Europese maïsboorder
| Europese maïsboorder | ||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||
| Soort | ||||||||||||||||||
| Ostrinia nubilalis Hübner, 1796 | ||||||||||||||||||
| Synoniemen | ||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||
| Afbeeldingen op | ||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||
De Europese maïs(stengel)boorder (Ostrinia nubilalis) is een vlinder uit de familie van de grasmotten (Crambidae). De wetenschappelijke naam van deze soort is voor het eerst voorgesteld als Pyralis nubilalis door Jacob Hübner in een publicatie uit 1796. De soort dankt zijn naam aan het feit dat de rups schadelijk is voor maïs.
Verspreiding
[bewerken | brontekst bewerken]De soort komt in geheel Europa voor met uitzondering van IJsland. Verder komt de Europese maïsboorder voor in Marokko, Algerije, Turkije, Georgië, Azerbeidzjan, Syrië, Israël, Iran, Siberië en Kirgizië.[1] De Europese maïsboorder werd tussen 1910 en 1920 in Noord-Amerika ingevoerd en wordt daar de European corn borer genoemd.
In Nederland komt de Europese maïsboorder algemeen voor.[2]
Kenmerken
[bewerken | brontekst bewerken]De vlinder heeft een spanwijdte tot 35 millimeter. De vrouwtjes zijn crèmekleurig tot steenrood of geel, de mannetjes zijn onopvallend donkerbruin tot roze gekleurd.
Leefwijze
[bewerken | brontekst bewerken]De vlinder is 's nachts actief. De ei-afzetting vindt eind juli plaats, waarbij tot 30 eitjes op de onderkant van een blad van de waardplant worden afgezet. De jonge rups vreet eerst het parenchym van het blad aan en later pas ook de overige delen van de plant. De Europese maïsboorder overwintert als pop. In mei komt de vlinder uit de pop. In zuidelijker gelegen gebieden kunnen twee generaties per jaar verschijnen, waarbij de jonge rupsjes op de bladeren overwinteren.
Waardplanten
[bewerken | brontekst bewerken]De belangrijkste waardplanten zijn maïs, tomaat[2], hop, aardappelen, hennep[1], gierst en bijvoet, waarvan zowel de stengel als de bloemen en kolven gegeten worden. Er ontstaat schade aan de plant doordat de vraatgangen van de rupsen de stengel verzwakken, waardoor de plant omvalt.
Bestrijding
[bewerken | brontekst bewerken]Voor de bestrijding kunnen pyrethroïde, sluipwespen (Trichogramma brassicae) of Bacillus thuringiensis worden toegepast. De toelating van het pyrethroïde is echter in 2003 vervallen, zodat dit middel niet meer gebruikt mag worden. Door genetische manipulatie zijn er resistente rassen ontwikkeld, de zogenaamde Bt-maïs. Deze resistentie verhindert de rupsenvraat.
Ook gaat het diep onderploegen van aangetaste planten een nieuwe aantasting tegen. In Frankrijk wordt aan bestrijdingsmethoden met feromonen gewerkt.[3] Ofwel worden feromonen op enkele plaatsen gespoten, waardoor de mannetjes de vrouwtjes niet meer vinden, ofwel worden de mannetjes gelokt met feromonen, om ze vervolgens te vernietigen. De complexiteit van de communicatie met feromonen maakt echter dat de kans klein is dat deze methode echt succesvol wordt. Er lijken verschillende rassen van de soort te bestaan en deze reageren op andere feromonen.[4][5]
- Nuss, M.; et al. (2003-2025). GlobIZ. Global Information System on Pyraloidea. Geraadpleegd op 29-8-2025.
- 1 2 (de) Lepiforum e.V. (2008-2025). Ostrinia nubilalis (Hübner, 1796). Bestimmung von Schmetterlingen und ihren Präimaginalstadien]. Geraadpleegd op 29-8-2025.
- 1 2 Koster, J.C. (2025). maisboorder Ostrinia nubilalis (Hubner, 1796). In: Muus, T.S.T. & Corver, S.C. (eds.). Microlepidoptera.nl, atlas van de kleine vlinders in Nederland. Geraadpleegd op 29-8-2025.
- ↑ D. Draulans: Beestenboel: De maisboorder. Knack, 18 januari 2017, 79.
- ↑ G.P. Leary e.a.: Single mutation to a sex pheromone receptor provides adaptive specificity between closely related moth species. Proceedings of the National Academy of Sciences of the United States of America (PNAS), 2012, 109, 14081–14086, doi: 10.1073/pnas.1204661109. Gearchiveerd op 6 mei 2021.
- ↑ F.A. Koutroumpa e.a.: Genetic mapping of male pheromone response in the European corn borer identifies candidate genes regulating neurogenesis. Proceedings of the National Academy of Sciences of the United States of America (PNAS), 2016, 113, E6401–E6408, doi: 10.1073/pnas.1610515113. Gearchiveerd op 2 december 2021.