijzen op een zeer lange geschiedenis op het Italisch schiereiland. Het probleem staat tegenwoordig vrijwel niet meer op de Etruscologische agenda, hoewel de discussie nog niet geheel is beëindigd.[3]

De Italiaanse hoogleraar Klassieke archeologie Massimo Pallottino (1909-1995) heeft veel betekend voor de etruscologie en mag als een van de belangrijkste etruscologen van de 20e eeuw worden beschouwd. Zijn Etruscologia uit 1942 (voor het laatst herzien in 1984) was lange tijd een van de belangrijkste etruscologische handboeken. Pallottino's leerlingen Mauro Cristofani (1941-1997) en Giovanni Colonna (1934-) - en vele anderen - hebben zich eveneens zeer verdienstelijk gemaakt in dit vakgebied.

Het belangrijkste wetenschappelijke etruscologische instituut is het Istituto Nazionale di Studi Etruschi ed Italici te Florence. Het instituut is verantwoordelijk voor belangrijke publicaties, zoals de reeksen Corpus Speculorum Etruscorum en Corpus Inscriptionem Etruscarum (corpora respectievelijk betrekking hebbend op Etruskische spiegels en inscripties) en het gezaghebbende wetenschappelijke tijdschrift Studi Etruschi (1927 - heden). Een ander wetenschappelijk tijdschrift is Etruscan Studies (1994 - heden), dat onder auspiciën van de Amerikaanse Etruscan Foundation wordt uitgegeven. Bekend is ook de Accademia Etrusca te Cortona, die werd gesticht in 1727. De academie heeft een archeologisch museum (Museo dell'Accademia Etrusca e della Città di Cortona) en een omvangrijke bibliotheek.

Noten[bewerken]

  1. Suetonius, Divus Claudius 42.2.
  2. L.B. van der Meer, Liber Linteus Zagrabiensis. The linen book of Zagreb. A comment on the longest Etruscan text. Leuven 2007.
  3. Voor de details omtrent dit probleem zie het lemma Etrusken.

Literatuur[bewerken]

  • G. Bartoloni (red.), Introduzione all'etruscologia, Milaan 2012.
  • M. Pallottino, Etruscologia, Milaan 19847. ISBN 8820314282
  • A.J. Pfiffig, Einführung in die Etruskologie: Probleme, Methoden, Ergebnisse, Darmstadt 1972.

Externe links[bewerken]