Filippo Calandrini

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Filippo Calandrini
Kardinaal van de Rooms-Katholieke Kerk
Wapen van een kardinaal
Rang kardinaal-bisschop
Titelkerk Santa Susanna (tot 1451)
San Lorenzo (tot 1468)
Suburbicair bisdom Albano (tot 1471)
Porto en Santa Rufina (tot 1476)
Creatie
Gecreëerd door paus Nicolaas V
Consistorie 20 december 1448
Kerkelijke carrière
1447-1476 bisschop van Bologna
1459 kardinaal-grootpenitentiarius
1471-1472 camerlengo
Portaal  Portaalicoon   Christendom

Filippo Calandrini, ook wel Filippo Calderini, (Sarzana, 1403Bagnoregio, 18 juli 1476) was kardinaal van de Rooms-katholieke Kerk en kardinaal-nepoot van paus Nicolaas V (halfbroer).

Biografie[bewerken]

Calandrini was de zoon van Tomasso (Giarente) Calandrini en zijn tweede vrouw Andreola Tomeo dei Bosi. Zij was eerder getrouwd geweest met Bartolomeo Parentucelli (Lucando), de vader van Nicolaas V.

Naast enkele kerkelijke functies (apostolisch protonotaris en aartsdiaken van Lucca) was Calandri vanaf september 1447 gouverneur van het kasteel van Spoleto. Op 18 december 1447 werd hij gewijd tot bisschop van Bologna, een functie die hij tot aan zijn dood zou behouden.

Tijdens het publieke consistorie op 20 december 1448 werd Calandrini verheven tot kardinaal-priester, waarbij hij de titelkerk Santa Susanna in Rome kreeg toegewezen. In november 1451 koos hij echter voor de titelkerk van San Lorenzo vooral, omdat de inkomsten in deze parochie hoger lagen.

Samen met kardinaal Juan de Carvajal werd hij door Nicolaas V aangewezen om de toekomstige keizer van het Heilige Roomse Rijk , Frederik III, te begeleiden naar Rome; hij zou de laatste keizer worden die gekroond werd in Rome.

Calandrini bleef altijd een sterke band houden met zijn geboorteplaats, de plaats waar ook zijn half-broer paus Nicolaas werd geboren. Via de pauselijke bul Cui super omnes van 21 juli 1465, uitgevaardigd door paus Paulus II, werd aan Sarzana stadsrechten verleend en werd de lokale kerk, de Santa Maria Assunta (Maria-Tenhemelopneming), verheven tot kathedraal. Om het aanzien van de kathedraal te verhogen liet Calandrini grote aanpassingen uitvoeren en een kapel aanbouwen. Op de gevel werden beelden van de pausen Eutychianus, Sergius IV en Nicolaas V geplaatst. Op advies van de paus liet hij ook een bisschoppelijk paleis bouwen als permanente verblijfplaats voor de kardinaal.

Na zijn dood werd Calandrini begraven in de San Lorenzo in Rome begraven, waar in opdracht van zijn neef Giovanni Matteo een grafmonument ter ere van hem werd opgericht.

Kerkelijke functies[bewerken]

Ambt Datum
Apostolisch Protonotaris (datum onbekend)
Aartsdiaken van kathedraal van Lucca (datum onbekend)
Bisschop van Bologna 18 december 1447 – 18 juli 1476
Kardinaal-priester, Santa Susanna 13 januari 1449 – 24 november 1451
Kardinaal-priester, San Lorenzo 24 november 1451
Camerlengo 1454- 1455
kardinaal-grootpenitentiarius[1] 1459
Kardinaal-bisschop, Albano 14 oktober 1468 -30 augustus 1471
In commendam abdij van S. Croce di Saxovivo, Fiesole tot aan zijn dood
In commendam abdij van S. Benedetto di Gauldo, Nocera tot aan zijn dood
In commendam abdij van S. Maria di Sania, Nocera tot aan zijn dood
In commendam abdijen van Carreto, Lodi tot aan zijn dood
In commendam abdij van S. Maria di Strata, Bologna tot aan zijn dood
Camerlengo 19 januari 1471 – 8 januari 1472
Kardinaal-bisschop, Porto en Santa Rufina 30 augustus 1471 – 18 juli 1476