Dierenarts

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Dierenarts aan het werk
Dierenarts aan het werk in asiel, Polygoonjournaal 1924

Een dierenarts behandelt zieke of gewonde dieren. Ook helpt deze steeds vaker te voorkomen dat dieren ziek worden. Sommige dierenartsen behandelen uitsluitend of voornamelijk gezelschapsdieren (zoals honden, katten, vogels, konijnen), andere dierenartsen behandelen uitsluitend of voornamelijk landbouwhuisdieren (zoals paarden, koeien). Deze laatste dierenartsen werden in het verleden ook wel veearts genoemd. De benaming veearts wordt steeds minder gebruikt. In de landbouwsector speelt de dierenarts een belangrijke rol door het bieden van bedrijfsbegeleiding in de veehouderij. Het behandelen van een specifieke diersoort of groep diersoorten noemt men differentiatie. Voor een aantal diersoorten bestaan officiële certificeringen voor dierenartsen, zo zijn er gecertificeerde rundveedierenartsen en gecertificeerde varkensdierenartsen. Elke dierenarts is echter wettelijk bevoegd om elke diersoort (behalve de mens) te behandelen. Daarnaast kent de diergeneeskunde een aantal officieel erkende specialisaties, zoals veterinaire radiologie, veterinaire chirurgie, pathologie. Men mag zich slechts specialist noemen indien men is opgenomen in het officiële specialistenregister.

Er zijn ook veel dierenartsen die geen dieren behandelen (niet-praktiserend). Zij hebben bijvoorbeeld een bestuur- en beleidsfunctie, een wetenschappelijke of onderwijsfunctie, of werken in de industrie, bijvoorbeeld bij een farmaceutisch bedrijf.

Dierenartsen zijn in belangrijke mate betrokken bij de zorg voor de veiligheid van voedingsmiddelen van dierlijke oorsprong. Dit vakgebied noemt men veterinaire volksgezondheid.

Inleiding[bewerken]

In Nederland werken ongeveer 4.400 dierenartsen. Samen zorgen zij voor de gezondheid van onder andere 1,3 miljoen konijnen, 1,5 miljoen honden, 2,6 miljoen katten[1], 450.000 paarden[2], 1 miljoen schapen, 1 miljoen pelsdieren, 4 miljoen runderen, 12 miljoen varkens en 100 miljoen kippen[3]. Sommige dierenartsen werken in het onderwijs, het bedrijfsleven of bij de overheid.

Differentiatie en specialisatie[bewerken]

Elke dierenarts mag volgens de wet alle dieren onderzoeken en behandelen, alleen behandeling van de mens is verboden. Steeds meer dierenartsen leggen zich toe op de behandeling van een beperkt aantal diersoorten. Een koe heeft immers andere aandoeningen dan een kat, een paard andere ziekten dan een kip. Dat verschillende dierenartsen verschillende werkzaamheden hebben wordt differentiatie genoemd. Differentiatie start al tijdens de opleiding.

Een dierenartsspecialist heeft, na de opleiding tot dierenarts, een aanvullende opleiding van 4 jaar gevolgd. Voorbeelden van specialisten zijn de oogarts, dermatoloog, orthopeed, patholoog, bacterioloog, specialist laboratoriumdieren en veterinaire volksgezondheid.

Taken dierenarts[bewerken]

Diergezondheid[bewerken]

Een van de taken van de dierenarts is het genezen van dieren. Een minimaal net zo belangrijke taak van de dierenarts is ziektepreventie: vaccinatie, ontworming, tekenbestrijding, gezonde voeding en goede huisvesting. In de gezelschapsdieren en paarden, ligt de nadruk op het behandelen van individuele dieren. In de landbouwdierensector ligt de nadruk op bedrijfsbegeleiding: optimaliseren van de gezondheid van het hele koppel, preventie van potentiële problemen en koppelbehandeling.

Dierwelzijn[bewerken]

Een dierenarts geeft adviezen om pijn, dorst, honger, overgewicht, stress, verveling en angst bij dieren te voorkomen. Dierenartsen controleren of veetransport aan de regels voldoet. Als een dier niet kan genezen, mag een dierenarts het dier euthanaseren om uitzichtloos lijden te voorkomen.

