Naar inhoud springen

Europese maïsboorder

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Europese maisboorder)
Europese maïsboorder
Europese maïsboorder
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Arthropoda (Geleedpotigen)
Klasse:Insecta (Insecten)
Orde:Lepidoptera (Vlinders)
Superfamilie:Pyraloidea
Familie:Crambidae (Grasmotten)
Onderfamilie:Pyraustinae
Geslachtengroep:Pyraustini
Geslacht:Ostrinia
Soort
Ostrinia nubilalis
Hübner, 1796
Europese maïsboorder
Synoniemen
  • Ostrinia maysalis P. Leraut, 2012
  • Pyralis glabralis Haworth, 1803
  • Pyralis silacealis Hübner, 1796
  • Botys appositalis Lederer, 1858
  • Pyrausta rubescens Krulikovsky, 1928
  • Pyrausta funeralis Zerny, 1914
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Insecten

De Europese maïs(stengel)boorder (Ostrinia nubilalis) is een vlinder uit de familie van de grasmotten (Crambidae). De wetenschappelijke naam van deze soort is voor het eerst voorgesteld als Pyralis nubilalis door Jacob Hübner in een publicatie uit 1796. De soort dankt zijn naam aan het feit dat de rups schadelijk is voor maïs.

De soort komt in geheel Europa voor met uitzondering van IJsland. Verder komt de Europese maïsboorder voor in Marokko, Algerije, Turkije, Georgië, Azerbeidzjan, Syrië, Israël, Iran, Siberië en Kirgizië.[1] De Europese maïsboorder werd tussen 1910 en 1920 in Noord-Amerika ingevoerd en wordt daar de European corn borer genoemd.

In Nederland komt de Europese maïsboorder algemeen voor.[2]

De vlinder heeft een spanwijdte tot 35 millimeter. De vrouwtjes zijn crèmekleurig tot steenrood of geel, de mannetjes zijn onopvallend donkerbruin tot roze gekleurd.

De vlinder is 's nachts actief. De ei-afzetting vindt eind juli plaats, waarbij tot 30 eitjes op de onderkant van een blad van de waardplant worden afgezet. De jonge rups vreet eerst het parenchym van het blad aan en later pas ook de overige delen van de plant. De Europese maïsboorder overwintert als pop. In mei komt de vlinder uit de pop. In zuidelijker gelegen gebieden kunnen twee generaties per jaar verschijnen, waarbij de jonge rupsjes op de bladeren overwinteren.

De belangrijkste waardplanten zijn maïs, tomaat[2], hop, aardappelen, hennep[1], gierst en bijvoet, waarvan zowel de stengel als de bloemen en kolven gegeten worden. Er ontstaat schade aan de plant doordat de vraatgangen van de rupsen de stengel verzwakken, waardoor de plant omvalt.

Voor de bestrijding kunnen pyrethroïde, sluipwespen (Trichogramma brassicae) of Bacillus thuringiensis worden toegepast. De toelating van het pyrethroïde is echter in 2003 vervallen, zodat dit middel niet meer gebruikt mag worden. Door genetische manipulatie zijn er resistente rassen ontwikkeld, de zogenaamde Bt-maïs. Deze resistentie verhindert de rupsenvraat.

Ook gaat het diep onderploegen van aangetaste planten een nieuwe aantasting tegen. In Frankrijk wordt aan bestrijdingsmethoden met feromonen gewerkt.[3] Ofwel worden feromonen op enkele plaatsen gespoten, waardoor de mannetjes de vrouwtjes niet meer vinden, ofwel worden de mannetjes gelokt met feromonen, om ze vervolgens te vernietigen. De complexiteit van de communicatie met feromonen maakt echter dat de kans klein is dat deze methode echt succesvol wordt. Er lijken verschillende rassen van de soort te bestaan en deze reageren op andere feromonen.[4][5]

Zie de categorie Ostrinia nubilalis van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.