Fietscomputer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Fietscomputer

Beluister

(info)

Een fietscomputer is een elektronisch apparaatje dat de snelheid en de afgelegde afstand van een fiets aangeeft, en vaak nog meer mogelijkheden heeft. Het wordt op het stuur gemonteerd, met een sensor aan het wiel. Een lcd-display maakt uitlezing mogelijk, en met een aantal knopjes kunnen de instellingen worden gewijzigd.

Ondanks de naam is een fietscomputer een tamelijk eenvoudig apparaat. Typische computermogelijkheden zoals het downloaden van gegevens zijn niet mogelijk.

Onderdelen[bewerken]

Een fietscomputer bestaat uit de volgende delen:

  • Magneetje om aan een spaak te bevestigen.
  • Reed-contact, wordt aan de vork bevestigd, in de buurt van het magneetje.
  • Verbindingssnoer.
  • Houder om op het stuur te bevestigen. Soms geschiedt de bevestiging met elastiekjes, maar het kan ook met een schroef.
  • De eigenlijke fietscomputer, die op de houder wordt geklikt.

Het reedcontact, het snoer en de houder zijn vaak een geheel. Dat betekent dat het niet mogelijk is het snoer door het balhoofd te laten lopen, tenzij men het snoer doorknipt. Er zijn ook draadloze fietscomputers, waarbij het snoer ontbreekt en het reedrelais gecombineerd is met een zendertje en een batterijtje.

Getoonde gegevens[bewerken]

Gemeten worden in ieder geval de tijd en het aantal omwentelingen van een fietswiel. Fietscomputers kunnen de volgende gegevens tonen:

  • Momentele snelheid
  • Afgelegde afstand †
  • Ritduur †
  • Gemiddelde snelheid (het quotiënt van afgelegde afstand en ritduur) †
  • Maximale snelheid †
  • Totale afstand (sedert aanschaf van de fietscomputer)
  • Kloktijd
  • Trends

Met extra sensoren kan nog worden getoond

† vanaf het moment dat op de resetknop werd gedrukt

Veel fietscomputers schakelen de tijdmeting uit als de fiets stilstaat. De ritduur staat dan dus stil en de gemiddelde snelheid wordt tijdens stilstand niet minder.

Meting[bewerken]

De gegevens worden meestal verkregen uit een reed-contact dat op de voorvork bij het (voor)wiel is gemonteerd, en dat bij elke omwenteling van het wiel de passage van een magneetje waarneemt dat in de spaken is gemonteerd. Daarom is het nodig bij een nieuw te installeren fietscomputer of na vervanging van de batterij eerst de omtrek van het wiel, bijvoorbeeld gemeten langs de buitenkant van een goed opgepompte buitenband, in de computer te programmeren. Doordat een band onder belasting wat vervormt is de nauwkeurigste methode om de wielomtrek te bepalen de volgende:

  • ga met de berijder op de fiets op een vlak stuk grond staan (laat de berijder op iemand anders steunen om niet om te vallen)
  • zet met potlood een streepje op de band en ertegenover op de grond.
  • rij met de berijder erop één of liever een paar wielomtrekken en zet opnieuw een streepje op de grond tegenover de streep op de band.
  • meet de afstand tussen de twee streepjes op de grond en deel de afstand zo nodig door het aantal malen dat het wiel rond is geweest.

Het aantal omwentelingen van het wiel is onmiddellijk gerelateerd aan de afgelegde afstand.

Met een geringe onnauwkeurigheid in de metingen moet rekening worden gehouden. Alle berekeningen worden gerelateerd aan de omtrek van het wiel, gemeten of berekend langs een ideale lijn. Een band is niet altijd goed opgepompt, de ondergrond is niet altijd even glad en hard, met een fiets wordt geen ideale lijn afgelegd, het stuur slingert wat en men neemt bochten waardoor men ook op de zijkant van een wiel rijdt. Dit beïnvloedt de nauwkeurigheid van uitgelezen waarde. Dit zal bij een juiste opgave van de wielmaat echter zelden meer dan één procent zijn.

Veel fietscomputers kunnen worden ingesteld op uitlezing in kilometers of in Engelse mijlen. Is deze instelmogelijkheid er niet, dan vermenigvuldigt men de wielomtrek met 1,609 om uitlezing in mijlen te krijgen.

Diefstalbeveiliging[bewerken]

Bijna alle fietscomputers kunnen met een eenvoudige handbeweging van de houder verwijderd worden. Volgens de fabrikanten is dat om diefstal te verhinderen.

Sommige gebruikers klagen er echter over dat dit lastig is en averechts werkt: je moet de fietscomputer steeds meenemen als je de fiets parkeert, dat wordt vaak verzuimd, en dan maakt de dief dankbaar gebruik van de mogelijkheid de fietscomputer te verwijderen.

De ervaring leert inderdaad dat een fietscomputer niet gauw gestolen wordt als er gereedschap nodig is om hem te verwijderen.

Verbinding met de sensor[bewerken]

Meestal wordt een fietscomputer met een tweeaderig snoertje verbonden met de sensor bij het wiel. De houder op het stuur, het snoer en de sensor vormen één geheel. Bij een ligfiets is het snoer vaak te kort en dan is het nodig het snoer door te knippen en te verlengen.

Er zijn ook fietscomputers met een draadloze verbinding. De sensor is dan voorzien van een batterijtje en een zendertje. Deze fietscomputers kunnen slechter functioneren als twee fietsen met hetzelfde model dicht bij elkaar rijden. Bij een ligfiets ontstaat nu een nieuw probleem: de afstand tussen zender en ontvanger is te groot.

Voeding[bewerken]

Een fietscomputer werkt jaren op een knoopcel. Uitschakelen is niet nodig. Een draadloze fietscomputer heeft twee knoopcellen nodig.

Modern alternatief[bewerken]

Een gps-ontvanger kan ook als draadloze fietscomputer gebruikt worden, met als bijkomend voordeel dat er vooraf een route ingeprogrammeerd kan worden en dat de gereden route achteraf bekeken kan worden. Nadelen zijn de prijs en het batterijverbruik.

Vista-kmixdocked.png
Door op de afspeelknop te klikken kunt u dit artikel beluisteren. Na het opnemen kan het artikel gewijzigd zijn, waardoor de tekst van de opname wellicht verouderd is. Zie verder info over deze opname, bekijk de oorspronkelijke versie of download de opname direct. (Meer info over gesproken Wikipedia)