Volksgezondheid[bewerken]

Ziekten die van dier op mens kunnen overspringen, worden zoönoses genoemd. Ringworm, papegaaienziekte, kattenkrabziekte, hondsdolheid, ziekte van Weil en Q koorts zijn voorbeelden van zoönosen. De samenwerking tussen dierenarts en mensenarts wordt "Onehealth" genoemd.

Voedselveiligheid en milieu[bewerken]

Dierenartsen hebben een belangrijke taak in het veilig houden van producten van dierlijke oorsprong (melk, vlees, eieren). Ze letten op dat ziekmakende bacteriën, parasieten en/of medicijnresanten niet in deze producten terechtkomen.

24 uur per dag, 7 dagen per week[bewerken]

Verschillende dierenklinieken in een regio werken vaak samen om 24 uur per dag, 7 dagen in de week zorg aan te bieden. In Amsterdam, Utrecht en Delft zijn spoedklinieken opgericht. Deze zijn vergelijkbaar met een huisartsenpost in de humane gezondheidszorg.

Regelgeving[bewerken]

De taken en plichten van de dierenarts zijn wettelijk vastgelegd (NL: wet dieren[4]). Sinds 2012 is elke boerderij verplicht een bedrijfsgezondheidsplan op te stellen. In het plan moet onder meer het antibioticumgebruik, een bedrijfsbehandelplan en samenwerking met een geborgde dierenarts vermeld staan. Ook bemoeit de overheid zich actief met het verminderen van erfelijke aandoeningen bij gezelschapsdieren.[5]

Opleiding en nascholing[bewerken]

De studie diergeneeskunde duurt 6 jaar. Het is een universitaire studie. In Nederland kan de studie gevolg worden in Utrecht. In Vlaanderen in Antwerpen en Gent.

Nederlandse dierenartsen die voldoende nascholing volgen, kunnen zich laten registreren bij het Centraal Kwaliteitsregister Dierenartsen (CKRD).[6] Voor bepaalde dierenartsen is bijscholing verplicht. Dit geldt onder andere voor dierenartsspecialisten, keuringsdierenartsen en geborgde dierenartsen.[7]

Kosten dierenarts[bewerken]

Dierenartsen worden betaalt per consult, onderzoek en/of ingreep. Veel dierenartsen verkopen ook diervoeding. In Nederland mogen dierenartsen, anders dan in België, ook medicijnen verstrekken. Prijzen kunnen per dierenarts verschillen. Dierenartsen zijn, anders dan artsen in de humane zorg, BTW plichtig.

Eigenaren kunnen hun huisdier tegen ziektekosten verzekeren. Mensen die de basale zorg voor hun huisdier niet kunnen betalen, kunnen een verzoek voor financiële steun indienen bij speciaal daarvoor opgerichte stichtingen. De gemeente Amsterdam is in 2015 een experiment gestart om diereigenaren met een Stadspas bij te staan in dierenartskosten.

Dierenartspraktijk, dierenkliniek, dierenziekenhuis of specialistenkliniek[bewerken]

Dierenartsen zijn vrij in de naamgeving van hun dierenartsenpraktijk. De ereraad van de KNMvD heeft bepaald dat een dierenkliniek zich specialistenkliniek mag noemen als minimaal de helft van de werkzame dierenartsen specialist is. De andere namen zijn niet beschermd.

Ketenvorming[bewerken]

Dierenartsen werken steeds vaker partime en in loondienst. Schaalvergroting in de vorm van meermanspraktijken en ketenvorming neemt toe. Dierendokters, Sterklinieken, Evidensia en Anicura zijn voorbeelden van dierenartsketens.

Beroepsvereninging[bewerken]

Er zijn verschillende beroepsverenigingen voor dierenartsen. In Nederland zijn dit de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde (KNMvD) en het Collectief Praktiserende Dierenartsen (CPD). In Vlaanderen de Vlaamse Dierenartsenvereniging (VDV) en IVdierenartsenbelangen (IVDB).

Zie ook[bewerken]