Eventing

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Paul Sims met Sunny Boy
Een waterbakpassage tijdens de terreinproef
Rebecca Holder met Courageous Comet
Steve Van Winkel tijdens 'Eventing Waregem' 2016
Polly Stockton met Regulus
Eventing is niet zonder risico voor mens en dier
Shane Rose met Statford Novalis
Sloothindernis

Eventing is een discipline in de paardensport waarbij de verschillende aspecten van de training aan bod komen. Het werd voorheen 'military' genoemd, gelet op zijn militaire oorsprong[1]. Vandaag wordt het eerder beschouwd als een triatlon binnen de paardensport. Een ruiter moet met hetzelfde paard een dressuurproef, een terreinproef en een springparcours rijden. De combinatie die de minste strafpunten behaalt over de drie onderdelen is de winnaar.

Een eventingwedstrijd kan op één dag of over meerdere dagen gereden worden. De meerdaagse wedstrijden zijn gebruikelijk op het hogere niveau en internationale rubrieken.

Onderdelen[bewerken | brontekst bewerken]

Dressuur[bewerken | brontekst bewerken]

Anders dan vroeger draagt de dressuurproef voor een belangrijk deel bij in het eindklassement. Hier worden paard en ruiter beoordeeld in een vooropgelegde proef door één of meerdere jury's op de gangen van het paard, de zit van de ruiter, algemene cadans e.d.m.

In alle niveaus van de competitie wordt de dressuurproef telkens als eerste element gereden, weliswaar soms voorafgaand aan een veterinaire keuring.

Terreinproef / Cross-country[bewerken | brontekst bewerken]

De terreinproef is het hoogtepunt van de discipline (ook bekend als cross country). Deze wordt afgelegd in een natuurlijke omgeving zoals bos en weilanden. Tijdens de terreinproef dienen vaste natuurlijke hindernissen te worden overwonnen: boomstammen, heggen, watersprong, op- en afsprongen en niveauverschillen. De combinatie krijgt strafpunten indien het paard een hindernis weigert te springen, indien er naast de vlag gesprongen wordt of indien men te snel of te traag het parkoers aflegt.

Op het hoogste niveau wordt de cross-country telkens als tweede element gereden. Maar organisatoren kunnen beslissen om de jumpingproef hieraan te laten voorafgaan, afhankelijk van het formaat van de wedstrijd.

Jumping[bewerken | brontekst bewerken]

De jumpingproef beoordeelt het paard op behendigheid en springvermogen. Hier worden strafpunten toegekend indien een balk afgesprongen wordt, indien het paard weigert om een hindernis te springen of op de tijd.

Niveaus[bewerken | brontekst bewerken]

FEI (Federation Equestre Internationale)[bewerken | brontekst bewerken]

De ruitersportfederatie (FEI) reglementeert de wedstrijden.

Op internationaal vlak wordt de competitie verreden op vijf niveaus (sinds het nieuwe format van 2019), aangegeven door sterren. Voor 2019 waren er slechts 4 niveaus.

Wereldwijd zijn er (anno 2022) acht wedstrijden op het hoogste 5*-niveau per jaar met onder meer in Badminton (VK), Kentucky-Lexington (VS), Luhmühlen (GER), Pau (FR) en Burghley (VK).

In België worden er (anno 2022) drie internationale wedstrijden georganiseerd. [1]

In Nederland zijn er een zevental organisaties op internationaal niveau met onder meer de wedstrijden op 4*-niveau in Boekelo en Maarsbergenn en 4 wedstrijden in Kronenberg.

Cc long format (Concours Complet d'Equitation)[bewerken | brontekst bewerken]

De klassieke eventing wedstrijd heet CC long en bestaat uit dressuur, de cross country en springen en wordt over drie dagen verreden. Na de dressuur op de eerste dag volgt de dag erna de cross country. Op de laatste dag is er na de verplichte veterinaire keuring nog een springparcours. Hierin wordt met name de fitheid en zorgvuldigheid van de paarden na de zware cross van de dag ervoor getoetst.

Vroeger omvatte de tweede dag vier onderdelen, namelijk een wegparcours (fase A), een steeplechase (fase B), weer een wegparcours (fase C) en een crosscountry (fase D).

Het eerste wegparcours was bedoeld als een lichte opwarming voor de steeplechase. Ruiter en paard legden dan een aantal kilometers in draf en galop af over een vast parcours dat geen hindernissen bevat.

In de steeplechase werd in een zeer hoog tempo (zo rond de 40 km/uur) een aantal heggen gesprongen, waarna opnieuw een wegparcours in een lager tempo volgde om op adem te komen.

Na het tweede wegparcours hadden ruiter en paard 10 minuten verplichte rust, waarna de crosscountry volgde. Om veiligheidsredenen, en in het belang van het paard, is besloten alleen de cross-country te verrijden op de tweede dag.

In 2005 is in Burghley de laatste CCI 4* long verreden, vanaf 2006 zullen de 4 sterren wedstrijden (huidig 5*) en de internationale kampioenschappen volgens het 'short format' worden verreden.

CC short format (Concours Complet d'Equitation)[bewerken | brontekst bewerken]

Dit lijkt zeer sterk op de hierboven beschreven CC long, alleen vervallen de wegparcoursen en de steeplechase. Deze twee varianten staan in het Engels bekend als Three Day Events. Vaak gebruikt men ook de afkorting CCI, dan is het een internationale wedstrijd.

CIC (Concours International Combine)[bewerken | brontekst bewerken]

Dit doet meer denken aan de SGW maar dan op internationaal niveau. Het springen vindt voor de cross en op dezelfde dag plaats, en er zijn geen wegparcoursen. Dit staat bekend als International One Day Event.

Risico's[bewerken | brontekst bewerken]

Naast het feit dat er diverse proeven gereden moeten worden is er een verschil met andere disciplines inzake het risico voor paard en ruiter: De hindernissen tijdens de cross-country zijn vast en vallen niet als het paard dit aantikt. In de geschiedenis van de sport zijn voor paard en/of ruiter dodelijke ongelukken regelmatig voorgekomen.[2] De wedstrijden worden daarom begeleid door dierenartsen en eerste hulp teams.

Eventing is volgens de beoefenaars niet meer zo gevaarlijk als vroeger. Uiteraard zijn er risico's aan verbonden, maar door goede training en voldoende bescherming kan de kans op problemen verminderd worden. Er wordt door de federaties meer en meer aangestuurd om gebruik te maken van 'breekbare' hindernissen. Deze hindernissen hebben een ingebouwd breekmechanisme waardoor de hindernis kan neerklappen.

Het massieve karakter van de hindernissen heeft als voordeel dat een paardenlichaam bij aanraken gemakkelijker over een hindernis 'glijdt' en zich erop kan afzetten als dat nodig is. De moeilijkheidsgraad in de verschillende klassen wordt eerder bereikt door de hindernissen technischer te maken in plaats van hoger en breder. De beste combinaties zullen op die wijze beter scoren zonder dat de kans op verwondingen toeneemt.

Voor en na de terreinproef worden de paarden gekeurd door een dierenarts. Hierbij wordt gecontroleerd of het paard geen blessures heeft en of de conditie goed is. Een dierenarts zal in dat geval in samenspraak met de groundjury een combinatie uit de wedstrijd plaatsen. Deze veterinaire keuring wordt bij alle klassen van de eventingsport gedaan.

Bij een val van paard of ruiter wordt de combinatie geëlimineerd, ook indien dit zonder erg is.

Eisen[bewerken | brontekst bewerken]

Startgerechtigdheid[bewerken | brontekst bewerken]

Om voor het eerst aan een officiële B cross mee te mogen doen in Nederland, moet een ruiter zelf ten minste één winstpunt in het B springen hebben gehaald. Als men L of hoger springt, kan men ook meteen L sgw starten. Bij de pony's mag dat al als de ruiter B+4 springen is. Als er al eerder SGW is gestart en daarmee minstens een winstpunt in het L klassement is behaald mag men met ieder volgend paard direct SGW starten, naar keuze in het B of L klassement.

Leeftijdseisen[bewerken | brontekst bewerken]

Pony’s moeten ten minste vier jaar oud zijn, ook bij paarden geldt een minimumleeftijd van vier jaar (startgerechtigd na 1 augustus) voor het B en L, vijf jaar voor het M en zes jaar voor de Z en ZZ klasse.

Deelnemers bij de pony's mogen starten in alle SGW klassen vanaf de dag waarop hij/zij acht jaar wordt, tot en met 31 december van het jaar waarin de achttienjarige leeftijd bereikt wordt. Voor deelnemers bij de paarden geldt een minimumleeftijd van twaalf jaar voor het B en L, dertien jaar voor het M en zeventien jaar voor het Z en ZZ. Voor een oefencross zijn geen formele eisen; dat is afhankelijk van de organiserende vereniging.

Mediabestanden die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Eventing op Wikimedia Commons.